VIJFTIENDE TOONEEL.

De vorigen, Rijksveldwachter.

VELDWACHTER. Banes?

THIJS (op de trap). Voor mijn?

VELDWACHTER. Je zoon Jan mot kommende week Dinsdag voorkomme...

THIJS (het papier inkijkend). Nou eerst?... Dacht da-ze ’t vergete

ware...

VELDWACHTER (lachend). Nee, Banes—me schenke niks... wat in ’n goed vat

leit, wat?...

THIJS. De jongen ken ommers geen stap doen, zoo ziek as ’n hond...

VELDWACHTER. Mot jezelf gaan met ’n bewijs van de dokter... En anders

bij verstek. Wat het-ie uitgehaald?...

THIJS (norsch). Steen door ’n ruit—hallef jaar geleje, godbeter! (tot

Bet). Pak an (geeft haar de dagvaarding). Of niet elleke gezonde jongen

’s wild op z’n tijd is. (pratend op straat met den Rijksveldwachter).

La-ze mijn maar late bloeie... Die ’t breed het, laat ’t breed hange

(tot Sien). Veruit! Mot ’t jongen broeie? (af).

Verzamelde Tooneelspelen en opstellen-over-tooneel, deel 1-2 · 第 23 / 167 题