De vorigen, 2de Wachter, Regina.
2de WACHTER. (Regina bij de open deur weerhoudend) Niet hier!
REGINA. Waar dan?
2de WACHTER. Dat merk je wel—hiér nièt!
DROOMELOT. Hier wel! Hier wel! (vliegt haar om den hals) Wat ben ik
blij dat ik je zie!
REGENT. Wie heeft die vrouw gehaald?
2de WACHTER. Dat heeft de kommandant gelast!
REGENT. De kommandant—waarvoor?
2de WACHTER. Omdat de dokter heeft gezeid, dat hij krepeeren gaat!
REGENT. Is hij dan hier? Wat heb jij voor een kop! Weg met die vrouw!
2de WACHTER. (Regina, die angstig Droomelot omhelsd houdt, bij den arm
grijpend) ’r Uit—en as de bliksem mee!
DROOMELOT. Zeg aan dien man, dat ik ’r spreken wil!
REGENT. Dat zeg ik niet!
DROOMELOT. Dan ga ik mee, waar zij heengaat!
REGENT. Dat zul je niet!
DROOMELOT. Heb je niet zelf gelast, dat ik me vrij bewegen mag?
REGENT (denkt na, haalt Regina bij de deur terug, fluistert haar wat
toe—dan tot wachter). Je blijft ’r bij!
DROOMELOT. Dan spreek ik niet—en zoek m’n moeder later op! (Regent
loopt woest op en neer, wenkt wachter—beiden af—de deur blijft open.)