Na de plechtigheid van de kroning blijft Jeanne nog eenige dagen te
Reims. Evenals te Orléans aanbidt de bevolking haar als eene heilige,
juicht haar toe en verdringt zich in de straten om haar te zien, of om
haar hand, haar kleed aan te raken en te kussen. Zij ontmoet er behalve
haar oom Durand Laxart ook nog haar vader die uit Domrémy was gekomen,
om getuige te zijn van de glorie van zijne dochter, om de plechtigheid
in de kathedraal bij te wonen en om den koning te verzoeken om
vrijstelling van belasting voor de bewoners van zijn dorp. De oude
Jacquot d'Arc wordt door de burgers van Reims als vader van hunne
heilige gastvrij ontvangen, zij bekostigen zijn verblijf en schenken
hem bij zijn vertrek nog een paard voor de terugreis.
De koning geeft na zijne kroning de gebruikelijke feesten en geschenken,
en o.m. krijgt la Trémouille den titel van graaf en wordt Gilles de Rais
bevorderd tot Maarschalk van Frankrijk.
Het verblijf te Reims duurt evenwel naar het oordeel van Jeanne
weer onnoodig lang. Waartoe thans weer dit talmen? Zij heeft er op
aangedrongen dat men zoo spoedig mogelijk na de kroning naar Parijs zou
optrekken, waarvan een deel der bevolking bereid is, de poorten voor
den koning te openen. Maar dan moet men met spoed te werk gaan, want er
zijn Engelsche hulptroepen in aantocht en het is dus van het grootste
belang, Parijs te veroveren en te bezetten vóór de versterkingen de
stad bereikt hebben. Helaas, de oppositie denkt er anders over. Er zijn
onderhandelingen aangeknoopt over een wapenstilstand met Bourgondië, en
men zal daarvan eerst rustig het resultaat afwachten. Een eerste botsing
dus tusschen de doortastende politiek van Jeanne en de lijnrecht
daarmede in strijd zijnde »politiek der wapenstilstanden«.
Eindelijk, den 21en Juli, verlaat de koning met Jeanne en het leger
Reims en begeeft zich in de eerste plaats naar St. Marcoul de Corbeny,
voor de traditioneele plechtigheid van de genezing der kliergezwellen.
Volgens een oud geloof kregen de Fransche koningen door de zalving met
de Heilige Olie de macht, om door aanraking genezing te brengen aan
lijders aan kliergezwellen of de zoogenaamde »koninklijke ziekte.«
Gedurende eenige dagen marcheert alles naar wensch: men is op weg naar
Parijs en de steden, die men passeert, als Laon en Soissons, openen
hunne poorten voor de koninklijke troepen. Maar dan plotseling, den
1en Augustus, maakt het leger een zwenking naar het Zuiden en trekt
bij Château Thierry de Marne over. Een wapenstilstand van veertien dagen
is gesloten met Filips van Bourgondië en men heeft het Parijsche plan
laten varen.
Jeanne is door deze wijziging in de plannen diep teleurgesteld. Wel is
haar invloed op het leger en op haar naaste omgeving nog groot, maar zij
voelt bij intuïtie, dat er in den Raad des konings machten aan het werk
zijn, waar zij niet tegen op kan. Uit die dagen is ons een uitlating van
haar bekend, die ons een duidelijk beeld geeft van hare gemoedsstemming.
Als het leger n.l. gekomen is in de buurt van Crépy en Valois, rijdt
Jeanne tusschen den Rijkskanselier en Dunois. Het volk is den koning
tegemoet getrokken met de vreugdekreet: »Noël, Noël!« Innig dankbaar
voor deze goede ontvangst zegt zij tot Regnault de Chartres:
[Illustratie: Karel VII, Koning van Frankrijk.