IV.

Het is denkbaar, dat bij langdurigen N.W. wind, sterk en vochtig als hij

gewoonlijk is, bij 't plan L. _totaal_ geen water kan geloosd worden

wegens het groote verschil in waterstand buiten en binnen den dijk. Dit

groot kwaad zou zelfs door 't bouwen van stoomgemalen op den afsluitdijk

niet verholpen kunnen worden. De zuidelijk gelegen polders zouden bij

die gelegenheid de nadeelige gevolgen van eene onvoldoende waterloozing

evengoed gevoelen als de omgeving van Zwolle, Meppel enz., en in ergere

mate nog dan op 10 Jan. 1910. 't Is evenwel mogelijk, dat een degelijk

onderzoek uitwijst, dat bij 't pl. U. minstens door één stel sluizen kan

geloosd worden, _waar de wind ook vandaan komt_, daar ze gedeeltelijk

naar 't W., 't N.W., 't N. of 't N.O. uitloozen. Stellig kan bij 't pl.

U. het water _in alle omstandigheden_ vlugger uit de polders geloosd

worden dan bij 't plan L., want het verschil tusschen ebbe en vloed is

bij de Waddeneilanden veel grooter dan bij Wieringen en Piaam. Dit feit

pleit ten gunste van 't pl. U., want een polder met _onvoldoenden_

waterafvoer baart beslist teleurstelling.

Tijdens en bij 't kenteren van den vloed voor den afsluitdijk pl. L.

loopt het zuidoostelijk deel van Tessel, zijnde het vruchtbare deel,

steeds groot gevaar van verzwolgen te worden. Thans heeft men reeds

moeite genoeg om dit te voorkomen, en voor de bevolking van dit eiland

in 't bijzonder zou het zeer gewenscht zijn, dat het plan U. de aandacht

der Regeering trok.--Tijdens het leggen van den afsluitdijk pl. L.

zullen technische moeilijkheden, als gedeeltelijke verzakking en het

wegslaan van reeds gelegde gedeelten, volstrekt geen verrassingen zijn.

Van verzakking kan bij den afsluitdijk van 't pl. U. geen sprake zijn

wegens den vasten grondslag en den wig-vorm van die deelen van den dijk,

die de diepe geulen stoppen.

De heer U. wil, na 't bovenstaande aangevoerd te hebben, gaarne

aannemen, dat hij vele voorstanders van 't pl. L. nog niet aan zijne

zijde heeft gebracht, hoewel zij kunnen weten, dat de afsluitdijk pl. L.

over een totale lengte van 3000 M. moet gelegd worden door water van 6

tot 8 M. diepte en het Amsteldiep stellig wel 10 M. diep is; maar, we

zijn thans ook zoo verre met onze beschouwingen gekomen, dat volgens den

heer U. zijn plan in al het volgende schitterend zegeviert, en het plan

Lely totaal verslagen wordt.

In hoeverre hij gerechtigd is, zulks te mogen beweren, blijke uit het

volgende:

De drooglegging der Zuiderzee. Het plan J. Ulehake contra het plan C. Lely · 第 6 / 13 题