VIII.

»Dubbele twee.«

Jo en Nel voelden zich al gauw thuis in Breedega.

Ze konden het met de andere schoolkinderen best vinden. Maar groote

vrienden werden ze met hun buurtjes: Klaas en Kee. Na veertien dagen

zag men Jo nooit zonder Klaas en Nel nooit zonder Kee. En heel vaak

waren ze met d'r vieren.

[Illustratie]

Een van de grootste schooljongens had een aardigen naam voor hen

gevonden.

»Kijk«, zei hij op een keer, »daar komt »dubbele twee« ook weer aan.«

Alle kinderen, die 't hoorden, lachten.

Dubbele Twee: Leesboek voor het vierde leerjaar · 第 13 / 32 题