Gayarré.
De Spaansche tenor #Gayarré# heeft met #Angelo Massini# de zelfde
populariteit gekend, die thans #Caruso# te beurt valt.
Volleerd zanger en bovendien een groot artiest, schuilde er in zijn stem
iets, dat de ziel roerde, niettegenstaande hij soms door den neus zong.
Hij was de afgod van het publiek in zijn geboorteland, doch heeft ook in
de Groote Opera te Parijs en in andere steden van Europa en Amerika
triumfen gevierd. Hij verdiende geregeld 5000 francs per voorstelling,
bij welk bedrag nog de talrijke kostbare geschenken gevoegd kunnen
worden, die hem overal werden aangeboden.
Door mij geëngageerd om tegelijk met Adelina Patti in "Traviata", "De
Barbier uit Sevilla" en "Lucie di Lammermoor" op te treden, evenaardde
zijn succes vaak het hare, hetgeen heel wat zeggen wil, als men nagaat
dat deze onvergelijkelijke nachtegaal een kwart eeuw lang door alle
muziekliefhebbers op de handen is gedragen.
Daar wij vier voorstellingen te Barcelona hadden te geven, waren wij in
het hotel "Les Quatre Saisons" op de Rambla del Cantra afgestapt. 's
Morgens aan ons ontbijt zien wij, dat twee bejaarde mannen zich vlak
voor ons open venster posteeren, op wier gezicht hun nijpend gebrek te
lezen stond. Terwijl de één met bevende hand de vioolsnaren bestreek,
zong de ander met schor geluid de cavatine uit "Faust", doch hoezeer
zijn stem ook geleden had, men kon zijn zangtechniek wel degelijk nog
onderscheiden. Niemand lette echter op hen en geen enkel geldstuk werd
hun gegeven. Toen Gayarré dat zag, trok hij zich hun lot terstond aan.
Wie weet wat deze achteruitgegane artiesten al doorgemaakt hebben, zei
hij tot mij. Misschien hebben zij van morgen niet eens gegeten. Laten
wij hun een gelukkigen dag bezorgen.
--Goed, laten we hun elk een louis geven.
--In orde, doch we moeten met wat anders beginnen.
--Wat bedoel je?
--Ik zal in hun plaats gaan zingen en jij moet met je hoed rondgaan. Ik
ben zeker dat we heel wat zullen ophalen.
--Dat meen je toch niet?
--Wis en zeker en wel terstond. Iedereen kent me hier en nog nimmer
heeft het publiek me voor zoo'n geringen prijs hooren zingen. Kom mee.
Of ik wilde of niet ik moest hem wel volgen. Bovendien we deden er een
goede daad mee.
Gayarré naderde den vioolspeler, vroeg naar zijn repertoire en de plaats
van den ouden zanger innemend, begon hij lustig de groote aria van
"Traviata" te zingen. In minder dan geen tijd stroomde het publiek toe
en omringde ons groepje, terwijl men van alle kanten riep: "Gayarré, hij
is het!" ... "Het is Gayarré!" ...
Toen hij zijn lied ten einde had gezongen, ging ik met mijn hoed rond.
Zilver en koperstukken vielen er bij hoopjes in, zelfs hier en daar een
goudstukje. Bij natellen hadden we over de 874 francs opgehaald, die wij
den overgelukkigen oudjes ter hand stelden.
--Welnu, Schürmann, sprak Gayarré, toen wij weer aan de ontbijttafel
zaten, ben je tevreden over de recette? Wat mij betreft, van mijn leven
heb ik nog nooit met zoo'n genoegen een lied gezongen.
Tamagno.
Een machtig geluid, één der krachtigste tenorstemmen, die ik ooit
gehoord heb. Weinig of geen bekoring, maar stembanden zoo forsch en
lenig, dat zijn borstnoten veel van kanonschoten hadden. Middelmatig
tooneelspeler, zonder distinctie, dankt #Tamagno# zijn groote reputatie
en zijn hooge "cachets" hoofdzakelijk aan zijn krachtige longen. Zijn
"Mozes" (Rossini) en "Othello" (Verdi) zijn in dit opzicht dan ook
onvergelijkelijke creaties.
Zelden heeft een artiest, die zulke reuzenbedragen verdiende een meer
eigenaardige zuinigheid aan den dag gelegd. In zijn koffers, waarvan het
vervoer op rekening van den impresario stond, sleepte hij een
petroleumstel mee, waarop hij zelf zijn eten kookte, dat hij elken dag
bij landgenooten en als die niet te vinden waren op de markt ging
koopen.
Wanneer hij bij Italiaansche leveranciers terecht kon, sloeg hij steeds
een groote voorraad in, dat hij dan grootendeels met vrijkaartjes
bekostigde, waardoor hij nog enkele francs uitspaarde. Aan hôtel-eten
had hij een broertje dood, zeker met het oog op de talrijke kellners en
de verplichte fooitjes.
Een tweede eigenaardigheid was het opsparen van kaarsen, waarvan hij
koffers vol had. Het contract van Tamagno gaf hem recht op twee en
dertig kaarsen per week ter verlichting van zijn loge. Daar de meeste
kleedkamers van gaslicht voorzien waren, had hij langzamerhand een
verzameling kaarsen gekregen, groot genoeg om er een winkel mee op te
zetten.
* * * * *
Bij de buitengewone voorstelling in den Renaissance-schouwburg te
Parijs, waarvan de opbrengst moest dienen tot het oprichten van een
standbeeld voor #Alexander Dumas fils#, had Tamagno zich op mijn
aandringen bereid verklaard aan het slot van het rijke programma eenige
liederen ten beste te geven.
Tamagno was reeds vroeg in de schouwburg aanwezig en wachtte kalmpjes in
den kleinen artiesten-foyer zijn beurt af. Het was er snikheet en de
voorstelling duurde verbazend lang.
--Waarde Schürmann, ik zit me hier niet weinig te vervelen.
--Waarom gaat u het tweede bedrijf van "La Femme de Claude" niet zien?
--Dank je wel, tooneel interesseert me weinig, maar ik heb een idee. Kan
je me misschien aan een paar klompen helpen?
Ik keek vreemd op, doch daar hij bleef aandringen, verzocht ik één der
employés in de requisietenkamer naar een paar klompen uit te zien.
Weldra kwam hij er mee aandragen. Tamagno trekt zijn lakschoenen uit,
zoo ook boord vest en jas en begint nu met deze klompen aan in zijn
hemdsmouwen eenige boerendansen uit te voeren, zooals dat in Italië op
het platte land het gebruik is.
Hij scheen er zelf bijzonder veel plezier in te hebben, want de ééne
dans volgde op den anderen en ik moest toegeven, hij deed het
alleraardigst. Na verloop van een half uur, toen hij geheel bezweet en
buiten adem wou gaan uitrusten, komt de regisseur waarschuwen, dat het
zijn beurt is om op te treden.
Hij trekt haastig zijn kleeren en schoenen weer aan, begint zijn aria,
doch of hij zich te veel reeds had ingespannen, hij kon maar niet op
stem komen en er kwam van zijn nummer zoo goed als niets te recht.
