Dolf, Dokter.
DOKTER. Hahaha! Heeft-ie z’n witte handschoenen voor de gelegenheid
aangetrokken!
DOLF.. Zoo’n kaffer! Informeer ’k nou nièt, dan loopt-ie den heelen dag
of-ie ’n misvormde knuist heeft! Wat was ’k bezig te vertellen? De
partij schaak. Juist. Bij half twee, van plan bijtijds in bed te
eenzamen—voor de belangwekkende conferentie!—ontmoet ’k Bannema,
Kareltje, en état de désespoir—driekwart zelfmoord-ideejen—aan de beurs
gedobbeld—Jantje, wat ’k zeg is vertrouwelijk!
DOKTER. Natuurlijk....
DOLF. Gedobbeld, om den staat van z’n vrouw bij te houden. Had ’t al
met ’n open gaskraan geprobeerd—niet gelukt—kan ’k niemand aanraden: de
weduwe krijgt de gasrekening!—liep gewoon te huilen—’n gat van ’n halve
ton, en ’n vermogen naar de weerlicht, als de baisse aanhoudt!—’n
Vrouw, die huilt, doet me verbazend weinig—kwestie van gewoonte—’n
màn—en wat ’n door en door braaf ventje!—maakt me ondersteboven. Heb ’m
geholpen.
DOKTER. Zoo maar?
DOLF. Ruineeren zal ’t me niet. Mama’s aandeel—de goeie ziel: dat is
nou net drie maanden geleden!—heb ’k voor veertien dagen met m’n
nobelen neef geschikt—et zut!—Je had z’n blijdschap moeten zien! ’k
Moest met ’m mee—naar z’n huis—en daar hebben we allebei tot vijf uur
zitten pimpelen, de eene flesch Rijnwijn na de andere. ’k Heb ’m ’n
tikje om gekregen—hahaha!
DOKTER. Dolf, Dolf—ik heb geen enkel recht je raad te geven—maar ’t
lijkt me toch zacht gesproken onverantwoordelijk ’n dobbelaar, zonder
eenig verder onderzoek te steunen—en voor dàt bedrag....
DOLF. Jan, nuchtere kerel, ik ben te katterig, om je ongelijk te
geven—maar m’n woord is m’n woord en m’n handteekening m’n
handteekening—de cheque is binnen—en de kinderen hebben Kareltje in ’n
prachtig humeur gezien, als-ie ook niet te katterig is!
DOKTER. De kinderen?
DOLF. Vier. Ja vier! Hij heeft ’t verder gebracht dan jij... Vannacht
om bij half vijf, toen ’k die smerige zaken in orde gebracht had,
zei-ie: loop even op je teenen mee, dan zal ’k je de kinder-slaapkamer
laten kijken. Ik verzeker je, Jantje—en zonder groote woorden!—dat ik
die slapende kopjes niet zal vergeten—zulke hoofdjes—en zulke
mondjes—en.... Hahaha! Goud waard! Goud waard! Stel je voor—tegen ’t
afscheid staat Kareltje onzeker op, zet nog ’n zes, zeven wijnglazen op
de tafel, giet ’r scheutjes in! Wat voer je uit vraag ik.... Ik ben
bang, zegt-ie—goddelijk, pyramidaal!—dat me vrouw of de meisjes twéé
glazen bij ’n half dozijn leege flesschen zullen zien! Hahaha! Hoe
is-ie? ’t Modernste préservatif voor getrouwde mannen, die ’n
buitensporigheid doen!.... Ja. Ja.... Binnen!