De vorigen, Jaap.
JAAP. Jawel meneer.
DOLF. Jaapje—nou nòg eens: lach met meer overleg! (tot Linden). ’k Heb
’m de vorige week, voor moed, beleid—vooral beleid!—en trouw ’n nieuw
gebit cadeau gegeven, omdat ’k z’n ruine om esthetische overwegingen
niet zien kon—en nou lacht dat schaap telkens met z’n tanden óver
mekaar!... Schiet op!... De mooiste theerozen, die je krijgen kan! Nou?
JAAP (met bedwongen grijns)... D’r zit benejen ’n juffrouw....
DOLF. Wat voor ’n juffrouw?
JAAP. Van ’n advertentie—met de moeder d’r bij...
DOLF. Zoo. Wachten (geprikkeld)... Wat sta je met je hand? Moet je
boksen?
JAAP (de gehandschoende hand openen). Me duim is ’r door....
DOLF. Zoo—je duim ’r door? Marsch! En vlug!