»Dubbele twee.«
Jo en Nel voelden zich al gauw thuis in Breedega.
Ze konden het met de andere schoolkinderen best vinden. Maar groote
vrienden werden ze met hun buurtjes: Klaas en Kee. Na veertien dagen
zag men Jo nooit zonder Klaas en Nel nooit zonder Kee. En heel vaak
waren ze met d'r vieren.
[Illustratie]
Een van de grootste schooljongens had een aardigen naam voor hen
gevonden.
»Kijk«, zei hij op een keer, »daar komt »dubbele twee« ook weer aan.«
Alle kinderen, die 't hoorden, lachten.