I. 1. 109. Wat vlucht ten wolken. Vergelijking met een jachtvalk.

I. 1. 125. Tot in het diepst van uwe borst. Waar de leugen ontsproten

was.--Hendrik van Lancaster werd eigenlijk eerst toen hij reeds koning

was, Bolingbroke genoemd, naar het slot Bolingbroke in Lincolnshire,

waar hij geboren was.

I. 1. 131. Toen ik zijn koningin uit Frankrijk haalde. Richard was

na den dood zijner eerste vrouw, Anna van Boheme, dochter van Keizer

Karel IV, gehuwd met de tienjarige prinses Isabella, dochter van

den koning van Frankrijk. Dit halen zou 300000 schellingen gekost

hebben. Shakespeare heeft haar ouder gemaakt, om haar te doen optreden.

I. 1. 134. Dien heil'gen plicht. Norfolk had een broeder te wreken,

die door den hertog van Gloster vermoord was geworden.

I. 1. 157. Het is, zegt de arts, geen maand van aderlaten. Vroeger

lieten ook gezonden zich op geregelde tijden aderlaten, om te zekerder

gezond te blijven. In de almanakken van dien tijd,--er is zulk een

Engelsche almanak bekend van 1386,--werd aangegeven, welke maanden

er het best voor waren.

I. 1. 174. De leeuw maakt panters tam. De koningen van Engeland voeren

den leeuw, de Norfolks gouden panters in hun wapen.

I. 2. 68. Naakte muren. Niet met tapijten behangen. Gewerkte tapijten

werden niet aan de muren voor goed bevestigd, maar los aan haken

opgehangen, zoo dikwijls de kamers gebruikt werden. De ontvolkte zalen,

van den volgenden regel, unpeopled offices in het oorspronkelijke,

zijn de ruime vertrekken van het kasteel, bestemd voor de huisvesting

en werkzaamheden van de talrijke bedienden, die toen steeds bij

een riddermatig verblijf behoorden. Zij waren niet in bijgebouwen,

maar in de benedenverdieping van het slot gehuisvest. Geen vroolijk

gedruisch zou York bij het betreden van de eenzame woning zijner

zuster welkom heeten.

I. 3. 1. Mylord Aumerle. Aumerle is hier officieel aanwezig als

Groot-connetabel van Engeland. Grootmaarschalk was eigenlijk Mowbray

zelf, maar bij deze gelegenheid treedt hier als zoodanig Surrey op.

I. 3. 103. Breng deze lans aan Thomas, hertog Norfolk. Ook deze

bijzonderheid, dat Surrey zelf de lans aan den hertog van Hereford

ter hand stelde, maar haar aan Mowbray door een heraut liet brengen,

ontleende Shakespeare, gelijk zooveel andere van dit tooneel, aan

Holinshed's kroniek.

I. 3. 179. Op ons koningszwaard. De greep van het zwaard vormde een

kruis, waarop een eed werd afgelegd.

I. 3. 249. Vaarwel, mijn neef. Deze twee regels worden in de folio-

en verdere uitgaven steeds aan Aumerle toegekend; beter, ja noodig is

het, ze aan den hertog van York, die aanwezig moet zijn en tot wien

zeker de vorige woorden van koning Richard gericht waren,--in den mond

te leggen. Ik vond, dat Benno Tschischwitz dit doet, zeker te recht.

I. 3. 274. Een reisbediende. In het Engelsch a journeyman, wat zoowel

een man, die reist, als een daglooner beteekent.

I. 3. 289. Een met bies bestrooide feestzaal. Een zaal werd bij

feestelijke gelegenheden aldus bestrooid, zie Romeo en Julia I. 4. 35.

I. 4. 1. Wij hebben 't opgemerkt. De gunstelingen hebben er den

koning op gewezen, hoe Hereford bij zijn vertrek de gunst van het

volk bejaagd heeft.

I. 4. 28. En 't werkvolk met zijn liefsten lach bewerkte. Het

oorspronkelijke heeft hier een woordspeling met craftsmen en craft:

Wooing poor craftsmen with the craft of smiles.

I. 4. 33. Brengt zijn knie hun hulde. Met een nijging, indertijd ook

bij mannen gebruikelijk.

