NEGENDE TOONEEL.

Hope, Annie, Dokter.

HOPE... Is-ie vort?

ANNIE. Daar.

HOPE. Waarom laat je me dan—je weet toch...

ANNIE. Omdat... (Hope gebaart naar de deur).... Hope! Hope!... Als ’k

je vriendin ben, je oprechtste, eerlijkste vriendin, die je beweert te

vertrouwen—is dat dan de brééde manier?... Ik verras je niet, niet met

trucs, niet met kleine listen—ik wou enkel ’n beroep op je verstand, op

je vérstánd, doen, Hope—waar je hart....

HOPE... Zachtjes—hij kan je hooren...

ANNIE... Ik zeg je een ding, zonder verdere argumenten, zonder

tusschenkomst die misplaatst is: je kunt tè hardnekkig in één

gedachtengang doorhollen—je kunt gelijk hebben en toch dwaas doen....

Ik laat je alleen—nee, je gaat nièt gelijk met me de deur uit!—je

blijft tien, tien, tien tellen, om ’n beslissing te nemen... (tot Dr.

Linden, die binnen wil komen).... Nee, Jan—je moet nog in ’t dorp voor

’t diner bestellen... Nee, niet binnen!...

DOKTER. Waar is Dolf?

ANNIE. Dolf—Dolf wandelt ’n moment aan ’t strand om ’n luchtje te

scheppen... Ik wou wat tafelbloemen laten komen en wat... Man, kijk

niet zoo achterdochtig!.... Onder de tafel zit-ie niet... (tot Hope)...

Als je dènkt, erg stevig dènkt, lieve meid, dènk dan zachtjes—vooral

zachtjes—in diè kamer slaapt Tilleke, ’t eene kind—(fluisterend)... in

de andere wacht ’t gróóte... (zich onderbrekend, tot Jan)... Wat

luister je?

DOKTER... Ik luister niet—ik zie ’n rare witte pet...

ANNIE... Hij is in z’n bloote hoofd.... Blaas je ’t lichtje onder de

thee uit, Hope... En zàchtjes voor Til?... (neemt Jan onder de arm—af).

Verzamelde Tooneelspelen en opstellen-over-tooneel, deel 1-2 · 第 86 / 167 题