Sikes wees met zijn pistool naar de voordeur en raadde hem kortaf aan,
er om te denken, dat hij den heelen weg binnen schot was en dat hij, bij
de minste aarzeling, op hetzelfde oogenblik dood zou neervallen.
»'t Is in 'n minuut gedaan,« zeide Sikes, even zacht fluisterend.
»Dadelijk, als ik je los laat, doe jij je werk. St!«
»Wat is dat?« fluisterde de ander.
»Niets,« zei Sikes en liet Oliver los. »Nou!«
In den korten tijd, dien hij gehad had om zijn gedachten te verzamelen,
had de jongen het dappere besluit genomen, of het zijn leven kostte of
niet, een poging te doen, uit de hal naar boven te hollen en de familie
te waarschuwen. Vervuld van dit denkbeeld, sloop hij zachtjes voort.
»Kom terug!« schreeuwde Sikes plotseling hardop. »Terug! terug!«
Ontsteld door dit plotselinge verbreken van de doodsche stilte in huis
en door een luiden schreeuw, die volgde, liet Oliver zijn lantaarn
vallen en wist niet of hij vooruit ging of vluchtte.
De kreet werd herhaald--een licht verscheen--een visioen van twee
verschrikte, half gekleede mannen boven aan de trap wemelde voor zijn
oogen--een flits--een hard geluid--rook--een gekraak ergens, waar wist
hij niet--en hij tuimelde terug.
Sikes was een oogenblik verdwenen, maar hij sprong op en greep, eer de
rook was opgetrokken, Oliver bij zijn kraag. Hij schoot zijn eigen
pistool af naar de mannen die reeds achteruitweken en trok den jongen
omhoog.
»Hou me steviger vast,« zei Sikes, terwijl hij hem door het raam trok.
»Geef me een doek. Ze hebben 'm geraakt. Gauw! Vervloekt, wat bloedt de
jongen.«
[Illustratie: DE KREET WERD HERHAALD.... EEN FLITS.... EEN HARD
GELUID.... ROOK, EEN GEKRAAK ERGENS, WAAR WIST HIJ NIET....]
Toen volgde luid belgerinkel, vermengd met het knallen van vuurwapens en
kreten van menschen, en de gewaarwording, alsof hij snel over een
oneffen grond voortgesleept werd. De geluiden verwarden zich in de verte
en een koude als van den dood bekroop de borst van den jongen; hij zag
of hoorde niets meer.