XIV.

Het witje.

Eindelijk waren de vier kinderen weer thuis.

Nel deed een opgewonden verhaal over wat gebeurd was.

»Die kinderen, je kunt ze haast geen oogenblik vertrouwen,« zei moe,

terwijl ze druk bezig was Jo's hand te betten met koud water.

Ze had diep medelijden met haar jongen.

Pa ook wel, maar die zei niet veel. Hij mompelde iets van »kwaad, dat

zich zelf straft.«

Nel hoorde het. En die had toch ook zoo'n medelijden met Jo!

»Nou, pa,« zei ze een beetje snibbig, »Jo deed toch geen kwaad. 't Was

een musschennest, en musschen zijn schadelijke vogels.«

»Dat zijn ze.«

Meteen stond pa op en ging den tuin in.

En wien trof hij daar aan bij de achterdeur? Klaas!

Maar de jongen was niet alleen. Op z'n arm droeg hij een snoezig

beestje, een konijntje, z'n mooie witje.

»Meneer....,« stotterde hij, »'t was.... was.... mijn.... mijn

schuld. En nou wou..... wou ik..... Jo dit.....«

[Illustratie]

»Hoe kom je er bij, ventje. Jo is toch even oud als jij, en jij

behoeft niet op hem te passen!«

Dat was waar en toch.... toch gevoelde Klaas schuld. Hij kon het niet

zeggen, maar zie je.... Jo was hier vreemd en kende geen nesten en

geen boomen.... En dan had Klaas hem ook meegelokt.... bij z'n Dik

Trom vandaan....

»Toe meneer, mag ik hem dit geven?« vroeg hij smeekend.

Meneer Veenhof keek den jongen even ernstig aan.

»Wou je 't werkelijk graag doen, en mag het van je vader en moeder?«

»Ja, meneer, ik heb het gevraagd. En ik wil het graag missen....«

Toen hij dat zei, kreeg Klaas een hoogroode kleur.

»Kleine jokkebrok,« dacht meneer, »je hebt je konijntje veel te lief

om het weg te geven.«

»Neem het maar weer mee, Klaas,« zei hij. »En zet het maar in z'n

hokje.«

Toen sprongen er een paar tranen in de oogen van den jongen.

Meneer zag het.

»Wacht even«, zei hij. En meteen riep hij naar binnen:

»Jo, kom eens hier!«

Jo kwam. Of de jongen ook verwonderd was, toen Klaas hem het mooie

witje aanbood. Hij vroeg niet: »Wil je 't wel missen?«

Met z'n handen nam hij 't diertje van Klaas over en drukte het tegen

z'n wangen. O, wat voelden die fijne haartjes heerlijk zacht! En wat

keken die roode oogjes vriendelijk en wat ging dat beweeglijke neusje

leuk heen en weer!

»Dat vind ik mooi van je«, riep hij. »Ik wou het al zoo lang héél

graag hebben.«

En opnieuw drukte hij 't beestje tegen z'n gezicht; en hij vergat z'n

pijnlijke hand en z'n pa en Klaas.... Hij liep met z'n schat naar

binnen.

[Illustratie]

»Moe, Nel, zie eens!«

Moe vond het een prachtig geschenk en Nel werd bijna jaloersch.

En Dina dan!

Dina vond het witje het mooiste konijntje van de heele wereld.

»Dat is het ook«, dacht Jo, en hij danste weer naar buiten.

»Nu moeten we een hokje voor 't diertje maken«, zei pa. »Morgen zullen

we er mee beginnen; vandaag kun je 't wel in dit bakje zetten.«

Maar Jo dacht er nog niet aan. Hij liep met z'n konijntje heen en weer

en zette het dan weer eens in het gras. En hij kon haast niet

verdragen, dat Nel het ook even droeg.

»Pas op, pas op, je doet het pijn«, riep hij dan. »Och, dat arme

beestje, kijk eens, 't is bang voor jou! Zie z'n haartjes nou eens

zitten!«

En toch had Nel heel zachte vingers.

Maar Jo had z'n konijntje erg lief.

»Ik had het nooit weggegeven«, zei Nel tegen Klaas.

»Och....«, zei Klaas.

Toen keek hij naar de dikke, bloedroode hand van Jo.

En hij voelde geen spijt, dat hij z'n liefste konijntje aan z'n

vriendje gegeven had. Hij hield nog vier bonte over, en Jo had zich

zoo bezeerd....

Dubbele Twee: Leesboek voor het vierde leerjaar · 第 22 / 32 题