--J'ai chanté comme un "sabot". Men had beter gedaan naar mij te komen
zien, toen ik ze zoo even nog aan had.
Ernesto Nicolini.
Franschman van origine heeft #Ernest Nicolas# na zijn huwelijk met
#Adelina Patti#, zich steeds Ernesto Nicolini laten noemen. Begiftigd
met een schoone stem miste hij artistiek gevoel en smaak en was daarbij
een beslist tegenstander van moderne muziek, die van de zangers iets
meer dan uitsluitend een mooie stem vereischt. Zoo hij dan ook niet de
markiezin #de Caux# op zijn weg ontmoet had, meer bekend onder haar
eigen naam: Adelina Patti, welke wereldberoemd werd, zou hij met zijn
optreden in "Aida", "Lucie" en "Traviata" nimmer zoo'n opgang gemaakt
hebben.
Eenmaal de echtgenoot van "La Patti", trad hij geregeld met haar op en
oogstte naast haar de grootste triumphen. Op betreklijk nog jeugdigen
leeftijd nam hij afscheid van de planken om zich uitsluitend in te laten
met het beheer van de financieele belangen van zijn beroemde
echtgenoote. Hij stelde haar repertoire vast, teekende de contracten en
wist haar fortuin steeds meer en meer te vergrooten. Zijn afkeer en zijn
gering begrip van elke nieuwe richting in de muzikale concepties der
groote componisten waren oorzaak, dat La Patti zich nimmer aan het
repertoire van #Richard Wagner# gewaagd heeft.
Als zij dat gewild had zou zij als Eva in de "Meistersinger" of als
Senta in de "Fliegende Hollander" beslist furore gemaakt hebben, doch
hij oordeelde dat haar Rosina, Violetta en Lucie genoeg opbrachten, en
wilde van geen enkele nieuwe creatie weten.
In 1885 heeft hij nog éénmaal meegezongen en wel bij de reeds meer
besproken tournée van La Patti in Spanje. De vier voorstellingen, die
wij te Barcelona zouden geven, had onder de Catalonische bevolking
zoozeer de belangstelling gaande gemaakt, dat er reeds vooruit voor
20.000 francs besproken was.
Als eerste voorstelling ging "Traviata" met La Patti als Violetta en
#Stagno# als Alfredo. Daar kort te voren deze partij nog door #Gayarré#,
den beroemden Spaanschen tenor hier gezongen was, gaf Stagno plotseling
voor, niet bij stem te zijn en weigerde op te treden. Daar hij den
volgenden dag wel goed bij stem was in den "Barbier", in welke rol hij
de concurrentie van Gayarré niet vreesde, was dit voorgeven van
heeschheid maar een uitvlucht om zich niet aan een vergelijking met
Gayarré bloot te stellen.
Stagno hield voet bij stuk en ik was door zijn weigering in groote
moeilijkheid geraakt. Ten einde raad besloot ik Nicolini te polsen, of
hij voor een enkele maal zijn oude rol van Alfredo nog eens zou willen
opnemen om mij uit de verlegenheid te helpen en ik deed dit verzoek
gepaard gaan met de aanbieding van een zeer kostbare diamanten dasspeld.
Hoewel Nicolini in geen acht jaar meer gezongen had, scheen dit geschenk
toch den doorslag te geven. Nicolini verklaarde zich bereid en ik
haastte mij over de affiches de volgende aankondiging te laten plakken.
"M. Stagno weigert als Alfredo op te treden. M. Nicolini zal hem in deze
rol vervangen. Zij, wien deze mutatie niet aanstaat, zijn gerechtigd hun
entreegeld aan de kas terug te halen."
Eenige duizenden francs werden teruggegeven, doch de billetten werden
terstond door anderen gekocht, zoodat de zaal overvol was, toen het
gordijn opging.
Bij het verschijnen van La Patti klinkt plotseling een helsch gefluit en
geschreeuw, en als Nicolini ook zijn mond open doet, verdubbelt het
lawaai nog in omvang. Men laat het scherm weer zakken. Maar zoodra men
het ophaalt, begint het kabaal opnieuw.
Ik laat wederom "halen" en verschijn nu zelf voor het voetlicht: "Dames
en Heeren. Er moet hier een vooruit georganiseerd kabaal achter
schuilen, want Mme Patti is van haar leven nog nooit uitgefloten
geworden en de rolverandering van den tenor werd vooruit aangekondigd.
Ik verzoek u dus beleefd doch dringend mijn artiesten verder ongemoeid
te laten."
Dit scheen te helpen, want de voorstelling kon nu zoo goed en zoo kwaad
als het ging haar verloop hebben.
Het bewijs dat deze herrie door Stagno zelf aangericht was, werd mij
duidelijk, toen ik vernam, dat de teruggegeven billetten door zijn
vrienden en handlangers waren opgekocht en hij zich de luxe had willen
permitteeren om Nicolini te laten uitfluiten en met hem natuurlijk
tevens La Patti.
Deze laatste was niet weinig verstoord, hetgeen zich begrijpen laat.
Voor de eerste maal in haar leven door haar eigen landgenooten
uitgefloten! Op staanden voet wilde zij uit Barcelona vertrekken.
Om deze schade en schande te voorkomen, verzon ik de volgende list.
Ik had in Barcelona kennis gemaakt met den zoon van een invloedrijk
bankier M. #Coll y Rataflutis#. Hem zocht ik na afloop der voorstelling
terstond op.
--U hebt hier vele relaties, niet waar?
--Natuurlijk. Vader staat met de deftigste families hier ter stede in
betrekking. Maar waarom vraagt u me dat?
--Bezit u misschien ook hun naamkaartjes?
--Wel mogelijk, ik zal eens nazien.
Een kwartier later zat M. Coll y Rataflutis met nog een vriend, mijn
secretaris en mijn eigen persoontje de naamkaartjes met volgende
staaltjes van geestdriftig huldebetoon en verontwaardiging te
onderteekenen.
Zangvogeltje, verlaat ons niet!... Zijn die ellendelingen doof!... La
Patti uitfluiten is God beleedigen!... Men schaamt zich
een Spanjaard te zijn!... Hemelsche harp, weerklink nog eenmaal!...
Mijn spijt voor het wangedrag mijner landgenooten... enz. enz.
Den tooneelknecht, behoorlijk op de hoogte gebracht werd opgedragen deze
naamkaartjes, waarop de "haute fleur" van Barcelona gedrukt stond,
telkens bij pakjes van tien bij La Patti aan huis te bezorgen.
Toen ik 's middags bij haar mijn opwachting maakte, sprong zij me om den
hals en riep uit: Ik blijf! O, als je eens wist hoe galant die
Spanjaarden toch kunnen zijn...
Ik kon me met moeite goed houden, doch La Patti merkte gelukkig niets.
Roberto Stagno.
De lieveling van het publiek. Een tenor, die nimmer minder dan drie
duizend francs per optreden ontvangen heeft en in Europa en in Amerika
zelfs tien duizend francs verdiende. Waarom? Dit heb ik mij steeds
vergeefs afgevraagd.
