IV. 1. 78. In deze nieuwe wereld. Fitzwater is jong en voor de eerste
maal bij een parlementszitting.
IV. 1. 154. 't Verlangen der Gemeenten. Het verzoek, dat Bolingbroke
den troon zou beklimmen.
IV. 1. 173. Moet ik Èn priester zijn èn leek? Heeft de priester de bede
gesproken: "Den Koning heil!" dan is het de taak van den dienenden leek
of koster, hierop "Amen!" te zeggen, door de gemeente hierin gevolgd.
IV. 1. 256. Zelfs dien naam niet, dien mij de doopvont gaf. In zooverre
verliest Richard zijn doopnaam bij zijn onttroning, als hij daarna
niet meer, zooals bij koningen geschiedt, bij zijn doopnaam alleen
genoemd wordt.
IV. 1. 317. Inhalen? goed!--Inhalig zijt gij allen. In 't Engelsch
staat: O, good! convey? conveyers are you all. Convey beteekent:
wegbrengen, weggeleiden, maar ook stelen.
V. 1. 1. Hier komt de koning langs. Wilde men van de gewone indeeling
in bedrijven afwijken, dan ware het goed, met dit eerste tooneel het
vierde bedrijf te besluiten.--Evenzoo zou men doelmatig met het vierde
tooneel van het eerste bedrijf het tweede kunnen beginnen.
V. 1. 2. Julius Caesar's onheilstoren.--De Tower is bedoeld, in de
stormachtige tijden van Engelands oudere geschiedenis van zooveel
belang, hetzij als sterkte, hetzij als staatsgevangenis.--Dat in regel
11 Richard door zijn gemalin vergeleken wordt bij de woestgeworden
plek, waar eens Troje gestaan had, klonk in Sh.'s tijd minder vreemd
dan nu; toen stond de geschiedenis van Troje iedereen voor den geest
en er werd vaak op gezinspeeld.
V. 2. 15. De muren, Behangen, spreukrijk. Bij feestelijke gelegenheden
werden in Sh.'s tijd de muren met tapijten behangen, waarop dan niet
zelden spreuken of wenschen te lezen waren.
V. 2. 46. Wie sieren als viooltjes. Aumerle is aan het hof des nieuwen
konings geweest; zijn moeder vraagt nu; "wie is daar thans in bloei,
in gunst?"--Hier zij opgemerkt, dat Aumerle's moeder reeds in 1392
stierf. Voor het overige volgt Shakespeare Holinshed's verhaal
hier zeer getrouw; York ontdekte het complot door aan zijn zoon het
document, dat uit zijn boezem stak, te ontrukken, ijlde er mee naar
den koning te Windsor, maar werd er door zijn zoon voorkomen, die
vergiffenis wist te verwerven.
V. 3. 1. Weet niemand van mijn zoon, den losbol, iets? Shakespeare
heeft dit gesprek over Bolingbroke's oudsten zoon hier blijkbaar
ingevoegd, om het optreden van den prins in het volgend stuk,
K. Hendrik IV, voor te bereiden. Zijn zoon was te dezer tijd pas
12 jaar oud; hij was door koning Richard medegenomen naar Ierland,
daar door hem tot ridder geslagen, en, toen Bolingbroke's inval in
Engeland hem bekend werd, als gijzelaar gehouden. Sh. stelt den prins,
om dramatische redenen, ouder voor dan hij was.
V. 3. 80. 't Is beed'lares en koning. Toespeling op de volksballade
van koning Cophetun en de bedelares Penelophon, zie blz. 308 de
aanteekeningen op "Romeo en Julia" II. 1. 13.
V. 3. 119. Zeg: "pardonnez-moi." In Sh.'s tijd een beleefde wijze
van weigering, vergelijk "Romeo en Julia" II. 1. 35.
V. 3. 137. Maar wat mijn lieven zwager en den abt. De zwager is
Richards halfbroeder John, hertog van Exeter, die met Bolingbroke's
zuster Elizabeth gehuwd was; de abt is de abt van Westminster.
V. 4. 1. Hebt gij des konings zeggen opgemerkt? In de folio-uitgave
begint hier, zeer te recht, geen nieuw tooneel.
V. 5. 9. Deze kleine wereld. Richard zelf, in tegenstelling met deze
wereld (van den volgenden regel), de groote wereld.
V. 5. 60. En ik sta hier als nar, zijn klokkeventje. Een figuurtje,
op een mensch gelijkend, op een klok geplaatst of er elk uur en half
uur uit te voorschijn komend, die door de beweging der armen of door
een slag op een klok het uur aanwijst, maar verder nooit iets doet.
V. 5. 67. Heil u, mijn souverein!--Dank, noob'le pair! In 't Engelsch:
Hail! royal prince!--Thanks noble peer! Een royal en een noble waren
gouden munten (evenals een soeverein), de eerste van tien schellingen
(f6.--), de tweede van zes schellingen acht stuivers (f4.--); het
verschil is tien groot of veertig stuivers. De beteekenis van den
volgenden regel The cheapest of us is ten groats too dear is: wij zijn
geen van tweeën veel meer waard. Of Sh. òf zijn vertaler had onzen
Huygens gelezen.--De woordspeling met royal noble vindt men ook in
"I K. Hendrik IV", II. 4. 217.
V. 6. 8. Het hoofd van Salisbury, Blunt, Spencer, Kent. Zoo heeft de
folio-uitgave, in overeenstemming met Holinshed's kroniek. De oudere
uitgaven in quarto, noemen "Oxford, Salisbury, Blunt and Kent." Bedoeld
zijn de samengezworenen, die, nadat hun aanslag door Aumerle aan het
licht was gebracht, in openbaren opstand waren gekomen, doch binnen
korten tijd overweldigd werden. De hier genoemde Kent is Richards
stiefbroeder, de Hertog van Exeter.
V. 6. 19. De abt van Westminster. Dat de abt van Westminster gestorven
was, ontleende Shakespeare aan Holinshed; maar deze was verkeerd
ingelicht; de abt heeft Hendrik IV overleefd.
V. 6. 33. Heer Richard van Bordeaux. Richard II was in Bordeaux,
toen in de macht der Engelschen, geboren, en werd als prins, ook in
officieele stukken, vaak Richard van Bordeaux genoemd.