VI

15 September.--Terugkomst te Merw. Als men zoo pas de woestijn

verlaten heeft, schijnt de kleine onaanzienlijke stad haast

een paradijs. Verschillende officieren van den constructietrein

hebben verlof gekregen om mij te vergezellen; het wederzien van dit

toekomstige Babylon, de ontmoeting met hunne kameraden, het slapen

in een hôtel--ziedaar genietingen, waarnaar zij vurig verlangen. De

hôtels van Merw! Verbeeld u dat het mijne sedert acht dagen--alles

gaat hier met stoom!--eene geheele verandering heeft ondergaan het

is thans in het bezit van eene onbeschrijfbare piano en van eene

onweerstaanbare zangeres. Dit noemt men een _café-chantant_; Merw

bezit misschien een half dozijn van die inrichtingen, zoo als men ze

ook vindt in de binnenlanden van Algerië. Russen en Franschen hebben

op dit punt dezelfde liefhebberij. Nu, misschien is het nog beter,

na een dag van vermoeienden arbeid, zich 's avonds zoo goed en zoo

kwaad als het gaat te vermaken, dan van verveling te versuffen.

16 September.--Toebereidselen tot het vertrek. Afscheidsbezoeken bij

de hoofdofficieren, bij allen, die ons met zooveel vriendelijkheid

en voorkomendheid ontvangen hebben. Wij vleien ons met de hoop,

elkander weder te zien.

De Moergab, die reeds in het begin van September zeer laag was,

is in de laatste tien dagen nog meer gezakt, zoodat de kleiachtige

steile oevers bijna geheel bloot liggen. Toch kon, in Juni jl.,

de bedding der rivier het afstroomende water niet bevatten. Sedert

men de stuwen en waterwerken, welke door de vroegere sultans waren

gemaakt, heeft vernield en laten vervallen, wordt de oase van Merw elk

jaar, bij het smelten der sneeuw in de bergen van Afghanistan, door

overstroomingen geteisterd. Die van 1886 bereikte eene buitengewone

hoogte, en de Russen moesten alle krachten inspannen om de noodlottige

gevolgen dier overstrooming te keeren. In aller ijl werden dammen en

kistingen opgeworpen om de gaten en kuilen te stoppen, waardoor het

water kon binnenstroomen; gelukkig zijn de Tekkés in dit soort van

werk zeer ervaren. Ondanks alle inspanning richtte de overstrooming

toch groote verwoestingen aan; niet zonder verbazing vernam men dan

ook te Petersburg de inwijding van het station te Merw op 2/14 Juli

daaraanvolgende. De opening van een spoorweg in eene overstroomde

landstreek scheen bijna ongeloofelijk, en toch was het waar. Men

was er in geslaagd, de overstrooming te stuiten, de rivier in hare

bedding terug te dringen, en op den bepaalden dag te Merw te komen. Een

generaal-majoor, adjudant des Keizers, is zoo juist hier aangekomen

om zich met eigen oogen van het feit te overtuigen. Ongetwijfeld

zal zijn advies de uitvoering bespoedigen van de noodige werken,

waardoor de periodieke terugkeer dezer overstroomingen kan worden

voorkomen en aan de oase hare vroegere vruchtbaarheid terug gegeven.

De trein van den generaal staat gereed: mij valt de eer te beurt,

met Zijne Excellencie naar Oezoen-Ada terug te keeren. Wij vertrekken

ten elf uren des avonds.--Als het mij ooit vergund mocht zijn, in

deze landstreken terug te komen, wat zal ik dan vinden in plaats

van de dorre steppen en de sedert eene eeuw ontvolkte oasen? Die

oasen kunnen en zullen zonder eenigen twijfel, door het aanleggen

van waterwerken en irrigatiekanalen, in haar vroegeren toestand van

vruchtbaarheid en bloei worden hersteld; zelfs zal het mogelijk zijn,

de steppen, waarvan de grond vruchtbaar is, door aanvoer van water,

over groote uitgestrektheden in kultuur te brengen.