Zijn stem had niet de geringste bekoring en kon moeilijk fraai gevonden
worden, doch hij bezat een knap voorkomen en was bovendien een kranig
acteur, die door zijn figuur en zijn elegante manieren vooral bij de
dames in de gunst stond. In ieder geval was hij een uitstekend
leermeester en aan zijn zangonderricht heeft de thans zoo beroemde
operazangeres #Gemma Bellincioni# veel te danken.
Wat de oorzaak van Stagno's succes ook moge zijn, een impresario heeft
rekening te houden met den smaak van het publiek. Vandaar dat ik ook
Stagno voor mijn tournée door Spanje geëngageerd had.
Ik heb reeds meegedeeld om welke reden hij te Barcelona in Traviata
weigerde op te treden en hoe hij de billetten had laten opkoopen om
#Nicolini# uit te fluiten. Om zijn vrienden te overtuigen, dat hij niet
uit jaloezie zoo handelde, maar om Nicolini zijn hebzucht betaald te
zetten, had hij handig rondgestrooid, dat ik hem zijn rol had afgenomen
op aandringen van het echtpaar Patti-Nicolini.
Zijn vrienden woedend dat La Patti hun van hun geliefden tenor had
beroofd, alleen om haar echtgenoot enkele billetten van duizend francs
in handen te spelen, hadden zich gewillig voor Stagno's plan geleend.
Toch zou onze tenor niet lang plezier van zijn bedrog hebben, Adelina
Patti door de toegezonden protesten der Barcelonasche aristocratie weer
met het publiek verzoend, had bovendien vernomen, dat Stagno de schuld
van alles was. Zij nam zich voor hem dit gevoelig betaald te zetten.
Bij de opvoering van den "Barbier" gelastte zij mij voor haar rekening
2000 francs plaatsen te nemen en die rond te deelen, op voorwaarde, dat
de bezitter van zoo'n entréebewijs Stagno bij zijn verschijnen zou
uitfluiten.
Eerst wilde ik mij er niet toe leenen, doch daar ik met Stagno toch niet
al te best overweg kon en mij er meer aan gelegen lag La Patti tot
vriend te houden, voerde ik haar verlangen stipt uit en ik behoef er
nauwelijks aan toe te voegen, dat Stagno leelijk op zijn neus keek, toen
hem hetzelfde lot trof, waar hij twee avonden te voren Patti-Nicolini op
vergast had.
Dit is echter de eerste en laatste keer in mijn leven geweest dat ik een
artiest, die ik handen vol goud moest betalen, zelf liet uitfluiten.
Doch, zooals u ziet, in de tooneelwereld komen de ongelooflijkste
avonturen voor en is het onmogelijke, mogelijk.
Angelo Massini.
Eén van de grootste tenoren der wereld, wiens naam in vollen glans
schitterde ten tijde der "vogue" van Adelina Patti, en die tot 1908
voornamelijk in Rusland de grootste successen heeft gekend. Zijn warm
vibreerende stem, waarmee hij alles kon uitdrukken, wist de gevoeligste
snaren bij den toehoorder aan het trillen te brengen. Bovendien was hij
een goed acteur en daarbij een verwoed rooker van havanna sigaren.
Tusschen elk bedrijf stak hij er één aan en toch had dit nooit invloed
op zijn stem.
Te Lissabon in het San Carlo theater hadden in 1885 de reeds vaak
besproken modelvoorstellingen met La Patti plaats, o.a. #Rossini's#
"Barbier".
Tijdens het eerste bedrijf gebeurde er iets, dat het publiek nooit te
weten is gekomen, doch voor de ingewijden het bewijs was, hoe een groot
artieste, in haar reputatie als vrouw van de wereld vlekkeloos, in haar
naijver op het succès van anderen er toe gedreven kan worden zich op een
lafhartige en kleinzielige wijze te wreken.
Ik spreek hier niet over de plaats op de programma's, de zoo vaak
aangeroerde kwestie van de "vedette", waarbij de ééne naam "vet gedrukt"
den anderen als 't ware van 't papier wil dringen,--een waarlijk groot
artiest stoort zich hieraan niet--doch over het met opzet iemands succès
benadeelen.
Wie "De Barbier" gezien heeft, herinnert zich het tooneel waar Almaviva
Rosina zijn serenade brengt, die dan even op 't balcon verschijnt, waar
Bartholo haar vandaan haalt om snel het venster te sluiten.
Vanaf het begin der tournée was ik gewoon achter de coulissen het
klappen der dichtslaande deuren aan te geven door, juist als de tenor
zijn aria geëindigd had, een stok op den grond te laten vallen. Ik wilde
dit zelf liever doen dan het aan mijn regisseur toevertrouwen.
Almaviva was één der glansrollen van Massini en juist zijn succès met
deze serenade was La Patti een doorn in het oog, wier beurt eerst in het
tweede bedrijf kwam.
Op den avond van de eerste voorstelling zocht de beroemde zangeres mij
op en voorgevend bij hun eerste optreden te Lissabon een goeden indruk
te willen achterlaten, verzocht zij mij haar mijn plaats achter de
coulissen af te staan, opdat ik al mijn zorg aan de uitvoering in haar
geheel zou kunnen geven. Niets kwaad vermoedend, stond ik haar mijn
plaats af en liet haar een stoel brengen, waarop zij het oogenblik kalm
kon blijven afwachten.
Massini was dien avond schitterend op dreef, de volle zaal scheen hem te
inspireeren en ademloos werd naar zijn serenade geluisterd. Het
gewichtige moment is daar. Massini haalt diep adem om zijn hooge "c" er
uit te gooien, die als het uitspatten van den vuurpijl dit klinkend
notenvuurwerk bekroont. Op hetzelfde oogenblik hoort men echter een
ontzettend gekraak en een fellen slag achter de schermen, die het geluid
van Massini geheel bedekt. Het scherm valt, het applaus blijft
achterwege, als zat de schrik bij het publiek er nog in.
Wat was er gebeurd?
Mme Patti had op 't goede moment haar stoel laten tuimelen en den stok
laten neervallen, welk moment voor den armen Massini nu juist niet het
goede was.
--Waarlijk, het spijt me. Ik had het liever aan Schürmann moeten
overlaten, die is het gewoon. Massini zong zoo verrukkelijk, dat ik mijn
eigen ontroering nauwelijks meester was. Ik wilde hem toejuichen, lette
niet meer op m'n stoel en liet de stok te vroeg vallen. Hij zingt ook
werkelijk te verrukkelijk!
Na deze lofspraak, ging de diva kalm naar haar loge. Massini was woedend
en het publiek verwenschte den onhandigen regisseur, die hun extase door
dat lawaai was komen verstoren.
Enrico Caruso.
Het tegendeel van Tamagno... Geen groòte stem, maar een bekoorlijke
stem. Het prototype van den Italiaanschen tenor, den meester van het
"bel canto". Artistiek begaafd weet hij zijn auditorium geheel onder
zijn invloed te brengen. Hij voelt wat hij zingt en tusschen hem en het
publiek ontstaat van zelf een band, die tegen het einde, waar en in welk
land hij ook optreedt, tot het vurigst enthousiasme voert. Hij heeft
directeuren en phonografenfabrikanten schatten geld doen verdienen,
terwijl hij zelf de duurst betaalde artiest is, die er tot nog toe
rondloopt. De Metropolitan Opera Company van New-York heeft hem voor één
millioen vast aan zich verbonden. Eén gedeelte der voorstellingen wordt
te New-York gegeven, het andere verdeeld over de groote steden van de
Vereenigde Staten, gedurende de tournée, die jaarlijks door de M.O.C.
gehouden wordt.
