Naar een photographie.]

Geheel gewonnen is Robert nog niet dadelijk. Hij zendt Jeanne naar

Nancy om daar door den hertog van Lotharingen ondervraagd te worden.

Deze geeft haar een geschenk in geld en zendt haar weer terug naar

Vaucouleurs.

Zij komt daar aan den twaalfden Februari 1429, dus juist op den dag van

de »Bataille des Harengs« te Rouvray bij Orléans, waarin de Franschen

weer verslagen werden. Het is beslist onmogelijk, dat Jeanne op dien dag

iets van dien veldslag en den uitslag daarvan heeft kunnen weten; toch

zegt zij dadelijk bij haar aankomst tot de Baudricourt:

»In Godsnaam, gij talmt te lang met mij te zenden, want heden heeft de

(gentil) dauphin bij Orléans een zeer groot verlies geleden. Hij loopt

gevaar, een nog grooter verlies te lijden, wanneer gij mij niet spoedig

naar hem toezendt«.

Als eenige dagen daarna het bericht van de nederlaag bij Rouvray

Vaucouleurs bereikt, herinnert Robert zich de onheilspellende woorden

van Jeanne. Er is m.i. voldoende grond voor het vermoeden, dat deze

gebeurtenis er veel toe heeft bijgedragen, om hem voor de plannen van

Jeanne te winnen. Hij neemt dan een besluit en laat haar vertrekken.

Voor haar vertrek uit Vaucouleurs ondergaat Jeanne in haar uiterlijk een

belangrijke metamorphose. Zij legt het sjovele roode jurkje, waarin zij

gekomen is, af en kleedt zich in een volledig, fonkelnieuw page-costuum,

dat de bewoners van Vaucouleurs voor haar hebben laten maken. Verder

laat zij zich de haren afknippen, tot boven de ooren, ook in den vorm,

zooals destijds de pages het haar droegen. Zij acht het veiliger en

behoorlijker, om in gezelschap van mannen ook als man gekleed te

reizen. Vermoedelijk van het geld, haar door den hertog van Lotharingen

geschonken, heeft zij zich een zwart paard gekocht en van Robert de

Baudricourt heeft zij een zwaard ten geschenke gekregen. Volledig

toegerust als een jong krijgsman, is zij dus gereed, den gevaarlijken

tocht te ondernemen.

Haar escorte is zes man sterk en bestaat uit Jean de Novelompont,

genaamd Jean de Metz, Bertrand de Poulengy, Jean en Julien, hun knechts,

Richard, een boogschutter, en een boodschapper van den koning, Colet

de Vienne genaamd. De reis is lang en gevaarlijk: de geheele streek,

die zij moeten doortrekken, wordt nog onveilig gemaakt door vreemde

krijgsbenden. Men heeft dus besloten, overdag te rusten en 's nachts te

reizen. Jeanne alleen ziet geen gevaar: zij stelt een ieder, die haar

waarschuwt, gerust:

»Messire zal mij een weg banen, om den dauphin te bereiken.«

Den 23en Februari, tegen den avond, heeft het vertrek plaats. Vrienden

en kennissen van Jeanne vergezellen den kleinen troep tot aan de poort

van Vaucouleurs. Ook Robert de Baudricourt is daar. Hij laat de mannen

zweren dat zij goed zorg zullen dragen voor haar, die hij aan hunne

hoede heeft toevertrouwd. Dan geeft hij Jeanne een brief voor den koning

en neemt afscheid van haar met de woorden:

»Welnu, ga, en laat gebeuren wat wil.«

[Illustratie: Vertrek uit Vaucouleurs, 1429.

Jeanne d'Arc, de maagd van Orléans · 第 21 / 66 题