Over de vraag, waaraan de herhaalde afwisselingen van vruchtbaarheid en

dorheid moeten worden toegeschreven, die sedert twee- à drieduizend

jaar in Turkmenië voorkomen, loopen de gevoelens der geografen

uiteen. Toch schijnt de Amoe-darja als de onmiddellijke oorzaak te

moeten worden beschouwd van de veranderingen, welke historisch zijn

gestaafd; en deze oorzaak is hoogst waarschijnlijk zelve weder het

gevolg van natuurkrachten, wier werking zich ook openbaart in de

naphta- en petroleumbronnen.

Ten tijde van Strabo stortte de Oxus zich in de Kaspische-zee uit;

de handel tusschen den Pontus Euxinus en Indië volgde de waterwegen,

die ten oosten van de Kaspische-zee eene voortzetting vormden van de

vallei van de Koer in Transkaukasië. Het mag inderdaad onmogelijk

worden geacht, dat de grieksche geografen, na de veroveringen van

Alexander en de stichting van helleensche staten in Centraal-Azië,

vooral ook na het onderzoek van de oostelijke oevers der Kaspische-zee

door den zeevaarder Patroclus op last van Seleucus I, zich omtrent

een zoo belangrijk punt als de loop van den Oxus zouden hebben

vergist. Maar tijdens de oudste arabische en turksche schrijvers had de

rivier zich noordwaarts gekeerd en stortte zich in het Aralmeer uit;

alle arabische geschriften en dokumenten uit dit tijdvak staven dat

feit. In de veertiende eeuw hernam de Oxus weer de richting naar de

Kaspische-zee, daarbij de natuurlijke helling van het terrein volgende,

dat met een vrij sterk verval (ruim veertien centimeters per kilometer)

naar die zee afdaalt. Ongeveer twee eeuwen achtereen stroomde de rivier

nu door de nieuwe bedding; maar omstreeks het midden der zestiende eeuw

wendde de Amoe-darja zich nogmaals van de Kaspische-zee af en keerde,

voor zoover ons bekend is, ten tweeden male, naar het meer Aral terug.

Deze herhaalde verplaatsingen, waarvan onbetwistbare dokumenten

gewag maken, zijn bovendien op de meest afdoende wijze bevestigd

door de nauwkeurige verkenningen en opnemingen van de oude bedding

van den Oxus, thans onder den naam van de Oesboï bekend, die ter

hoogte van de stad Koenia-Oergendsh zich van de tegenwoordige bedding

afscheidde en naar de baai van Krasnowodsk liep. De verlaten bedding,

gemiddeld een kilometer breed, is zoo duidelijk kenbaar, als ware

het water eerst kort geleden weggevloeid. De steile oevers zijn in

den kleiachtigen grond tot eene diepte van twintig en vijf-en-twintig

meters uitgegraven; slechts hier en daar zijn de gelijkmatige aardlagen

met taluds van zand bedekt. De platen en eilanden, waarmede de rivier

bezaaid was, zijn nog duidelijk zichtbaar. De diepe kuilen in de oude

bedding zijn op vele plaatsen met water gevuld en vormen langwerpige,

kronkelende plassen, aan stukken van eene rivier gelijk; struikgewas

en rietbosschen verkwikken het oog van den reiziger, die weken lang

niets heeft aanschouwd dan de naakte steppen; hier en daar ontmoet hij

zelfs, langs den zoom van het zoete water, boschjes van populieren en

wilde olijven. De ruïnen van steden en dorpen, die men, bepaaldelijk

tusschen de delta van de Amoe en het meer Sari-Kamisch, langs de oevers

van de Oesboï aantreft, zijn onbetwistbaar uit twee verschillende

tijdperken afkomstig, overeenkomende met de twee perioden gedurende

welke de Oxus zijn loop nam naar de Kaspische-zee. De bouwvallen der

oudste steden getuigen van eene mate van ontwikkeling, beschaving

en rijkdom, die zeer veel hooger staat dan hetgeen de meer moderne

ruïnen ons te aanschouwen geven: deze laatsten komen geheel overeen

met de ruïnen der eerst in den laatsten tijd gebouwde turkmeensche

steden. Trouwens, hetzelfde verschijnsel hebben wij waargenomen

bij de ruïnen van Sultan-Sandjar-Kala en van Baïram-Ali, die beiden

achtereenvolgens de plaats van het tegenwoordige Merw hebben ingenomen;

slechts in de eerste, oudste stad vindt men artistieke monumenten,

freskoos en geëmailleerde tegels.

