OORLOGSLISTEN

In tijd van oorlog, omringt men heel 't dorp met eene haag, die men

kibangu noemt. Dan legt men scherp en snijdend gras en doornen in de

wegen, die in 't dorp komen.

In 't midden van den weg graaft men een put; men legt er doornen in,

wel honderd; men zet ze recht in 't midden van den put. Als men ze

er in geplant heeft, dan legt men bladeren boven den put; boven op

legt men aarde, en alzoo is de put effen met den weg.

Wanneer de vijand 's nachts komt en besloten heeft menschen te

vermoorden, maar als hij op dien weg komt, dan valt zijn been in den

put, en heel zijn been zit vol doornen, die diep in 't vleesch dringen.

Indien hij geen broeder heeft, om hem weg te dragen, wanneer 't weder

klaar geworden is, zeggen de menschen van 't dorp, alzoo: Laat ons

naar de putten gaan zien.

Zij vinden er den vijand, dien zij vermoorden.

Songia.

Uit den Kunstschat der Bakongos · 第 75 / 153 题