I. 4. 45. Ons rijk in pacht te geven. De koning wil de rijksinkomsten

tegen baar geld verpachten. Men vindt inderdaad aangeteekend, dat:

"in het twee-en-twintigste jaar zijner regeering het gerucht verbreid

was, dat de koning het rijk verpacht had (letten to farm) aan Sir

William Scrope, graaf van Wiltshire, toen schatbewaarder van Engeland,

aan Sir John Bushey, Sir John Bagot en Sir Henry Green, ridders."--De

open brieven, 2 regels lager, zijn mandaten in blanco, blank charters

of blanks, welke 's konings lasthebbers naar eigen goedvinden konden

invullen, om schattingen te heffen van rijke lieden. Zulke gedwongen

giften aan den koning wekten, al droegen zij den fraaien naam van

benevolences, groote ontevredenheid, vooral daar men zich niet juist

tot rijke lieden bepaalde. Dat er wel degelijk redenen waren voor de

algemeene misnoegdheid, die er heerschte, kan verder nog blijken uit

de vordering, in 1398 door den Hertog van Surrey gesteld, toen hij het

Stadhouderschap van Ierland aanvaardde; "Item, That he, the lieutenant,

may have, at sundry times, out of every parish, or every two parishes,

in England, a man and his wife, at the cost of the king, in the land

of Ireland, to inhabit the same land where it is wasted upon the

marches". Die gedwongen koloniseering onder de wilde Ieren moet veel

verbittering gewekt hebben.--De koning sprak niet ten onrechte van

zijn groot hof en ruime giften; want zijn hof werd het weelderigste van

geheel Europa geacht; dagelijks aten tienduizend man te zijnen koste.

II. 1. 1. Komt Richard? Dit tooneel aan Gent's sterfbed is niet

historisch, maar de door den stervende uitgesproken verwijten zijn

zeer waar, en dat Richard des dooden bezittingen aan zich trok,

leert de geschiedenis evenzeer. En Gent was zeer vermogend; zijn

eerste vrouw had hem het hertogdom Lancaster aangebracht.

II. 1. 21. Bericht van modes. De modes kwamen in Sh.'s tijd uit Italië,

als nu uit Frankrijk.

II. 1. 64. Rottig perkament. Zinspeling op de contracten, waarbij

Engeland in pacht gegeven en aan de gewone pachtwetten onderworpen

was geworden; vergelijk reg. 111.

II. 1. 72. Hoe is 't, oom Hans? Sh. heeft: What comfort, man? How is

't with aged Gaunt? waarop Gaunt antwoordt: Old Gaunt indeed, and gaunt

in being old. Het woord gaunt beteekent mager, ontvleesd. De samenhang

eischte, dat de woordspeling, in het Engelsch zeer ongedwongen, terug

werd gegeven: daarom is hier "magere Hans" tot een naam van den Dood

gemaakt. De naam Hans wordt meer tot koppeling aan minder aangename

denkbeelden gebezigd; men denke aan Schraalhans, een vrek.

II. 1. 126. Gij hebt reeds, als de pelikaan, dat bloed Vergoten. De

vergelijking met den pelikaan, die, naar 't verhaal, zijn eigen bloed

vergiet (om de jongen te voeden), gaat alleen in zooverre door, als

Richard, door Gloster te doen vermoorden, het bloed van zijn geslacht

vergoten heeft.

II. 1. 144. Hendrik Hereford. In York's zeggen is Hendrik Hereford

accusatief, in Richards antwoord nominatief, evenals bij Shakespeare.

II. 1. 156. Die Kernen. De oproerige Iersche boeren, die pas den

Engelschen stadhouder, Richards neef en vermoedelijken troonopvolger,

verslagen hadden. "De koning noemt hen het eenige, dat giftig is in

Ierland, zinspelend op de legende, dat de beschermheilige van Ierland,

Sint Patricius, het eiland van alle giftig gedierte gezuiverd zou

hebben.

II. 1. 167. Noch ook dat listig stuiten van het huwlijk Des armen

Bolingbroke. Hendrik Bolingbroke begaf zich bij zijn verbanning naar

het Fransche hof, en zou waarschijnlijk de dochter van den Hertog

van Berry, den oom des Konings, gehuwd hebben, zoo niet Richard,

wien deze verbinding gevaarlijk voorkwam, haar door Salisbury had

doen tegenwerken met de valsche bewering, dat Bolingbroke wegens

hoogverraad verbannen was en daarom een verbintenis met het Fransche

koningshuis niet waardig geacht kon worden.

II. 1. 280. Graaf Arundel, de zoon, onlangs ontsnapt. De Engelsche

tekst is hier onvolledig. Er staat:

That Harry duke of Hereford, Rainold lord Cobham,

That late broke from the duke of Exeter, enz.