De Amoe-darja is echter niet de eenige rivier in deze landstreek,

welke in den loop der tijden hare bedding heeft verlegd. Toen de Amoe

zich nog in de Kaspische-zee uitstortte, liep de Sirdarja of Iaxartes

in den Oxus uit; het groote meer Aral bestond toen niet of was althans

niet veel meer dan een moeras. De schrijvers die melding maken van

de landstreek, welke door den Oxus en den Iaxartes wordt besproeid,

gewagen van het meer Aral alleen in die tijdperken, waarin de genoemde

rivieren zich niet meer in de Kaspische-zee uitstorten.

Terwijl de hoofdstroom van den Oxus zich, langs de bedding van de

tegenwoordige Oesboï, naar de baai van Krasnowodsk richtte, schijnt

een andere tak van de rivier, uitgaande van Tsjardjoeï, zijn loop in

westelijke richting te hebben genomen door de toenmaals boschrijke

en vruchtbare vlakte, thans als de woestijn van Karakoem bekend. De

Moergab van Merw en de Tedsjen, die zich thans in het zand verliezen,

stortten zich toen zeker in dien tak van de Amoe-darja uit. Naar alle

waarschijnlijkheid had ook de Sarafsjan vroeger haar uitmonding in de

Amoe; tegenwoordig verdwijnt zij in den grond op betrekkelijk korten

afstand van die rivier, waarin zij zich ongeveer tegenover Tsjardjoeï

moet hebben uitgestort.

Deze veranderingen en omkeeringen zijn te verklaren, wanneer men

aanneemt dat de bodem beurtelings is gerezen en gedaald, waardoor

natuurlijk de richting van het verval geheel gewijzigd werd. Dergelijke

golvingen van den grond zijn des te waarschijnlijker, omdat zij slechts

enkele meters behoeven te bedragen ten einde eene geheele verplaatsing

te weeg te brengen van de rivierbeddingen. De geologie heeft reeds op

verschillende punten van den aardbol dergelijke rijzing of daling van

den bodem geconstateerd; en binnen de grenzen van de landstreek zelve,

waarover wij nu spreken, kunnen wij wijzen op de bewegingen van den

grond in den omtrek van Bakoe, dat wil zeggen in het brandpunt der

natuurkrachten, die de naphta- en petroleumbronnen naar de oppervlakte

der aarde drijven. Het petroleumbekken van Transkaukasië strekt zich

echter ook onder den grond van het transkaspische gebied uit: in de

beide landen kunnen dezelfde oorzaken dezelfde gevolgen hebben te

weeg gebracht.

De nauwkeurige waarnemingen en waterpassingen, voor den aanleg van den

spoorweg noodig, hebben zeer belangrijke inlichtingen verschaft over

de golvingen en oneffenheden van het terrein, en daarbij de middelen

aangewezen, om van de tegenwoordige gesteldheid zooveel mogelijk

partij te trekken. De Moergab en de Tedsjen leveren eene voldoende

hoeveelheid water, om zelfs zonder groote onkosten, de oasen van

Merw en van de Atek weer in haar vroegeren toestand te herstellen;

