Het is denkbaar, dat bij langdurigen N.W. wind, sterk en vochtig als hij
gewoonlijk is, bij 't plan L. _totaal_ geen water kan geloosd worden
wegens het groote verschil in waterstand buiten en binnen den dijk. Dit
groot kwaad zou zelfs door 't bouwen van stoomgemalen op den afsluitdijk
niet verholpen kunnen worden. De zuidelijk gelegen polders zouden bij
die gelegenheid de nadeelige gevolgen van eene onvoldoende waterloozing
evengoed gevoelen als de omgeving van Zwolle, Meppel enz., en in ergere
mate nog dan op 10 Jan. 1910. 't Is evenwel mogelijk, dat een degelijk
onderzoek uitwijst, dat bij 't pl. U. minstens door één stel sluizen kan
geloosd worden, _waar de wind ook vandaan komt_, daar ze gedeeltelijk
naar 't W., 't N.W., 't N. of 't N.O. uitloozen. Stellig kan bij 't pl.
U. het water _in alle omstandigheden_ vlugger uit de polders geloosd
worden dan bij 't plan L., want het verschil tusschen ebbe en vloed is
bij de Waddeneilanden veel grooter dan bij Wieringen en Piaam. Dit feit
pleit ten gunste van 't pl. U., want een polder met _onvoldoenden_
waterafvoer baart beslist teleurstelling.
Tijdens en bij 't kenteren van den vloed voor den afsluitdijk pl. L.
loopt het zuidoostelijk deel van Tessel, zijnde het vruchtbare deel,
steeds groot gevaar van verzwolgen te worden. Thans heeft men reeds
moeite genoeg om dit te voorkomen, en voor de bevolking van dit eiland
in 't bijzonder zou het zeer gewenscht zijn, dat het plan U. de aandacht
der Regeering trok.--Tijdens het leggen van den afsluitdijk pl. L.
zullen technische moeilijkheden, als gedeeltelijke verzakking en het
wegslaan van reeds gelegde gedeelten, volstrekt geen verrassingen zijn.
Van verzakking kan bij den afsluitdijk van 't pl. U. geen sprake zijn
wegens den vasten grondslag en den wig-vorm van die deelen van den dijk,
die de diepe geulen stoppen.
De heer U. wil, na 't bovenstaande aangevoerd te hebben, gaarne
aannemen, dat hij vele voorstanders van 't pl. L. nog niet aan zijne
zijde heeft gebracht, hoewel zij kunnen weten, dat de afsluitdijk pl. L.
over een totale lengte van 3000 M. moet gelegd worden door water van 6
tot 8 M. diepte en het Amsteldiep stellig wel 10 M. diep is; maar, we
zijn thans ook zoo verre met onze beschouwingen gekomen, dat volgens den
heer U. zijn plan in al het volgende schitterend zegeviert, en het plan
Lely totaal verslagen wordt.
In hoeverre hij gerechtigd is, zulks te mogen beweren, blijke uit het
volgende: