HOOFDSTUK XXXVI.

Is heel kort en schijnbaar zonder belang; maar ondanks dat moet het toch

gelezen worden als vervolg op het vorige en als een sleutel tot een

ander, dat volgen zal, wanneer de tijd ervoor gekomen is.

»En dus ben je besloten van morgen mijn reisgezel te zijn, hé?« vroeg de

dokter, toen Harry Maylie bij hem en Oliver aan de ontbijttafel kwam.

»Jij blijft ook geen twee halve uren na elkaar bij hetzelfde plan!«

»U zult er dezer dagen wel anders over oordeelen,« zeide Harry en

kleurde zonder eenige naspeurlijke reden.

»Ik hoop, dat ik er reden voor zal hebben,« antwoordde de dokter,

»ofschoon ik bekennen moet, dat ik 't niet geloof. Gisterenmorgen nog

was je plotseling besloten, hier te blijven en als een gehoorzame zoon

met je moeder mee naar de zeekust te gaan. Eer het middag was, verkondig

je, dat je mij de eer zult aandoen mij zoover als ik ga te vergezellen

op je weg naar Londen. 's Avonds dring je, heel geheimzinnig, bij mij

aan, op reis te gaan eer de dames op zijn; waarvan het gevolg is, dat

Oliver hier aan 't ontbijt zit, terwijl hij in de weilanden behoorde te

dwalen om botanische wonderen van allerlei soort op te zoeken. 't Is al

te erg, wat zeg jij, Oliver?«

»'t Zou mij erg gespeten hebben, niet thuis te zijn als u en mijnheer

Maylie weggaan,« antwoordde Oliver.

»Jij bent een aardige jongen,« zei de dokter, »als je weer in Chertsey

bent, moet je mij eens komen opzoeken. Maar in ernst Harry, heeft een of

ander bericht van de groote hansen je in eens zoo doen verlangen om weg

te gaan?«

»De groote hansen,« antwoordde Harry, »onder welke benaming ik vermoed

dat u mijn zeer waarde oom bedoelt, hebben me heelemaal geen bericht

gezonden, sinds ik hier ben; ook is het in dezen tijd van 't jaar niet

waarschijnlijk dat iets mijn onmiddellijke verschijning bij hen

noodzakelijk zou maken.«

»Wel,« zei de dokter, »jij bent een gekke jongen. Maar natuurlijk

brengen ze je bij de verkiezing nog vóór Kerstmis in het Parlement

en deze plotselinge wisselingen en veranderingen zijn geen slechte

voorbereiding in de politiek. Er is iets voor te zeggen. Goed getrained

te zijn is altijd aan te bevelen, of de wedstrijd om een positie, een

eerebeker of een wedrenprijs gaat.«

Harry Maylie zette een gezicht, alsof hij dit korte gesprek kon doen

volgen door één of twee opmerkingen, die den dokter niet weinig versteld

zouden doen staan, maar hij vergenoegde er zich mee, te zeggen: »We

zullen wel zien« en ging niet verder op het onderwerp door. Kort daarop

reed de postsjees voor de deur. Giles kwam de bagage halen en de dokter

holde naar buiten om te zien of alles er wel was.

»Oliver,« zeide Harry Maylie met zachte stem, »ik wou graag een woordje

met je spreken.«

Oliver ging naar de breede vensterbank, waarheen Harry hem wenkte; heel

verbaasd toen hij opmerkte hoe de jonge man tegelijk bedroefd en

opgewonden scheen.

»Je kunt nu toch goed schrijven?« vroeg Harry en legde zijn hand op

Oliver's arm.

»Ik hoop 't, mijnheer,« antwoordde Oliver.

»Ik kom misschien in langen tijd niet weer thuis; ik wou graag, dat je

mij schreef--laten we zeggen eens in de veertien dagen om den anderen

maandag--naar het Algemeene Postkantoor in Londen. Wil je?«

»O! zeker mijnheer, ik zal er trotsch op zijn, dat ik 't doen mag,« riep

Oliver uit, erg vereerd met de opdracht.

»Ik wou graag weten, hoe mijn moeder en juffrouw Maylie het maken,«

zei de jonge man, »en dan mag je ook een velletje volschrijven met

te vertellen, welke wandelingen je doet en waar je over praat en of

zij--mijn moeder en Miss Maylie meen ik--gelukkig en vroolijk zijn.

Begrijp je me?«

»O, ja mijnheer, best,« antwoordde Oliver.

»Ik wou liever, dat je er met haarzelve niet over sprak,« zei Harry

haastig, »omdat moeder dan misschien ook meer aan mij zou willen

schrijven en 't is zoo'n moeite voor haar. Laat het een geheim zijn

tusschen jou en mij en denk er om, dat je alles schrijft! Ik reken op

je.«

Oliver, die zich heel vereerd en gewichtig voelde, nu hem zoo iets

belangrijks opgedragen werd, beloofde het geheim te bewaren en uitvoerig

te zijn in zijn berichten. Mijnheer Maylie nam afscheid van hem met

allerlei verzekeringen van zijn genegenheid en bescherming.

De dokter zat in de postkoets, Giles (die achter zou blijven) hield de

deur open en de dienstmeisjes stonden in den tuin te kijken. Harry wierp

één vluchtigen blik op het tralievenster en sprong in het rijtuig.

»Vooruit!« riep hij, »vlug, snel, in galop! Niets dat niet hard vliegt,

zal mij vandaag bijhouden. Hoor je?«

»Hallo!« riep de dokter, terwijl hij haastig het voorraampje neerliet en

den postiljon toeschreeuwde: »mij kan iets, dat heel langzaam vliegt,

wel bijhouden. Hoor je?«

Ratelend en rammelend, tot de afstand het geluid onhoorbaar maakte en

alleen het oog den snellen gang nog waar kon nemen, zocht het voertuig

zijn weg langs den weg, bijna verborgen in een stofwolk, nu eens gansch

verdwenen en dan weer zichtbaar, al naar de voorwerpen of de bochten van

den weg het toelieten. Eerst toen de stofwolk niet meer te zien was,

verspreidden de toeschouwers zich.

Er was één toeschouwster, die nog lang, nadat het rijtuig mijlen ver weg

was, haar oogen gericht hield op de plek, waar het was verdwenen; want

achter het witte gordijn, dat haar, toen Harry naar het raam opkeek,

verborgen had, zat Rose.

»Hij schijnt vroolijk en gelukkig,« zeide zij eindelijk. »Ik vreesde,

dat hij anders zou zijn. Ik vergiste me. Daar ben ik heel, heel blij

om.«

Tranen kunnen zoowel verdriet als blijdschap uitdrukken, maar de tranen,

die langs Rose's gezicht vloeiden, terwijl zij peinzend voor het raam

zat en altijd in dezelfde richting staarde, schenen meer van verdriet

dan van vreugde te spreken.

De avonturen van Oliver Twist · 第 96 / 118 题