voor de vruchtbaarmaking van de oase van Akhal-Tekké kan men de

rivieren van het plateau van Iran gebruiken. Maar om de woestijn

van Karakoem, althans gedeeltelijk, voor de kultuur te herwinnen zal

men een irrigatie-kanaal moeten aanleggen, dat boven Tsjardjoeï van

de Amoe-darja uitgaat en de natuurlijke golvingen van het terrein

volgt. Eene terugleiding van de rivier in de voormalige bedding,

door de Oesboï aangewezen, is thans onmogelijk door de veranderingen,

welke de bodem sedert heeft ondergaan en welke de Amoe-darja juist

gedwongen hebben, zich een weg te banen naar het meer Aral. Toch

hebben de russische ingenieurs hier eene schoone taak te vervullen,

wanneer zij er in slagen, deze wijd uitgestrekte landstreken, deze

steppen en wildernissen, waar het alleen aan water hapert, tot nieuw

leven en vruchtbaarheid te wekken en ze wederom te maken tot hetgeen

ze eenmaal waren: de voorraadschuren van Centraal-Azië.

17 September.--Acht uren des morgens. Wij komen te Askhabad, na in

negen uren een traject van driehonderd-vijf-en-veertig kilometers te

hebben afgelegd. Als wij den tijd van oponthoud aan de stations mede in

rekening brengen, heeft de trein met eene snelheid van ruim veertig

kilometers in het uur gereden: hetgeen inderdaad knap mag worden

genoemd voor eene lijn, die ter nauwernood voltooid is. Ik verlaat den

salon-wagen, waar ik een uitmuntenden nacht heb doorgebracht en roep

een koetsier, om een bezoek te gaan afleggen bij generaal Komarof:

want, even als in Europa, vindt men ook hier rijtuigen bij aankomst

van den trein.

De stad ligt ruim vijftienhonderd meters van het station verwijderd;

de weg die beiden verbindt zou niets te wenschen overlaten, ware hij

niet bedekt met zulk eene dikke laag stof, dat door den wind wordt

aangevoerd. Ik durf mij nauwelijks voorstellen, hoe men het hier

maken moet bij storm uit het noorden.

Askhabad is vele jaren ouder dan Merw en is dan ook drukker en als

handelsplaats belangrijker; intusschen laat het zich aanzien dat Merw

deze stad spoedig genoeg overvleugelen zal. Generaal Komarof bewoont

een zeer fraai huis, zoo als men er in Merw nog geen vindt. Ik word

dadelijk toegelaten bij Zijne Excellencie, die in zijn kabinet,

eene zeer ruime zaal, aan het werk is. In warme landen is het de

gewoonte--en eene zeer goede gewoonte--groote, ruime kamers te maken;

maar in Turkmenië, waar het 's winters zoo geducht koud kan zijn,

moet men in zulke zalen half bevriezen.--De generaal ontvangt mij

met de meest voorkomende vriendelijkheid; hij verhaalt mij van zijn

reis, nu kort geleden, naar de vallei van de Atrek en de perzische

grens, en laat mij zijne rijke verzameling van photografiën en van

antiquiteiten zien: generaal Komarof is namelijk niet alleen een

militair, maar ook een geleerde en een ijverig navorscher. Na zijn

ontslag uit de militaire dienst, stelt hij zich voor, een omvangrijk

werk uit te geven over de landen van den Kaukasus en Voor-Azië.

Ik moest dien dag bijzonder veel van mijne maag vorderen: om twaalf

uur dejeuneerde ik met generaal Annenkof in den trein; om half twee

dejeuneerde ik nog eens bij generaal Komarof; om vier uur lunch

bij denzelfden; om zeven uren diner in den trein; om negen uur,

receptie in de militaire societeit; te middernacht officieel souper

bij den opperbevelhebber van het transkaspische gebied.--Dit gebied

of deze provincie is--in het voorbijgaan gezegd--in zes districten

verdeeld, aan het hoofd waarvan een kolonel of een luitenant-kolonel

staat. Deze zes districten zijn: Fort-Alexandrowski, Krasnowodsk,

Askhabad, Karibent, Merw en Pendeh; de inlandsche bevolking wordt op

ongeveer vijfhonderd-vijftigduizend zielen geschat.