De voorstellingen, die dan nog over blijven, worden verdeeld over de
groote Europeesche steden. Wanneer Caruso te New-York optreedt, wisselen
de ontvangsten algemeen tusschen de 70 à 85 duizend francs. Te Parijs in
het "Châtelet" was het gemiddelde 48000 francs. Te Berlijn, Hamburg,
Frankfort en Weenen bereiken de recettes ongeveer het zelfde cijfer.
Zijn repertoire bevat in hoofdzaak: Carmen, Faust, Aïda, La Boheme
(Puccini), Cavalleria en Paljas. Weinig of geen creaties.
Waartoe overigens ook? Het publiek komt niet om de opera, maar om Caruso
in zijn romance of bravour-aria te hooren. Als de opera een bedrijf
bevat, waarin de beroemde tenor niet meezingt, verlaten de heeren de
zaal om in de foyer een sigaar te rooken of voor den schouwburg een
luchtje te scheppen, de dames zoeken haar kennissen in de loges op en de
stemmen van de overige zangers worden nauwelijks aangehoord. Een lichte
ongesteldheid van den grooten Caruso beschouwt men daarginds als een
nationale ramp.
Behalve zijn vast inkomen bij de Metropolitan Opera heeft Caruso nog het
recht op te treden op particuliere soirées, die hem eveneens een aardig
fortuin opleveren.
Gedurende de voorstellingen, die ik in het Broadway Théâter te New-York
met het Siciliaansch gezelschap van #Mimi Aguglia# gaf, sloeg Caruso
niet één van de opvoeringen over, tenminste wanneer hij dien avond vrij
was. Elken dag kwam hij in het bureau, dat ik in den schouwburg had
laten inrichten mij een uurtje gezelschap houden en hield zich dan
onledig met het teekenen van caricaturen, waarvan er verscheidene in de
Amerikaansche bladen werden opgenomen.
Mijn zoontje vroeg Caruso eens, toen hij weer op bezoek was.
--Is het waar, meneer Caruso wat vader vertelt?
--Wat zegt je vader dan?
--Dat u de mooiste stem hebt van de wereld, en de beste zanger bent,
dien hij kent.
--Heb je me dan nog nooit hooren zingen?
--Nee nooit.
--Dan moet je morgen eens naar me komen luisteren. Ik zal je een plaats
sturen.
--Dat gaat niet.
--Hoezoo?
--Ik ben eerst acht en ga naar bed als de voorstelling begint.
--En wou je me toch zoo graag hooren zingen?
--Wat graag!..
--Kom dan morgen middag om drie uur in het Waldorf-Astoria hôtel, dan
zal ik wat voor je zingen.
Den volgenden dag ging met mij, m'n zoontje zooals afgesproken naar hem
toe.
--Jij bent niet geinviteerd, waarde heer. Ik heb het alleen aan je
zoontje beloofd. Wil je er bij blijven, kost het je 5000 franc, en nog
wel omdat jij het bent.
Ik maakte dat ik weg kwam en ging zoolang de kranten lezen. Mijn zoontje
mocht in den leuningstoel plaats nemen en Caruso begon te zingen. Gérard
luisterde met volle aandacht. Bij het tweede lied uit "La Tosca" kwamen
hem de tranen in de oogen. Hij snelde op den zanger toe, nam zijn hoofd
tusschen zijn handen en gaf hem op beide wangen een zoen, terwijl hij
uitriep:
--Papa heeft nog niet genoeg gezegd! Het is nog mooier!
Caruso, ontroerd zong toen nog de cavatine uit "Faust" en overhandigde
hem een groot portret, waarop hij schreef:
"Aan mijn vriendje Gérard Schürmann, voor de groote artistieke
voldoening die hij mij heeft geschonken."
Toen hij met mijn zoontje beneden kwam, weigerde hij mijn dank in
ontvangst te nemen.
--Ik ben je veel meèr dank schuldig, want nog nimmer heeft iemand me
zoo'n vreugde bereid als je jongen, toen hij mij in zijn ontroering om
den hals vloog. Zijn kussen hadden voor mij meer waarde dan de grootste
triumphen.
* * * * *
Toen Caruso in Philadelphia zong, kreeg hij een uitnoodiging tegen een
fabelachtig honorarium bij een bekend milliardair te komen zingen.
Caruso werd in een fraai-ingerichten salon gebracht, waar zich tot zijn
verbazing niemand anders bevond, dan de milliardair en een klein hondje.
Voor dit "publiek" ving Caruso aan een zijner schoonste aria's te
zingen, maar na de eerste tonen begon het hondje woedend te keffen. De
milliardair verhief zich nu van zijn zitplaats en zei: "Ik dank u zeer.
Thans kunt u ophouden en heengaan--ik wilde slechts weten of Toby ook
janken zou, wanneer u zong....!"
Paoli.
Door #Pedro Gailhard#, den uitstekenden directeur van de opera, wiens
vroegtijdig heengaan door velen nog steeds wordt betreurd, werd #Paoli#,
ontdekt. Hij liet hem debuteeren als Arnold in "Wilhelm Tell" en ik
moest toegeven, dat hij een zeer fraaie stem had. Niettegenstaande hij
in het duo met Mathilde bleef steken, hetgeen men toeschreef aan zijn
zenuwachtigheid van debutant, prees de geheele muzikale pers dezen
nieuwen zanger en voorspelde hem een groote toekomst.
In de meening, dat er met deze "fort tenor" eer viel in te leggen,
engageerde ik hem terstond voor een tournée door Europa, doch verzuimde
verdere inlichtingen te nemen.
De buitenlandsche directies namen de contracten terstond aan en de
tournée beloofde een groot en voordeelig succes te worden. #Paoli#
vroeg mij een voorschot van 10.000 francs om zich de noodige kostuums te
laten maken, welk bedrag ik hem dan ook terstond uitbetaalde.
Twee weken voor de première, komt de tenor mij opzoeken en vertelt mij
dat hij van de vijf rollen, die hij verplicht is te zingen er niet één
kent. Hij moet nog minstens een maand den tijd hebben ze met behulp van
een zangleeraar in te studeeren.
Wat te doen? Met groote moeite verkreeg ik van de directies uitstel en
droeg den heer #Alger# op hem in den kortst mogelijken tijd de rollen te
helpen instudeeren.
Na verloop van een maand ontving ik volgend schrijven, dat mij zeer
onaangenaam verraste.
Het spijt mij zeer U te moeten inlichten, dat ik met Paoli niet naar
wensch kan slagen. Deze tenor heeft een prachtig geluid, maar niet het
minste geheugen. Wat ik hem den eenen dag geleerd heb, is hij den
volgenden weer vergeten. Ik geloof niet, dat hij in staat is meer dan
één romance of duo te onthouden. Daarom zie ik liever van verdere moeite
af.
