ZESDE TOONEEL.

De vorigen, Jacob.

JACOB (die de trap af is gekomen—den bakker bij de bedstee werend).

Hande thuis!

BAKKER. Opzij of....

JACOB. Of wat?...

BAKKER. Of ’k bega ’n ongeluk!...

JACOB (een groot slagersmes trekkend). Dat zelle me afwachte....

BET. Jacob!... Jacob!...

DE ZWAAN. Jacob, Jacob: met wil of met werken sla niemand dood....

BAKKER (de trap op-wijkend). As jij steekt, steek ik dubbel—al trek je

tien messe, ben ’k nog niet bang—niet voor ’n dozijn zooas jij.... ’k

Neem d’r getuige op.... Jij het ’t gezien schoenfrik—en jij

Lammersen—en jij zwaan....

DE ZWAAN. Ik ben beneje de jare....

BAKKER. Je ken ’t allemaal beëedige van de goudvissche enne de drie en

zestig brooje enne van ’t mes dat-ie voor me neus het gehoue.... Ik

haal ’n diender.... Met de gevangeniswage kom ’k voor je deur! (angstig

af).

Verzamelde Tooneelspelen en opstellen-over-tooneel, deel 1-2 · 第 33 / 167 题