V.

Ik ben rusteloos. Mij dorst naar verre

dingen.

Mijn ziel gaat uit in verlangen om het kleed

aan te raken van de scheemerige verte.

O groot Génerzijds! O dringende roep van

uw pijpen.

Ik vergeet, ik vergeet telkens weer, dat ik

geen vleugels heb, dat ik voor eeuwig aan

deeze plek gebonden ben.

Ik ben greetig en waaksaam, een vreemdeling

in een vreemd land.

Uw Adem bereikt mij en fluistert een onmoogelijke

verwachting.

Uw spraak wordt door mijn hart gekend

als zijn eigene.

O Gij die verre te zoeken zijt, o de dringende

roep van uw pijpen.

Ik vergeet, ik vergeet telkens weer, dat ik

den weg niet ken, dat ik het gevleugelde

paard niet heb.

Ik ben lusteloos, ik ben een zwerver van

harte.

In den zonnigen neevel van de kwijnende

uuren, welk van uw machtige vizioenen

neemt vorm aan in het blaauw des heemels?

O verst verwijderd Eind, o dringende roep

van uw pijpen.

Ik vergeet, ik vergeet telkens weer, dat

de poorten ooveral geslooten zijn, in het huis

waar ik eenzaam woon.

De Hoovenier · 第 22 / 106 题