De trein zette zich tegen half drie in den morgen in beweging: het

was meer dan tijd. Het is mij niet mogelijk geweest, een bezoek te

brengen aan de ruïnen van Nissa, op eenige wersten afstands, aan den

voet der perzische bergen gelegen. Men vindt in den bazar van Askhabad

prachtige perzische tapijten en verschillende produkten van Merw,

Afghanistan en Bokhara, waaronder zeer fraaie zaken. Deze artikelen

zijn niet duur, maar men moet er kennis van hebben.

18 September.--Negen uur 's morgens. Aankomst te Kizil-Arwat. Wij

hebben op nieuw tweehonderd kilometers afgelegd, met eene snelheid van

vijf-en-veertig kilometers in het uur. De generaal neemt de werken voor

den bouw van het nieuwe station, tot in de kleinste bijzonderheden,

in oogenschouw. Hij gaat overal heen en ziet alles na: ondanks zijne

vijftig lenten schijnt de brandende zon hem niet te hinderen. Bedenk

daarbij, dat hij aldus onafgebroken sedert vijftien maanden bezig is.

De steppen, de zandduinen, de Groote- en de Kleine Balkan vliegen langs

ons heen: de trein heeft eene snelheid van vijftig kilometers in het

uur. Wij dalen in volle vaart het zandige plateau van de kuststreek

der Kaspische-zee af, waartegen de gewone passagierstrein, bij onze

aankomst, zich langzaam moest opwerken. Vier uren na ons vertrek van

Kizil-Arwat zijn wij weer te Oezoen-Ada, dat in dien tusschentijd

belangrijke veranderingen en vergrootingen heeft ondergaan. Het is

vier uren in den namiddag; wij hebben tweehonderd-vijftig kilometers

afgelegd.

De schrijvers, die aan de Russen de talenten en bekwaamheden

der west-europeesche rassen ontzeggen en geene gelegenheid laten

voorbijgaan om tegen Rusland en voor Engeland partij te kiezen,

zouden wel doen, indien zij hun studeervertrek eens verlieten

om zich met eigen oogen te overtuigen van het groote werk in het

hart van Azië volbracht, en dat, zoo noodig, met onverzettelijke

energie zal worden voortgezet tot de eindelijke, de onvermijdelijke

ontknooping. Zij zouden dan begrijpen dat wellicht de tijd nadert

voor het vereffenen van zekere sedert lang loopende rekeningen,

en dat misschien de negentiende eeuw niet ten einde zal spoeden,

zonder getuige te zijn geweest van groote en gewichtige gebeurtenissen.

En wat hen niet het minst zou verbazen, is het gering bedrag der

kosten van het zoo gelukkig volbrachte werk. De kosten van aanleg van

den transkaspischen spoorweg bedragen niet meer dan twee-en-dertig

duizend roebels per werst, daaronder begrepen de kosten der metalen

rails en van het rollend materieel, welk een en ander uitsluitend door

russische fabrieken geleverd wordt. Als men de ontzaglijke afstanden

en de bezwaren, aan het verblijf in de turkmeensche steppen eigen,

in aanmerking neemt, dan mag dit cijfer inderdaad zeer gering heeten.

Onder de voornaamste oorzaken van deze geringe uitgave moet men

voorzeker in de eerste plaats rekenen de omstandigheid, dat een

zeer groot deel van het personeel uit militairen bestaat; en voorts

het gebruik van inlandsche arbeiders, die weinig kosten en veel werk

verrichten, ondanks sommige zeer primitieve gebruiken. Daartoe behoort

onder anderen de aartsvaderlijke gewoonte om elkander van hand tot

hand de steenen voor den bouw over te reiken en om de uitgegraven

aarde in zakken te vervoeren. Ik houd het er voor, dat de metselaars

bij den torenbouw van Babel op gelijke wijze te werk gingen. Voor

elken zak zijn drie man noodig: een die de aarde uitgraaft, een die

den zak vasthoudt en wegdraagt naar de plaats van berging, waar een

derde man den voorraad in ontvangst neemt en zoogenoemd verwerkt.

