DERDE TOONEEL.

Hope, Charles, Kelner.

HOPE (verdwijnt even achter de portières).

CHARLES (jonge man, ongeveer 24, scherp gelaat, zonder snor, modieuze

gekleede jas, hooge hoed—komt door linkerdeur op: tot kelner). Is ’t

hier?

KELNER. Ja, meneer.

CHARLES. Een en zestig?

KELNER. Ja, meneer.

CHARLES. ’k Zie niemand.

KELNER. De dames zullen daar zijn.

HOPE (tusschen de portières, legt een vinger op den mond. Kelner af.

Zij schuift voorzichtig de deuren der slaapkamer toe). Zoo. ’k Ben blij

dat ù tenminste gekomen is.

CHARLES. Is ’t zóó ernstig?

HOPE. Heel, heel ernstig.

CHARLES. Sinds wanneer?

HOPE. Sinds eergistermorgen—na ’n bezoek aan de Stichting.

CHARLES. Wéér aan ’t hart? (zij knikt). De vorige keer dachten we

ook....

HOPE. Driemaal is ze bewusteloos geweest—de dokter heeft ’r ’n

kamfer-injectie gegeven....

CHARLES. Ja ja.... Heb jij ons getelegrafeerd?

HOPE. Op advies van den dokter.

CHARLES. Wat zegt-ie?

HOPE. Wat u ongeveer denken kan—’n vrouw op leeftijd....

CHARLES. Spijt me, dat je telegram nageseind moest worden. ’k Was

eergister niet in Trouville....

HOPE. Nièt in Trouville.... En mevrouw met ’t kindje... zijn die

meegekomen?

CHARLES (ongeduldig). Nee, nee, nee! Ik was ’n dag—voor zaken—naar

Parijs... ’k Kon nog net den middagtrein pakken.... De familie is in

Trouville gebleven.... Denk ’k tenminste.... En oom Dolf?

HOPE. Is ’r nog niet. ’k Ben bang dat-ie mevrouw.... Ze verlangt zoo

naar ’m....

CHARLES. ’k Heb niet ’t flauwst vermoeden, waar-ie uithangt.... In geen

maanden bericht van ’m gehad. Is-ie met ’t jacht?...

HOPE. Nee meneer. Z’n laatste brief—aan uw mama—aan uw grootmama—was

uit Zwitserland—uit Châtelard, meen ’k. ’t Zou de grootste ellende

zijn, als—als-ie te laat kwam.... Gister heb ’k voor de tweede maal

geseind.... Geen antwoord....

CHARLES. Eén kan z’n adres zéker weten—die—die...

HOPE.... Die hebben we—de dokter en ik—vandaag óók ’n telegram

gezonden....

CHARLES (verwonderd). Wist jìj van die liaison?

HOPE (rustig-glimlachend). Waarom zou ik ’r niet van weten?.... ’n

Publiek geheim is geen bepaald geheim meer....

CHARLES. Afficheert-ie zich nog?.... Enfin, ’t regardeert me niet....

’n Man, die m’n vader kon zijn.... (gewild over iets anders pratend).

Is dat ’t kostuum van de Stichting?.... Niet positief chic. Flatteert

je minder.

HOPE. Denkt u, dat zieke kinderen ’r profijt van hebben òf ’t

kostuum.... Wees u ’ns stil! (luistert). Nee...

CHARLES. Mag ’k ’r zien?

HOPE. Misschien. In elk geval met de noodige voorbereiding. Ze zou

kunnen begrijpen, dàt ’r gewaarschuwd is....

CHARLES. Ik stoor je toch niet in je diner?

HOPE (mat). ’k Heb gegeten.

CHARLES. Jij ben scherper in je gezicht geworden, Hope. Je ziet ’r zoo

heelemaal anders uit—of ligt ’t an de kroon?

HOPE. Dat kan. ’k Heb in geen twee nachten geslapen....

Verzamelde Tooneelspelen en opstellen-over-tooneel, deel 1-2 · 第 45 / 167 题