Onlangs gaven wij eene afbeelding van de oude, vooral uit een
architektonisch oogpunt, zoo merkwaardige kathedraal van Puy. De plaat
op bladz. 173 toont u een ander monument van diezelfde stad, maar uit
den laatsten tijd dagteekenende: het kolossale beeld der Heilige-Maagd,
op den top der rots, die zich boven Puy verheft.--Tweehonderd-dertien
kanonnen, van de vestingwerken van Sebastopol afkomstig, hebben het
metaal moeten leveren voor dit reuzenbeeld van Onze-Lieve-Vrouwe, dat,
sedert het jaar 1860 de hooge bergspits kroont. Ondanks de ontzaglijke
afmetingen, heeft het beeld toch, zelfs van nabij gezien, in houding
en gelaat iets zachts en teeders, en herinnert het onwillekeurig
aan de liefelijke, bekoorlijke gestalte der Moedermaagd, zooals de
echt-dichterlijke kunst der middeleeuwen zich de Gezegende onder de
vrouwen dacht.--Het denkbeeld om, op deze bergspits, zulk een beeld
van de Beschermvrouwe van Frankrijk op te richten, heeft zeker iets
zonderlings; toch kunt ge niet ontkennen, dat het monument in harmonie
is met de grootsche natuur, die u hier omringt, met het heerlijk
panorama, dat zich van deze hoogte voor uwe blikken ontvouwt, en dat,
ruim zoozeer als het beeld zelf, de moeite der bestijging loont.
De schilderachtige slotruïne, op bladz. 176, doet misschien menigeen
onzer lezers denken aan de bekoorlijke bouwvallen van het kasteel van
Brederode, aan dien "steenen reus in 't groene dal", zooals Hofdijk
hem zoo juist en teekenachtig noemt. Toch verplaatst deze ruïne ons
naar het noorden van Engeland. Het zijn de bouwvallen van het kasteel
van Titbury, waarvan ik niets anders weet te zeggen dan dat het voor
een poos ten verblijve heeft gestrekt aan de rampspoedige koningin
van Schotland, Maria Stuart, die hier als gevangene toefde. Meer
weet ik van dien ouden burcht niet: maar dit weinige is genoeg om
een oogenblik voor zijne overblijfselen, waaraan deze herinnering
verbonden is, uwe aandacht te vragen.