Een onderhoud met Paoli bevestigt dit schrijven en hij kwam er tenslotte
openlijk voor uit mij om den tuin geleid te hebben, toen hij beweerd
had vijf verschillende rollen te kennen.
Natuurlijk vroeg ik terstond mijn tien duizend francs terug. Hij bekende
ze reeds opgemaakt te hebben.
Per aangeteekenden brief liet ik hem toen weten, dat ik zijn contract
inmiddels vernietigd had, omdat hij van zijn kant zijn verplichtingen
niet na kon komen.
Als eenig antwoord ontving ik van het "Tribunal de Commerce" een
bevelschrift 25000 francs schadevergoeding te betalen wegens
contractbreuk. Ik had Paoli zijn rollen maar eerst op proef moeten laten
zingen, vóór ik hem engageerde.
Natuurlijk ging ik in appèl en het hof liet aldus de kwestie uitvechten.
Het benoemde drie scheidsrechters, zangers van naam en leeraren aan het
Conservatoire: #Melchissédec#, #Delmas# en #Alvarez# en gelastte Paoli
voor hen het repertoire te zingen, waarop hij zich verbonden had.
Paoli was wel zoo wijs niet te verschijnen en nimmer heb ik hem, noch
een centiem van mijn tienduizend francs teruggezien.
Jeanne Granier.
In 1887 had ik een contract afgesloten met het Apollo-theater te Madrid
voor een serie voorstellingen met #Louise Theo#. Haar succes in "Adam en
Eva" door haar in den Nouveautés schouwburg te Parijs gecreëerd bleef
aanhouden, zoodat de diva in de onmogelijkheid verkeerde Parijs te
verlaten. Daar ik de directie te Madrid mijn woord gegeven had op een
bepaalden tijd over te komen, was ik genoodzaakt naar een andere ster
uit te zien. Tot wie kon ik mij toen beter wenden dan tot #Jeanne
Granier#, de operette diva bij uitnemendheid? Wij werden het terstond
eens. Ik zou haar een cachet van 2000 francs per voorstelling uitbetalen
voor een minimum van zeven-en-twintig opvoeringen naar keuze uit haar
repertoire, hetzij des avonds of "en matinée": "De kleine Hertog",
"Giroflé-Girofla", "La Marjolaine", "La Petite Mariée" en "De dochter
van M^{me} Angot". Met haar engageerde ik den bariton #Vauthier# en
#Delmas#, die weldra triumfen zou vieren in "Carmen" en "Manon" in de
"Opera-Comique", den komiek #Coutard#, de dugazon Mme #Caïsso
Sablairolles#, de duegna Mme #Henri#, den dirigent #Salvator Guerra# en
een koor van vier en twintig dames en vijftien heeren, in het geheel een
gezelschap van ongeveer vijftig personen.
De kosten--het materiaal en de kostuums inbegrepen--kwam mij op 5600
francs per voorstelling te staan, een enorm bedrag, dat mij evenwel niet
afschrikte gegeven de schitterende recettes, die ik het vorige jaar in
dezelfde steden met #Anna Judic# en een gewoon comédie-vaudeville
gezelschap gemaakt had.
Ik was in de meening een goeden slag te slaan en veel succes te oogsten
en vol vertrouwen ondernam ik de reis naar Madrid, waar ik op veler
steun rekenen kon.
De recette van den eersten avond bedroeg 7500 francs. Het Hof was
aanwezig en dientengevolge de geheele Madridsche aristocratie. Was de
voorstelling nu ook maar een succes geweest! De zaal bleef echter
ijskoud, niettegenstaande de moeite, die Jeanne Granier als "De kleine
Hertog" zich gaf om het publiek te ontdooien.
Den volgenden avond met "La Petite Mariée" hadden wij een groot succes.
Toch, wij maakten slechts 2500 francs recette.
In Madrid hangt alles van den eersten avond af. Dan beslist het publiek
gedurende de pauze of het toegangsbewijzen in abonnementen zal omruilen
of met die eerste voorstelling genoegen neemt, al naar gelang van het
succes. Zonder abonnementen is het in Spanje niets gedaan. Een
succesvolle première, al zijn de volgende opvoeringen veel minder,
brengt geld in kas, omgekeerd kan men de kas gerust sluiten. Dit laatste
troffen wij helaas. De zestien opvoeringen maakten gemiddeld hoogstens
2300 francs. Sommige avonden ontving ik niet meer dan 900 francs bruto.
Na Madrid bezochten wij Barcelona, waar we het al niet veel beter
troffen. Den 26 Juni was er feest van den schutspatroon der stad en
iedereen had mij gezegd, dat ik dien dag met een matinée veel geld zou
verdienen. Ik besloot het er op te wagen en Jeanne Granier een extra
2000 francs te geven. Men had de waarheid gesproken. Er werd voor 11300
francs plaatsen genomen, de eerste uitverkochte zaal bij deze
"tournée". Niet weinig in mijn schik over dit buitenkansje, was ik bij
het openen der loketten naar den schouwburg gegaan. Een piccolo spreekt
mij daar aan.
--Usted senor Schürmann?
--Ja, vriend.
--Hier is een brief.
Ik open hem en mijn verwondering kent geen grenzen, toen ik lees: "Reken
niet op mijn komst. Er is vanmiddag een schitterend stierengevecht, dat
ik beslist wil bijwonen."
_Jeanne Granier._
Er viel niets meer aan te doen en ik laat noodgedwongen mijn regisseur
het publiek het bericht van Jeanne Granier meedeelen. In woede ontstoken
gaat het publiek als wilden te keer. Zij werpen met de bankjes de
spiegels stuk onder een helsch lawaai. Ik had voor meer dan 1400 francs
schadevergoeding aan den eigenaar te betalen en de geheele tournée kwam
mij op een verlies van niet minder dan 78000 francs te staan. In mijn
contract had ik de clausule opgenomen: Wanneer een artiest in gebreke
blijft en door zijn of haar toedoen de voorstelling niet plaats vindt,
behalve bij ziekte door een geneesheer geconstateerd of bij geval van
"force majeure", heeft de artiest in kwestie de verloren recette geheel
ter zijner laste.
Ik hield Jeanne Granier haar laatste "cachet" in, doch zij neemt daar
geen genoegen mee en klaagt mij te Parijs voor het "Tribunal de
Commerce" aan. Acht dagen later veroordeelt het tribunaal mij Jeanne
Granier ook haar laatste "cachet" te betalen, behalve de kosten van het
geding, van oordeel, dat de bewuste matinée niet in het contract
gestipuleerd stond, dat slechts van een aantal "gegarandeerde"
voorstellingen spreekt.
Veel pleizier heb ik aan deze tournée dus niet beleefd om van mijn
verliezen maar niet eens te spreken!..
Paderewski.
Van alle artiesten, die ik sedert dertig jaar door Europa en Amerika heb
rondgeleid heeft #Ignace Paderewski# mij wel het meest getroffen om zijn
verregaande belangeloosheid en vrijgevigheid. De beroemde pianist kreeg
voor elk concert vijf en twintig honderd francs en dit bedrag scheen
zijn voor een groot deel behoeftigen landgenooten meer dan fabelachtig
toe.
