II.

Op bovengenoemde vraag kan slechts dit antwoord gegeven worden: »De

te maken kosten moeten groot zijn en de droog te leggen grond moet in

verhouding daarmee klein wezen".

Bij 't beschouwen van de kaart, waarop 't plan Lely staat, valt

het inderdaad dan ook op, dat het zoogenaamde IJselmeer groot is in

verhouding tot de totale oppervlakte der vier polders, die 211830 H.A.

bedraagt. Daar het IJselmeer 150000 H.A. groot is, blijkt, dat de

oppervlakte der Zuiderzee, door den afsluitdijk pl. Lely afgesloten,

voor ruim 2/5 deel, dus voor bijna de helft, water blijft. Een grootsch

werk wordt er slechts ten halve door uitgevoerd.

Toch zal de tegenwoordige Minister van Waterstaat wel terdege redenen

gehad hebben, om een IJselmeer van dien omvang te doen blijven bestaan.

Onderwerpen uit de acht nota's als: De invloed der afsluiting op

de waterkeering der provinciën langs de Zuiderzee,--de invloed

der afsluiting op de waterloozing,--op de waterverversching enz.,

dienen ongetwijfeld om mede aan te toonen, dat het IJselmeer wel van

reusachtige afmetingen moet zijn; bovendien moet het in staat zijn,

gedurende langeren of korteren tijd het water te bergen, dat door den

IJsel wordt aangevoerd; het moet ook het overtollige water uit het

stroomgebied van 't Zwarte Water en van een groot deel van Friesland,

Utrecht en Noord-Holland kunnen bevatten; immers juist het afgesloten

deel der Zuiderzee ontvangt al dat water.

De drooglegging der Zuiderzee. Het plan J. Ulehake contra het plan C. Lely · 第 4 / 13 题