EERSTE TOONEEL.

Jaap, Dolf.

JAAP (die juist af geruimd heeft, plaatst den dienbak bij de

achterdeur, spreidt een gebattikt tafelkleed over de tafel—De telefoon,

op de schrijftafel, gaat over. Rustig neemt hij de gehoorbuis). Jawel.

Met Van Walden—met de huisknecht—ja, met Jaap—wil u even wachten?

(aarzelend) ’k Geloof niet dat meneer thuis is—’k zal zien (legt de

buis op het tafelblad).

DOLF (in de deuropening der slaapkamer). Wat fantaseer je?

JAAP. Zachies, meneer... Mevrouw Lebeau: of ze u...

DOLF (wenkt met de hand, dat hij er niet is—heel zacht). Op reis!

JAAP (bij de telefoon). Hallo!... Spijt me, mevrouw, meneer is niet

alleen niet thuis—zooals ’k dacht—hij moet op reis zijn gegaan....

Waarheen? Waarheen?... Ja, dàt weet ’k niet... Wanneer terug?... ’k Zou

’t niet kunnen zeggen—misschien de volgende week....

DOLF (fluisterend roepend). Langer!

JAAP. Misschien langer... (houdt z’n lachen in)... ’k Zal ’t meneer

zeggen, mevrouw.... Adieu, mevrouw... (hangt gehoorbuis op).

DOLF. Nou?... De boodschap?

JAAP. Nom de Dieu!... Sacrénom!... Fiche moi le camp... Je me fou de

lui...

DOLF (hartelijk lachend). Hahaha!... Je ben niet verkeerd verbonden

geweest... (de antieke klok slaat twaalf)... Twaalf?... Twaalf!...

JAAP. Meneer mag zich wel haasten—om negen heb ’k geklopt—om half

tien—om...

DOLF (zich uitrekkend).... Man hou je mond—die klok maakt genoeg

spektakel (geeuwt). ’t Slagwerk haal je ’r vanmiddag uit....

JAAP. Jawel meneer, hahaha!....

DOLF. En lach als je buiten de kamer ben!

JAAP. Als ’t u hinder....

DOLF. Ja, ’t hindert me—’k ben bang dat je je gebit kwijt raakt, als je

schik in je leven krijgt... (geeuwt)... Wie komt—wachten (af in

slaapkamer).

Verzamelde Tooneelspelen en opstellen-over-tooneel, deel 1-2 · 第 60 / 167 题