In elke stad waar hij optrad werd de groote artiest als 't ware met
beden om hulp overstelpt. Hij, die slechts naar de ingevingen van zijn
medelijdend hart luisterde, schonk vaak de geheele opbrengst van zijn
concerten aan zijn arme Polen, in de meening, dat zijn geldbuidel nooit
uitgeput raakte.
Eens kreeg ik bezoek van een Pool, die een uur in den wind naar drank en
knoflook stonk. Hij toonde mij een briefje van zijn "vriend"
Paderewski, waarvan hier de inhoud.
M'n waarde Schürmann.
Brenger dezes, een huisvader met veel kinderen is volgens zijn
zeggen van alles ontbloot. Ik wensch hem derhalve mijn cachet van
heden avond af te staan en verzoek hem dit nu reeds ter hand te
stellen. Geheel de uwe,
_Ignace Paderewski._
Dit liep de spuigaten uit!.. Ik kon niet langer toezien, dat er aldus
van zijn vrijgevigheid misbruik werd gemaakt.
--Heeft Paderewski u het bedrag reeds genoemd?
--Nee meneer.
--Hier zijn honderd francs.
--Honderd francs!.. U wilt me zeker wat wijsmaken.
--Hij ontvangt nooit meer. Hier zijn de vijf louis; u hebt nog alleen
dit reçu te teekenen.
De drinkebroer zette zijn naam onder een kwitantie, streek de vijf
goudstukken op en riep toen met een verachtend gebaar:
--Braniemakers, die artiesten!.... Honderd francs, het mocht wat daar
zoo'n "drukkie" om te maken! Verbeelding hebben ze, anders niet!..
Toen ik Paderewski de resteerende vier en twintig honderd francs dien
avond ter hand stelde, had ik waarempel nog moeite hem aan zijn verstand
te brengen, dat hij voor de zooveelste maal dupe van zijn vrijgevigheid
was geweest en dat hij zijn geld wel beter kon besteden.
Een andere eigenaardigheid van Paderewski was zijn bijgeloof. De eerste
maal dat hij voor een vreemd publiek optrad, trok hij steeds een oud,
versleten jasje aan, waarvan de snit met de mode jaren ten achter was.
Om niets ter wereld zou hij van zijn nieuwe kostuums gebruik maken, in
dit jasje had hij zijn eerste groote succes behaald en hij beschouwde
het als een soort talisman, zijn "porte-bonheur".
Verder was hij een aangenaam causeur, die urenlang na tafel en na afloop
der concerten, want overdag was hij zeer matig en studeerde gemiddeld
acht à tien uur--de leukste moppen wist te tappen, waarvan hij een
eindelooze reeks steeds tot zijn beschikking had.
Behalve dat Paderewski door zijn bescheidenheid zich vele vrienden had
verworven, gaf hij meermalen blijk van een belangeloosheid, waarover
slechts weinig artiesten beschikken en zeker niet tegenover hun
impresario.
We gaven een concert te Reims en onverklaarbaar doch waar, de zaal was
half bezet. In de pauze nam Paderewski mij ter zijde en zei:
--Je zult ditmaal wel niet veel ontvangen hebben.
--Nauwelijks 960 francs.
--En de avondkosten?
--Plus minus 840!
--Dat is een leelijke schadepost.
Toch bracht ik hem na afloop zijn overeengekomen cachet van twee duizend
francs.
--Wat beteekent dat? en met een geeft hij mij de envelop terug. Dacht je
nu werkelijk dat ik zoo onbescheiden was om twee duizend aan te nemen,
als je zelf maar 120 overhoudt? Een artiest heeft dan alleen recht
betaald te worden, wanneer hij zijn geld opbrengt. Nu deelen wij...
Ieder 60 francs en daarmee basta.
Of ik hem nu al vertelde, dat ik hem nooit meer had gegeven op avonden
dat ik een tien tot twaalf duizend francs ontving, vergeefsche moeite,
hij wilde de envelop niet aannemen en ik was genoodzaakt het bedrag per
aangeteekenden brief hem te doen toekomen.
Dat Paderewski deze hooge-cachets inderdaad noodig had spreekt van zelf,
wanneer ik meedeel, dat hij een belangrijk dédit te betalen had in
geval de concerten reeks door zijn toedoen, om welke reden dan ook,
onderbroken zou moeten worden. Bij zijn tournée door de Vereenigde
Staten bepaald op vijf en twintig concerten had hij om tegen mogelijke
schade gedekt te zijn, zich tot een New-Yorksche maatschappij gewend,
wie de moeilijke taak te beurt viel de waarde zijner vingers in dollars
te becijferen.
De uitslag dezer berekening was, dat de pianist een jaarlijksche premie
van 203,744.47 francs moest betalen, waartegenover de maatschappij zich
verplichtte, hem bij eenig ongeval, dat hem het gebruik van een zijner
vingers onmogelijk zou maken, een schadeloosstelling van 51,098.12
francs per week te betalen, tot het tijdstip, waarop de pianist
eventueel zijn vingers weer zou kunnen gebruiken. Paderewski's vingers
werden dus voor meer dan 2-1/2 millioen francs per jaar verzekerd.
Nog lastiger lag het geval bij violist Jan Kubelik, daar bij het
vioolspelen niet alle vingers juist evenveel noodig zijn als bij het
klavierspelen. Men moest het dus eerst eens worden over de betrekkelijke
waarde van iederen vinger afzonderlijk, en zoo werd er een geheel tarief
opgemaakt volgens hetwelk aan Kubelik's linkerhand drie vingers ieder
op 272,000 francs geschat werden, de ringvinger op 220,000 francs, de
pink op 25,000 francs, de duim aan de rechterhand op 272,000 francs en
de wijsvinger op 210,000 francs. Een hevig meeninggeschil ontstond over
de pink der rechterhand; men kende haar in 't geheel geen beteekenis toe
bij het vioolspel--en zoo taxeerde men haar ten slotte op 47,000 francs.
De verzekeringmaatschappij heeft overigens met Kubelik een goede zaak
gedaan, want zijn vingers behielden tijdens zijn Amerikaansche tournée
al hun bewonderenswaardige lenigheid en bewegelijkheid.
Jan Kubelik.
Zelden heb ik een viool virtuoos zulke ovaties zien brengen als aan #Jan
Kubelik#, den jeugdigen Czech. Hij, #Rubinstein# en #Paderewski# zijn
door het publiek op de handen gedragen en door hen is mij niet alleen
veel roem maar ook een groot financieel succès te beurt gevallen.
Hoewel Frankrijk niet voor een bij uitstek muzikaal land doorgaat en men
daar in het bijzonder voor piano of viool virtuozen zich weinig druk
maakt, heb ik in de voornaamste steden steeds volle zalen met hen gehad
en zijn zij om strijd toegejuicht.
Jan Kubelik verdiende in den beginne bij mij een niet buitengewoon
bedrag, doch langzamerhand klom hij op tot 3500 francs per concert.
Eerst toen hij vier, ja zelfs vijf duizend francs begon te vragen, bleef
ik niet langer zijn impresario, doch wèl zijn vriend en trouw
bewonderaar.