Dat de lijn dadelijk in exploitatie wordt gebracht naar gelang de rails

zijn gelegd, zonder op de voltooiing der stations en andere werken te

wachten, draagt er mede toe bij om de kosten te verminderen, want nu

wordt zooveel te spoediger gelegenheid gegeven tot een, zij het ook

nog beperkt vervoer, waarvan de opbrengst in mindering komt van de

kosten van aanleg. Reeds hebben duizenden mohammedaansche pelgrims,

die jaarlijks uit westelijk Perzië en de landen van Transkaukasië

naar Mesjhed trekken om de graven der Aliden te bezoeken, van den

transkaspischen spoorweg gebruik gemaakt. Om hen te lokken, heeft de

generaal eene in het perzisch geschreven brochure doen uitgeven en

verspreiden, waarin de voordeelen van dit nieuwe middel van vervoer,

de besparing van tijd en geld, worden aangetoond. Bovendien zijn ten

behoeve van die bedevaartgangers bijzondere wagens ingericht. Men

heeft ook handelsagenten naar de jaarmarkt van Nowgorod en tevens

naar Bokhara en naar andere steden van Centraal-Azië gezonden, om de

aandacht op den nieuwen spoorweg te vestigen: met dat gevolg, dat een

deel der waren die vroeger over Orenburg werden vervoerd, nu langs

deze lijn zijn getransporteerd. Reeds nu zag ik te Tsjardjoeï groote

hoeveelheden van wollen en zijden stoffen, van gedroogde vruchten

en vooral van katoen. Dit laatste is van bijzonder gewicht. Tot

dusver moesten de russische katoenfabriekanten hunne grondstof

voor negen tienden uit Amerika en Egypte ontbieden; het gemis van

geschikte vervoermiddelen maakte het voor hen bijna onmogelijk, hunne

katoen uit Centraal-Azië te laten komen. De transkaspische spoorweg

zal hierin eene groote verandering brengen; en het weder in kultuur

brengen van de turkmeensche steppen, dat niet achterwege kan blijven,

zal er krachtig toe bijdragen om ook onder dit opzicht Rusland van

de vreemden onafhankelijk te maken.

De avond is gevallen, en het is aan zee zeer koel geworden. Wij

kunnen zeer goed gevoelen dat de zomer voorbij is. Wij dineeren in

den gesloten wagon, en luisteren daarbij naar eene militaire muziek,

welke ik voor het eerst hoor. De muziekanten dragen de russische

uniform; een der officieren deelt mij echter mede, dat de kosten van

dit muziekkorps door den generaal persoonlijk worden gedragen; de

muziekanten verplaatsen zich nu naar het eene, dan naar het andere

station, om in het leven der ballingen althans eenige afwisseling

te brengen.

Na afloop van het diner was er groote reunie in de galerij van

het station, waarbij ook de dames der officieren en ambtenaren

tegenwoordig waren. De generaal wilde voor den volgenden avond een

groot bal organiseeren;--maar helaas! eene leelijke kleine stoomboot

ligt gereed om naar Bakoe te vertrekken. Verzuim ik deze gelegenheid,

dan moet ik drie dagen wachten: dat is onmogelijk. Maar desniettemin

breng ik dezen laatsten avond op aziatischen bodem op de aangenaamste

wijze door.

19 September.--Het uur van vertrek is gekomen; de boot vaart om

twaalf uur af; ik moest dus afscheid nemen van allen met wie ik op

dit uitstapje kennis had gemaakt en van wie ik de vriendelijkste en

liefelijkste herinneringen medenam. Generaal Annenkof geleidde mij met

zijne officieren naar boord: op de stoomboot drukten wij elkander voor

het laatst de hand. De generaal voegde mij toe, dat hij mij over een

jaar weer hoopte te zien bij de inwijding van het station te Samarkand.

Het laatste gelui weerklinkt; het anker wordt gelicht; de boot zet

zich in beweging; de officieren op de kaai wuiven mij een laatsten

afscheidsgroet toe. Twee minuten later is Oezoen-Ada achter de gele

zandheuvelen verdwenen.

Reis naar Merw De Aarde en haar Volken, 1887 · 第 5 / 6 题