Helaas, waarom bouwden ze mijn huis aan
den weg die naar de marktplaats voert?
Zij meeren hun volle booten digt bij mijn
boomen.
Zij koomen en gaan en dwalen naar 't hun
lust.
Ik zijt en let op hen; mijn tijd verstrijkt.
Ik kan hen niet wegjagen. En zoo gaan
mijn dagen om.
Nacht en dag klinken hun schreeden bij
mijn deur.