Toen wij in 1904 te Genève concerten gaven, ontving ik bezoek van den
intendant van barones Rothschild, die een kasteel in de omgeving
bewoonde.
Hij vroeg mij wat ik voor een concert ten huize van zijn meesteres
berekende. Ik deelde hem mede, dat ik voor Kubelik en zijn
accompagnateur zes duizend francs vroeg.
Na verloop van eenige uren, kwam hij mij meedeelen, dat de barones dezen
prijs wel wat te hoog vond.
--Het spijt mij, doch dit is het bedrag.
--Kom, meneer Schürmann, het is geen soirée, de barones houdt er van
onder het hooren van goede muziek een sigaret te rooken en dat kan zij
in het publiek niet doen, anders zou zij uw concerten in de
Victoria-Hall wel komen bijwonen. Er komen hoogstens vier of vijf
personen bij haar op bezoek.
--Zij kan zooveel gasten inviteeren, als zij zelf verkiest, dat doet aan
den prijs niets af.
--Ik zal het de barones overbrengen.
--Doet U dat.
Wij waren aan tafel gegaan, toen de intendant zich wederom aanmeldde.
--De barones biedt U 3500 francs, want het is maar voor een klein
gehoor, zoo intiem mogelijk.
--Dat hebt U me reeds verteld. Wees U daarom zoo vriendelijk de barones
te zeggen, dat wij geen afgedragen kleeren verkoopen en dat er bij ons
niet af te dingen valt.
Ik heb den intendant nooit terug gezien.
* * * * *
Mijn zoontje was vijf jaar oud. Kubelik die met zijn vrouw in het
Grand-Hôtel zijn intrek had genomen, had mij verzocht hem elken dag mijn
zoontje met de gouvernante een uurtje op bezoek te zenden.
Nieuwsgierig te weten, wat hij daar uitvoerde, begaf ik mij onverwacht
naar hun salon. Mevrouw Kubelik zat in een leuningstoel naar haar
echtgenoot en mijn zoontje al lachend te kijken, want terwijl de jonge
Gérard bezig was de cakewalk te dansen, liep Kubelik met zijn
stradivarius achter hem aan. Zijn grootste genoegen was met hem te
spelen en zijn liedjes op zijn viool te accompagneeren.
Eindelijk kwam Kubelik's vurige wensch in vervulling. Op zijn beurt werd
hij vader, nog wel van een tweeling. In December 1904 waren zijn
dochtertjes juist een half jaar.
Wij gaven die maand een serie concerten in Spanje en Portugal.
In het Amelia-Theater te Lissabon had hij zoo'n kolossalen toeloop, dat
met zijn vier concerten meer dan 50000 francs recette werden gemaakt.
Oporto deed voor de hoofdstad niet onder, ook hier oogstte hij het
grootste succès, evenals te Madrid in het Apollo-théater. Den avond vóór
het vierde en laatste concert zoekt Kubelik mijn administrateur op.
--Ik heb den spoorgids er op na geslagen. Om den avond vóór Kerstmis in
mijn kasteel te Kolin in Boheme te zijn, moet ik van avond reeds den
trein nemen.
--Wat wilt U doen! Ons plotseling in den steek laten! Dat gaat immers
niet! Er is voor 11000 francs reeds besproken en dan komt Barcelona nog
aan de beurt, waar de twee aangekondigde concerten ook reeds uitverkocht
zijn. Vóór dien tijd kunt U onmogelijk op reis gaan.
--Toch doe ik dat. Ik wil het Kerstfeest bij mijn kinderen vieren.
--Zij zijn eerst een half jaar oud!
--Doet er niet toe, het Kerstfeest is een familiefeest en daarom wil ik
het te midden der mijnen gaan vieren.
--En de uitverkochte zalen, het ontevreden publiek, uw contract met den
heer Schürmann?
--Dat beteekent allemaal niets. U betaalt den directeur de
schadevergoeding. U belooft het publiek, dat ik binnenkort terug kom en
wat Schürmann betreft, hij zal niets zeggen. Onze vriend heeft reeds
genoeg geld met mij verdiend, zoodat hij deze kleine opoffering zich wel
zal getroosten.
Hierop vertrok Kubelik naar Boheme zonder zich verder aan iets te
storen.
Christine Nilson.
Een zeer groot artieste, de beste Marguérite die ik in #Gounod's#
meesterwerk ooit gehoord heb. Een kristalheldere stem, met aangenaam
"timbre". Vandaar dat zij langen tijd alle liefhebbers van opera muziek
in den zevenden hemel meevoerde. Door haar huwelijk met graaf #Angel del
Casa Miranda#, den vriend en metgezel van den overleden koning van
Spanje #Alphons XII# heeft zij het tooneel te vroeg den rug toegekeerd.
#Christine Nilson#, de Zweedsche nachtegaal heeft de wereld rondgereisd
onder geleide van #Maurice Strakosch#, den zwager en leeraar van
#Adelina Patti#, den onovertrefbaren impresario voor zangeressen. Hij en
#Ullman#, de groote organisator van concerten over de heele wereld, zijn
de eenige impresarii van naam geweest, die de vorige eeuw gekend heeft
en wier opvolger nog steeds geboren moet worden; kortom zeer bijzondere
menschen in hun vak.
Ik toefde juist te Hamburg, waar Christine Nilson dien avond een groot
concert zou geven na een succesvolle tournée door Scandinavië, toen ik
Maurice Strakosch op straat tegenkwam, die mij meenam naar één van de
fijnste zilverwinkels uit de buurt. Wij gaan het magazijn binnen, waar
Strakosch een prachtig gedreven massief zilveren fruitschaal van nabij
beziet, die hij in de étalage had opgemerkt.
--Wat is de prijs van dit kunstwerk?
--Acht duizend vijf honderd mark.
--Dat is geen kleinigheid.... Het bevalt me echter.... Ik wil het wel
hebben.
--Waar moet ik het dan laten bezorgen?
--Wacht even, zoover zijn we nog niet. Ik ben Maurice Strakosch, de
impresario van de groote, onvergelijkelijke zangeres Christine Nilson,
wier naam u natuurlijk wel eens gehoord zult hebben.
--Zooals iedereen.
--Over twee dagen geven wij hier een groot concert, waarvoor de
entree-billetten overal te koop zijn. Als de zaal uitverkocht is,
waaraan ik trouwens in andere steden gewoon ben geraakt, dan neem ik
die schaal en u kunt haar den volgenden dag met de quitantie bij mij
laten bezorgen in Hôtel Hamburgerhof. Mochten er echter toch nog
plaatsen onbezet blijven, dan zie ik van den koop af.
Hierop verlieten wij den winkel om eenige straten verder een nieuwe zaak
binnen te loopen.
--Wat gaat u nu beginnen?
--De zelfde geschiedenis van zooeven. Aldoende heb ik reeds twee
winkeliers gevonden, die kosteloos reclame voor mij maken. Ga je nog
verder mee?
Het vooruitzicht op een bezoek bij de voornaamste zilver- en
goudmagazijnen van Hamburg trok mij weinig aan. Ik nam dus afscheid,
terwijl Strakosch kalm met "winkelen" voortging.
