Als van zelf dringt zich de vraag op:
Waarom wil de ontwerper Lely den afsluitdijk juist over Wieringen naar
Piaam gelegd hebben?
Het kiezen van de plaats voor den afsluitdijk beheerscht het geheele
plan tot drooglegging.
Legde de Minister den dijk meer zuidwaarts, dan deed hij niet alleen
afstand van de Wieringermeer, »het neusje van den zalm" en zou hij op
die manier nog minder oppervlakte gronds aan de zee ontwoekeren, maar
ook werkelijk groote technische bezwaren uit den weg moeten ruimen;
ergo, de afsluitdijk _kon_ niet meer zuidwaarts gelegd worden.
Waarom verbond hij niet de Waddeneilanden onderling en met den vasten
wal, zelfs met insluiting van de Lauwerszee?
Antwoord a. Volgens den heer Lely zouden te groote technische bezwaren
verbonden zijn aan het afsluiten der zeegaten bij de Waddeneilanden.
b. De zeebodem ten N. van de lijn Wieringen-Piaam was over het geheel
te waardeloos, om met groote kosten ook het noordelijk bekken en de
Wadden droog te leggen.
Niemand kan meer redenen opgeven.
Nu rustte op den heer U. de taak, genoemde bezwaren weg te nemen of te
verminderen, omdat hij de Waddeneilanden wèl met het vasteland verbinden
wilde.
* * * * *
Als men oppervlakkig de kaartjes met de doorsneden der zeegaten
bekijkt, zooals die in eene der nota's voorkomen, dan schrikt men van de
reusachtige diepte der zeegaten. Ze zijn daar n.l. op zeer groote schaal
geteekend, om de vormen nauwkeurig te kunnen aangeven; die kaartjes
geven dus volstrekt niet de verhouding aan b.v. tusschen den afstand Den
Helder-Tessel en de diepte van de Helsdeur. Maakt men een houten model
van den te leggen afsluitdijk aldaar, dan zou bij eene lengte van 6 M.,
de dam in het diepste deel van 't zeegat niet meer dan 4 c.M. bedragen.
(Met het eigenlijke zeegat wordt hier de diepe scheur bedoeld in den
zeebodem, en niet de totale afstand van Den Helder naar Tessel). Hoewel
de kortste weg vaak de beste is, vindt men in 't plan U. de partiëele
afsluitdijken convex naar buiten aangegeven. Hij ontwierp ze zoo, om de
werkelijk technische, dus niet alleen de financiëele, bezwaren terug te
brengen tot kleiner proportiën.
De diepe zeegaten, met hunne snelle stroomingen bij de wisseling van
ebbe tot vloed en omgekeerd, splitsen zich buitengaats in drie geulen,
gescheiden door zandbanken. Zoo splitst de Helsdeur zich als volgt:
de kust van Noord-Holland--Schulpegat--de zandbanken Botterruggen en
Bollen--het Westgat--de Keizersbult of Pannekoek en de Razende Bol--het
Molen- of Noordwestgat--Onrust en Tessel.
Natuurlijk zal in elk dezer zeegaten de strooming veel minder sterk
zijn dan in de Helsdeur. Verder is de diepte zeewaarts in veel geringer,
terwijl ten slotte de aan te leggen partiëele dijken sterk zullen zijn;
niet alleen, omdat ze buitenwaarts gebogen zijn, maar vooral, omdat zij
op hunne beurt van afstand tot afstand steun vinden op de zandbanken,
zooals het geheele complex steun vindt in de Waddeneilanden.--Het
plan U. mag »een natuurlijk plan" heeten, omdat het van de bestaande
zandbanken en eilanden profiteert, maar bovenal, omdat het de
»natuurlijke" grens tusschen land en water weer herstelt. Met recht
beweert de heer U., dat de Zuiderzee niet meer ontstaan zou, als ze
er niet was; als goed Nederlander hoopt hij op de zee te heroveren,
wat deze destijds als oppermachtige nam.
Het spreekt vanzelf, dat de zeegaten en Waddengedeelten, als vallende
buiten het plan Lely, niet in _die_ mate en richting werden onderzocht,
om voldoende gegevens voor 't plan U. te verschaffen. Wel verklaarde
een ervaren waterbouwkundig ingenieur, dat de technische bezwaren, aan
het dempen der zeegaten verbonden, _enkel_ »geldelijke" waren, en het
dus volstrekt niet onmogelijk blijkt, dat de resultaten van 't plan U.
veel schitterender zullen zijn dan die van 't plan Lely.
* * * * *
Wijselijk zwijgt de heer U. over constructie en aanleg van dijken, maar
als leek oordeelt hij, dat de zee zelf het zand zal aanvoeren, om de
diepste diepten der zeegaten te vullen, als van afstand tot afstand
dwars over den bodem dier gaten rijen betonblokken gelegd worden.
Zijn de ruimten daar_voor_ en daar_tusschen_ gevuld, dan bouwe men op
dezelfde wijze daarop voort tot b.v. 8 M. beneden A. P., alwaar dan de
voet van den gewonen dijk kan gelegd worden.
* * * * *
Voor den afsluitdijk pl. U. zal nooit opstuwing van water kunnen plaats
hebben; voor dien van 't plan Lely wel. De Minister is hiervan zelf
overtuigd en wil daarom den Frieschen zeedijk ten N. van Piaam en ook
den Balgdijk verzwaren en verhoogen. Dat zijn extra-kosten, die beslist
gemaakt moeten worden. Bij stormen uit 't N.W. zullen de golven der
Noordzee tegen den afsluitdijk pl. U. breken en zal de druk, door 't
water buiten den dijk daarop uitgeoefend, eer gunstig dan ongunstig
werken op 't weerstandsvermogen van den dijk. De afsluitdijk bij pl. L.
zal er zwaar door beproefd worden, vooral, omdat tijdens den hoogen
vloed ten N. van den dijk het binnenwater, ten Z. ervan, door den
invloed van den wind laag zal staan, daar het in zuidelijke richting
opgejaagd wordt. (Arm Zwolle!) De afsluitdijk pl. L. moet in het midden
dan ook verdubbeld worden. Geen wonder: hij ligt rechtuit-rechtaan
loodrecht op de richting van den boosaardigen wind, _die de Zuiderzee
deed ontstaan_, en dat wel door vrij diep water. De afsluitdijk bij
't pl. U. verkeert in veel gunstiger conditiën. Deze zal bovendien
bij gedeelten kunnen (= moeten) voltooid worden, te beginnen bij 't
Eierlandsche Gat. De bekwame ingenieur Van Diggelen wilde dit werk
destijds reeds ondernemen. Voor de waterbouwkundigen is dit werk een
leerzame inleiding tot het geheele werk: de arbeid is betrekkelijk
gemakkelijk en er wordt direct een blijvend resultaat verkregen, n.l. de
verbinding van twee eilanden tot één geheel. Vervolgens kan men op zes
of meer plaatsen beginnen te werken, zoodat de geheele afsluiting vlug
kan geschieden.
Bij 't plan U. zal in het Vlie een stel schutsluizen gelegd worden; het
in te stellen onderzoek zal moeten uitmaken, waar de geschiktste plaats
daarvoor is met het oog op verzanding. Overigens worden er b.v. totaal
een veertigtal afvoersluizen gelegd, ongelijk in aantal verdeeld over de
verschillende afsluitdijken, doch overal gelegd vóór de diepe geulen.