Hope, Charles, Dokter.
DOKTER.... ’n Vlegel eerste klas.... Pardon....
HOPE. De kleinzoon van mevrouw, meneer Charles van Walden—dokter
Linden.
CHARLES. Heel aangenaam, dokter.
DOKTER. Is u zoo pas gearriveerd?
CHARLES. Nog geen uur geleden. Nauwelijks den tijd gehad ’n andere jas
aan te schieten.... Ik hoor dat de toestand van grootmama....
DOKTER. Bijzonder zorgwekkend is.... Ik geloof, tenzij ’n wonder
gebeurt, dat de familie zich op ’t ergste zal dienen....
CHARLES.... Ja, ja. Dat begreep ’k, toen ’t telegram kwam.... (een
stilte).
DOKTER (driftig).... En die vlegel beneden—’k heb ’m te woord
gestaan—wou per se de auto van Wallon bestellen. Doe dat, meneer, heb
’k ’m gezegd: doe jij dat—dan schrijf ik morgen ’n ingezonden stuk in
den Courrier, om de badgasten te laten zien wat ’n humaan gérant jij
ben.... Daar scheen-ie respect voor te hebben.... Stel je voor!.... ’n
Doodzieke gaan transporteeren uit vrees voor ’t egoïsme van andere
logées.... Laat je je eten staan, zuster?
HOPE. Nee, nee.... Mag meneer mevrouw zien?
DOKTER. We zullen ons overtuigen.... Blijf u hier.... Heeft ze
champagne gedronken?
HOPE (de portières hechtend). Met tegenzin een enkel glas....
DOKTER. Niet voldoende—niet voldoende.... Blijf nu
maar—blijven—blijven... (af in slaapkamer).
CHARLES. ’k Zal maar wat liegen, niet?... Dat ik toevallig voor
dringende aangelegenheden overgewipt ben... Als ’k me niet zoo gehaast
had, zou ’k wat hebben meegebracht....
HOPE. Als ’k ’t zeggen mag....
CHARLES. Ja?
HOPE. ’t Zal voor mevrouw ’n teleurstelling zijn, dat u zonder uw vrouw
en vooral zonder Ninette—’r eenig achterkleinkind—is....
CHARLES.... Zoo’n baby van drie jaar.... En dan ik zei je toch al, dat
’k niet direct van Trouville kom.... En dan—m’n vrouw houdt niet—hoe
zal ’k dat.... (ongeduldig). Wat vraag je naar den bekenden weg?... Je
weet dat ’r telkens verschil van meening is.... Grootmama met ’r
geweldig-overdreven....
HOPE. Toe meneer Charles!... ’t Zijn nù juist niet de
omstandigheden.... Roept u, dokter?...
DOKTER (onzichtbaar). Zuster....
HOPE (gaat achter de gordijnen—hij loopt heen en weer—staat stil voor
den spiegel boven de nécessaire, neemt ’n kleerborstel, schuiert zich
de jas—gladt zich het haar). Hier ben ’k weer. (Zij bedrukt den knop
der electrische schel aan de kroon).
CHARLES. Toch niet sérieuzer.
HOPE. Goddank nee. Ze voelt zich minder beklemd, krijgt een tweede
injectie.... Nee, vooral niet binnen gaan!... (tot den kelner). ’n
Flesch champagne.... Versta je niet?... ’n Flesch champagne... (af).