HERTOGIN. Dan gaf "pardon" den doodsteek aan genâ.
Gij bitt're gade, booze man, die 't woord
Belaagt en dooden wilt door broedermoord!
Spreek van "genade", als onze taal gebiedt,
Het Fransche Koeterwaalsch verstaan wij niet.--
Uw oog wil spreken, plant uw tong er in,
Of geef door 't oor uw hart een zachten zin,
Opdat, door onze klacht en bede week,
Uw ziel, bewogen, 't woord "vergeving" spreek'!
BOLINGBROKE. Kom, moei, sta op!
HERTOGIN. Ik vraag niet op te staan;
Neen, enkel om vergeving houd ik aan.
BOLINGBROKE. 'k Vergeef hem, zooals God het mij eens doe.
HERTOGIN. Wat heil stroomt daar een knie, die knielde, toe!
Nog ben ik ziek van angst; herhaal dat woord!
't Herhalen breidt niet uit, doch voor wie 't hoort
Erlangt dat woord een hooger kracht en waarde.
BOLINGBROKE. 'k Vergeef hem, ja!
HERTOGIN. Gij zijt een god op aarde.
BOLINGBROKE. Maar wat mijn lieven zwager en den abt,
En de andren van 't verbonden rot betreft,
't Verderf zal fluks hun op de hielen zijn.--
Zend troepen uit, mijn waardige oom, naar Oxford,
En overal, waar die verraders steken;
'k Laat hen op aard niet leven; zij zijn mijn,
Zoodra ik weet, waar zij te vinden zijn.
Oom, vaar nu wel;--neef, zoo ik op u bouw,
Dank dit uw moeder, en blijf thans mij trouw.
HERTOGIN. Kom, oude zoon, word nieuw door diep berouw.
(Allen af.)