De vorigen, Grete Donker.
SCHMIDT. Hoe heet u?
GRETE. Grete Donker....
SCHMIDT. (in portefeuille snuffelend) Juist—u heeft op de advertentie
geantwoord—en ik heb u verzocht om een uur bij meneer Van Walden te
komen met uw papieren. Heeft u die meegebracht?
GRETE (verlegen)... Da’s te zegge, meneer—me geboortebewijs hè-’k—en me
getuigschrifte van me laaste betrekking....
SCHMIDT. (het geboortebewijs inkijkend) Bij wie dient u?
GRETE. In de winkel van Sannes, as....
SCHMIDT. (nauwelijks luisterend). Geboren 5 December ’90....
DOLF. 5 December—Sinterklaasavond....
GRETE. (verlegen) Ja. Hèhèhè!....
SCHMIDT. Waar woonde uw moéder—uw vader, heeft u die gekend?....
GRETE. (giftig). Nee, die smeerlap het me moeder voor alles alléén late
opdraaie, toen-ie voor de Oost teekende....
SCHMIDT. Waar woonde uw moeder, toen u geboren werd?
GRETE. Weet ik dat!....
SCHMIDT. Ik bedoel geen naam van ’n straat—de plaats—de stad....
GRETE. Dat staat toch in ’t geboortebewijs....
DOLF. Jongen, Schmidt—da’s niet listig van je!
SCHMIDT. (’n tikje geergerd). Ik heb daar m’n reden voor, meneer. (tot
Grete). Dus dan is u zéker in Amsterdam geboren—en daar woonde uw
moeder al vóór dien tijd?
GRETE. Me benne d’r nooit vedaan geweest. Me moeder is d’r gebore en
gestorreve.
SCHMIDT. Nog één vraag, meisje—dan weet ik voorloopig genoeg, tenzij
een van de andere heeren nog iets wil weten—welke kleur haar had uw
moeder?
GRETE. Bruin—maar ’t laaste jaar in ’t gasthuis wit.
SCHMIDT. Dank u. Ik geloof nièt, juffrouw Donker, dat u in aanmerking
zal komen—maar in ieder geval hoort u nader van me.
GRETE. As ’k maar ’n klèin beetje krijg—’k ha-d’r zoo op gevlast....
DOLF. Daar zullen we over denken—iets schiet ’r altijd op over. Dus uw
vader kan nooit ’n student zijn geweest....?
GRETE. ’n Stedent? ’n Stedent? Nee, daar had moeder de smoor an, omdat
ze in ’t gasthuis zoo om d’r bed zworreve....
DOLF. Dan kan ze gaan, hè? Dag juffrouw. (schelt).
GRETE. Dag heere—dag zuster. (af).
DOLF. Da’s één niet uit de loterij. (schelt) Nummer twee! (tot Hope
welke bij de laatste vragen op is gestaan—bij den doorgang naar de
bibliotheek boeken uit de rekken nemend). Blameer me niet—’r zijn ’r
geen zes opengesnejen—allemaal mise-en-scène!—geleerdheidspatserij!—en
die wèl in handen geweest zijn, kunnen ’n luchtje hebben!.. (Hope
glimlacht pijnlijk, zit weer in den fauteuil) Weet je, Jantje, dat ’k
vannacht, voor ’k eindelijk insliep, ontdekt heb, dat de vrouw ’t
heelal regeert? Mathematisch bewijs?... Vox populi vox Dei: de stem van
’t volk is de stem van God. Dat is een. En ’t nòg bekender: Ce que
femme veut, Dieu veut: Wat de vrouw wil, wil God. Ergo de stem van God
is de stem van de vrouw.... De stem van de vrouw is de stem van...
Binnen!