IV.

Helaas, waarom bouwden ze mijn huis aan

den weg die naar de marktplaats voert?

Zij meeren hun volle booten digt bij mijn

boomen.

Zij koomen en gaan en dwalen naar 't hun

lust.

Ik zijt en let op hen; mijn tijd verstrijkt.

Ik kan hen niet wegjagen. En zoo gaan

mijn dagen om.

Nacht en dag klinken hun schreeden bij

mijn deur.

De Hoovenier · 第 20 / 106 题