TWEEDE TOONEEL.

Jaap, Dr Linden.

JAAP (legt eenige boeken op ’t gebattikt tafelkleed, neemt den

dienbak—wijkt bij achterdeur voor Linden uit)... Pardon, dokter.

DOKTER. Is meneer hier?

JAAP. Meneer is nog niet bij de hand—heeft pas ontbeten.

DOKTER. Goed. Dan wacht ’k in de bibliotheek.

JAAP. Zal ’k meneer liever?....

DOKTER. Nee, Jaapje—dat doe ’k zèlf (Jaap af—hij doet een paar passen

naar de zijde der bibliotheek, neemt een fauteuil, slaat ’n boek open,

fluit een studente-signaal).

DOLF (beantwoordt dat, opent lachend de deur). Excuseer m’n overhemd,

kerel... In twee seconden! (wil in z’n kamer terug—draait zich nog even

om) Zeg, Jan, fluit dat deuntje geen tweede keer, asjeblief! ’k Wor

straks meer dan me lief is, an m’n vervloekten studente-tijd

herinnerd—De sigaren staan achter je—in die schedel... Tien tellen!

(af—Linden neemt een sigaar, leest—telefoonschel—hij wil luisteren)...

Ik ben op reis—op reis!....

DOKTER. Wie daar? Madame Lebeau?... Op reis... Pischt, waar ben je na

toe?...

DOLF. Naar ’n sanatorium in Duitschland—overspannen!

DOKTER (in den toestel pratend)... Naar Duitschland (verwonderd)...

Dank u wel—’k zal ’m telegrafeeren. (hangt toestel in haak)... Of ’k je

positief zeggen wou, dat je ’n sale type, ’n cochon...

DOLF... Jawel, jawel—ken ’k droomen! (weer af).

DOKTER (van ’t schrijfbureau ’n paar maal iets opnemend, lacht, gaat

opnieuw voor de tafel lezen). Morgen, morgen!

DOLF (z’n jas aanschietend)... Morgen!... Kerel ’k ben zoo verdraaid

katterig!

DOKTER. Mooi zoo. En dat vandaag. Is dit de oorzaak?

DOLF. Haarspelden? Vond je die hier?... Nee, op m’n woord niet. In geen

maanden ’n vrouw bij me gehad! Leg ze nou niet op de tafel! Haal geen

grapjes uit! (werpt ze in de snippermand, naast schrijftafel). Dat zul

je nu niet gelooven, Jan, maar die dingen vinden we met grossen—of ze

jongen. Elk verleden begint bij ’n haarspeld....

DOKTER. ’t Verleden van die twee kan, zou ’k denken zoo ver niet

zijn... Van je bureau opgepikt, haha!

DOLF. Attentie van dien smakker van ’n Jaap—is geestig op zijn

manier!... Nee maar, Jan, vent, kind, hart—kijk me niet zoo guitig

an—of je me half gelooft! ’k Wou dàt je gelijk had, wóú dat ’k je

slimme schalksche oogjes verdiende! Ach! Ach! Nog ’n kwartier, nog ’n

half uur—en ’k zit met m’n katterig gezicht—zie je ’t me an?—in bedrijf

nummer zooveel van de allerdolste komedie. Geef me ’n lucifer, vent.

Merci. Even ’n trekje. In presentie van m’n collectie dochters—vijf,

zegge vijf, zijn op de annonce afgekomen—zal m’n vaderhart

fatsoenshalve te actief werkzaam moeten zijn, om ’n Henry-Clay te

kunnen rooken. Kind, wat ben ’k slap!

DOKTER. Hoe laat ben je thuis gekomen?

DOLF... Hoe vroeg! ’k Heb drie uur—nee, nou overdrijf ’k—vier uur

gemaft (telefoonschel)... Zou je zoo’n créature... Je hoeft niet te

twijfelen: Snipje, Snipje... ’k Schaf me telefoon af... Dat is

vervloekt als je liaisons je nummer weten.... (telefoonschel)....

Jawel, Jawel.... Dat hou ìk ’t langste uit... Is me verleden jaar

gebeurd, dat-ie driemaal in ’t uur overging tegen kinderbedtijd,

hahaha! Zeldzaam-zenuwachtige tijd! (telefoonschel)... Nou, nou,

nou!... Dit volk is hardnekkig....’k Zal me stem veranderen... (praat

in toestel)... Meneer is op reis—ik ben de huishoudster...

(schrikkend). Excuse me, Hope, darling—ik had ’t zoo enorm druk—Over ’n

kwartier.... Kom je zelf ook?... Je eerste bezoek op m’n kamer!... Je

zal als ’n koningin ontvangen worden! Hoeft dat niet? Daar door de

telefoon ’n kus... Moet ’k uitscheiden met m’n gekheid?... Ze krijgt ’r

’n kleur van, Jan! Hahaha!... Ja, Linden zit bij me—hoofdcontroleur!...

Eén oogenblikje nog, darling! Moeten die vijf dochters van me—’k wil ze

àllemaal ongezien adopteeren, om van de last af te zijn!—moeten die op

’t een of ander getrakteerd worden? Chocolade, anijsmelk... Wat?... Wat

dan?... (hangt gehoorbuis op)... Laat me staan... Is ’r van door,

hahaha!... (schelt electrische knop boven de tafel). Daar had ’k bijna

’n blunder begaan, hè? (geeuwt)... Excuseer! ’k Zou ’r zoo ’n paar uur

onder kunnen kruipen....

DOKTER... Ik wacht geduldig, om te hooren wat je uitgehaald heb....

DOLF. Uitgehaald?... Eerst met Beelaart, na ’t diner, ’n partij

geschaakt—remise, na ’n zit van negen tot eenen... Ja! (tot Jaap)...

Haal jij ’ns vlug ’n bouquet witte rozen....

Verzamelde Tooneelspelen en opstellen-over-tooneel, deel 1-2 · 第 61 / 167 题