XVI.

Nestje.

In 't hazelarenhout

Daar is een nest gebouwd

Van mos en veer en strootjes;

't Schuilt onder 't groene dak,

't Rust op een slanken tak,

't Wiegt boven 't blanke vlak

Der sloot--met lichte stootjes.

Het is een koningshuis

Bij 't zachte windgeruisch,

Dat gaat door struik en boomen;

Vijf koningskindren gaan

Zacht deinend af en aan,

Terwijl vier oogen staan

Te waken voor hun droomen.

Dubbele Twee: Leesboek voor het vierde leerjaar · 第 24 / 32 题