Vergelijkt men deze regels met Holinshed's kroniek, dan blijkt

het, dat hoogstwaarschijnlijk tusschen deze twee regels er één is

uitgevallen. Deze regel heeft, zoo men zich zeer nauwkeurig aan

Holinshed's woorden houdt, kunnen luiden:

"The son and heir of the late earl of Arundel,"

of wel, om een beteren versregel te krijgen:

"The son of Richard, earl of Arundel,"

zooals Ritson, en Malone, hebben voorgeslagen. Iets dergelijks moet

Shakespeare geschreven hebben. Op blz. 466 is vermeld, dat Richard in

1397 Graaf Richard van Arundel liet terechtstellen en diens broeder

Thomas, aartsbisschop van Canterbury, verbande: de oudste zoon van

den eerstgenoemde was aan den stiefbroeder van Richard, den hertog

van Exeter, ter bewaking toevertrouwd, maar ontkwam en sloot zich

bij de andere misnoegden aan de overzijde van het kanaal aan. Deze

moet door Shakespeare bedoeld zijn; daarom zijn hier de woorden:

Graaf Arundel, de zoon, ingelascht.

II. 2. 58. Waarop Graaf Worcester Zijn staf verbrak. Graaf

Worcester, een Percy, broeder van den Graaf van Northumberland,

was opperhofmeester van het koninklijk paleis; het teeken zijner

waardigheid was een witte staf.

II. 2. 102. Had doen onthoofden. Gloster werd niet onthoofd, maar,

naar men zegt, onder kussens verstikt.

II. 3. 41. Ik bied mijn arm u aan. Sh. heeft hier een woordspeling

met tender: I tender you my service, Such as it is, being tender,

raw and young.

II. 4. 1. Lord Salisbury, wij wachtten hier tien dagen. Koning Richard,

die er niet in geslaagd was, de Ieren te onderwerpen en zich te

Dublin ophield, bleef geruimen tijd zonder nieuws uit Engeland. Toen

dit eindelijk kwam, vernam hij te gelijk, dat Bolingbroke in Engeland

geland was en dat de opstand reeds aan merkelijke vorderingen gemaakt

had. In stede van terstond zelf naar Engeland over te steken, zond

hij er eerst Salisbury heen, om in Wales een legermacht op de been te

brengen. Deze slaagde hierin, had in een viertal dagen verscheiden

duizend mannen bijeen en hield ze een paar weken te velde. Toen

Richard, die na het vertrek van Salisbury nog achttien dagen te

Dublin bleef toeven, niet verscheen, verstrooiden zij zich weder en

bij de aankomst des konings was de geheele macht verloopen. Te Conway

ontmoette Richard Salisbury zonder troepen.--Aumerle bleef niet zoo

lang den koning getrouw, als Sh. het voorstelt; hij verliet hem reeds

te Conway.--Door Northumberland werd Richard naar Flintburg gelokt.

III. 1. 43. Nog Glendower bestreden. Glendower is eerst opgestaan, toen

Bolingbroke reeds koning was. De naam schijnt hier door Sh. slechts

vermeld te worden om de Wallisers, door middel van hun geducht

opperhoofd, aan te duiden.

III. 2. 116. Zelfs uw bedeelden leeren bogen spannen. Bedeelden,

beadsman (bidders), waren die lieden, die geregeld van den koning

aalmoezen kregen en daarom gehouden waren, voor hem te bidden.--De

taxisboom of ijf wordt dubbel moordend genoemd, omdat hij als giftig

bekend stond en ook het beste hout voor bogen leverde. De naam van

giftig is niet onverdiend; het nuttigen van jonge bebladerde takken

kan voor het vee doodelijk wezen; bij de ouden werd de boom voor

zoo vergiftig gehouden, dat het eenigszins lang vertoeven in zijne

schaduw levensgevaarlijk genoemd wordt.

III. 2. 204. Wee u, gij neef. In zijn ontsteltenis wendt Richard

zich tot den verkeerde, daar vooral de Bisschop van Carlisle zijn

moedeloosheid gegispt had.

III. 3. 94. Oop'nen wil hij hier Het bloedig purp'ren testament des

oorlogs. Uit het door bloed gepurperd testament, dat hij opent,

wil Bolingbroke zien, wat de oorlog, die hier als erflater wordt

opgevat, hem vermaakt heeft.--Twee regels later heeft het Engelsch

een woordspeling met de dubbele beteekenis van crown: kroon en

schedel.--Het woord onburgerlijk, reg. 102, "wat geen burger past",

is minder sterk dan het Engelsch uncivil: onbeleefd, onhoffelijk, ruw.

III. 3. 153. Een kleinen grafkuil. De koning denkt aan het graf,

dat de kluizenaar zelf in de nabijheid zijner woning delft.

Koning Richard de Tweede · 第 30 / 33 题