Er zijn een en twintig kleine gasten bijeenvergaderd. Zij staan allen
recht in de ronde; zij houden elkander bij de handen vast; zij plaatsen
iemand in hun midden; hij beproeft of hij uit de ronde kan geraken.
De anderen zingen dan een lied, alzoo: Een jonkheid zoo teeder,
kan hij eruit geraken?
En terwijl zij zingen en zingen, loopen zij rond; en hij, de kleine in
't midden, aan 't beproeven is hij, of hij er niet kan uitgeraken. Als
hij er uit geraakt, dan zegt men hem, alzoo: Hij is heel sterk.
Kingombe.