Den avond van de voorstelling verdrong men zich letterlijk voor den
schouwburg. Verschillende winkeliers hadden bij hun klanten voor het
concert van Christine Nilson zulk een reclame gemaakt, dat de billetten
reeds uren te voren alle uitverkocht waren. Maurice Strakosch wreef zich
de handen van genoegen, dat zijn "truc" zoo wonderwel geslaagd was.
--Dat marcheert prachtig, waren mijn eerste woorden, toen ik hem bij de
contrôle zag staan.
--Inderdaad.
--Mevrouw Strakosch zal ook in haar schik zijn.
--Hoezoo?
--Over al die cadeaux voor haar zilverkast.
--Meen je dat werkelijk?
--Dacht je dan dat ze zouden vergeten morgen de uitgezochte voorwerpen
aan het hôtel te zenden?
--Dat niet, maar ik zal er niet op blijven wachten. Ik heb hier een
afschrift van een brief bij me, waarvan ik er ongeveer zeven en twintig
heb laten schrijven en die ik zoo straks in de bus ga werpen.
De heeren ontvangen ze dan morgen vroeg met de eerste post.
Ik zal je het even voorlezen.
Meneer.
"Ik heb u gezegd, dat ik het uitgezochte voorwerp bij u zou koopen,
op voorwaarde dat het concert van Mme Nilson geheel uitverkocht is.
Tot mijn grooten spijt zijn er echter een dertig tal plaatsen
overgebleven en hierdoor zie ik mij genoodzaakt van den koop af te
zien. In de hoop een volgend maal voorspoediger te zijn, verblijf
ik. enz. enz."
Als je wilt, kan je dezen truc later eens voor je zelf toepassen,
alleen raad ik je dan aan hem niet al te vlug in Hamburg te
herhalen.
Felia Litvinne.
Een door en door edel karakter, spreekt nooit kwaad van haar collega's
en is er altijd op uit hen behulpzaam te zijn of met raad te dienen. Het
eenige wat ik op haar weet af te dingen; zij kent geen waarde van geld.
Wat zij met haar verrukkelijke stem verdient, geeft zij op ruime schaal
weer uit. Even kwistig als #Paderewski# liet zij zich door behoeftige
landgenooten exploiteeren en hierin lieten de Russen zich evenmin als de
Polen onbetuigd.
#Felia Litvinne# beschikt over een heerlijk geluid, dat steeds even
frisch en krachtig klonk. Haar glansrollen waarmee zij te Parijs het
grootste succes genoot, waren die van #Richard Wagner#, in de eerste
plaats haar onovertrefbare Brünhilde.
Russin van geboorte, was zij in hart en nieren een Française. Vandaar
dat men te Parijs zoo zeer met haar op had. Afgaande op het doorslaand
succes, dat zij met haar Wagner-rollen genoot, sloeg ik haar voor met
mij een groote tournée door Duitschland te ondernemen, overtuigd veel
geld met haar te verdienen en overal den zelfden bijval te verwerven,
dien zij te Parijs oogstte.
Helaas, ik had mij ditmaal sterk vergist en ben bedrogen uitgekomen.
Niettegenstaande het publiek telkens in geestdrift geraakte en de
kranten haar overal lof toezwaaiden, bleven de recettes vrijwel
onvoldoende en maakte ik ternauwernood de kosten goed. Niet weinig
onthutst door dien tegenslag, informeerde ik naar alle kanten, wat
daarvan toch wel de reden kon zijn.
Aldus werd mij het geval verklaard.
Ik had haar natuurlijk aangekondigd als één der eerste sterren van de
Parijsche Opera. Het publiek in de veronderstelling een elegante
Parisienne met een zoo niet omvangrijke dan toch lieve stem te hooren,
zag zich in hun verwachting teleurgesteld. #Litvinne's# stem was én
geschoold én krachtig. Zij toonde daarbij een volleerde actrice te zijn,
doch haar lichaamsomvang stond haar in den weg. Het Duitsche publiek is
dit van hun eigen zangeressen gewoon. Het wil van een Parijsche
zangeres iets anders zien en hooren, meer in overeenstemming met de
illusie, die opera-heldinnen bij den tenor of baryton moeten opwekken.
Ik begreep toen voor het eerst, dat wilde ik een volgend maal met een
Fransche zangeres over den Rijn succes hebben, ik in de eerste plaats op
de élégance en op het uiterlijk mijner zangeressen had te letten.
Charles Lamoureux.
Een van de zwaarste en moeilijkst te arrangeeren tournées zijn die van
het orkest #Lamoureux# geweest.
Door Europa te trekken met een gezelschap van honderd-tien musici, plus
de zorg voor twee wagonladingen instrumenten en requisieten is geen
alledaagsch werk. Toch is het mij mogen gelukken het beroemde orkest
Lamoureux door Holland, België, Zwitserland, Duitschland, Spanje en
Portugal rond te leiden en overal is mijn moeite met succès beloond
geworden. Dit bewonderenswaardig ensemble van eerste musici, zooals
wellicht geen enkel orkest kan aanwijzen, zelfs niet het Amsterdamsch
orkest van #Willem Mengelberg# heeft onder aanvoering van #Charles
Lamoureux# en later onder zijn schoonzoon #Camille Chevillard# overal
een enthousiast onthaal gehad.
Bij één onzer concerten in het Concertgebouw te Amsterdam, bezocht ik
met Charles Lamoureux het Rijksmuseum. In één der zalen troffen wij twee
orkest-leden aan, die zoo zeer onder den indruk schenen van
#Rembrandt's# "Nachtwacht", dat zij ons niet opmerkten.
--Laten wij hen niet storen, fluisterde Lamoureux mij in.
Den volgenden dag bij de repetitie hield de dirigent vóór den aanvang
een kleinen speech.
--Gisteren trof ik twee van uw collega's in het Museum geheel verdiept
in het aanschouwen der meesterwerken van de Hollandsche school. Dit
heeft mij sterk getroffen en verblijd, want het bewees me, dat er
enkelen onder U zijn, die op reis hun tijd besteden met zich te
ontwikkelen en niet tevreden zijn met door de straten te flaneeren of
naar een koffiehuis te gaan. Zulk een daad van goeden smaak wensch ik
aan te moedigen en ik heb derhalve hun een gratificatie van honderd
francs geschonken in de hoop, dat zij er mee zullen voortgaan.
Den dag daarop gaven we een uitvoering in den Haag. Terstond na afloop
van de repetitie spoedden verscheidene orkestleden zich naar het museum,
doch Lamoureux verscheen er dien dag niet.
De beroemde dirigent hield van lekker eten en was gewoon nog al lang te
"tafelen". Wij logeerden in het Doelen-hotel en ons diner was juist ten
einde, toen ik op mijn horloge zag en bemerkte dat het al over zeven
was.
Ik stond haastig op en zei tot Lamoureux:
--Het is reeds zeven uur en het concert begint hier precies om acht.
Daar het Concertgebouw nog al ver afligt, per rijtuig minstens een
kwartier, moeten we ons gereed gaan maken.
--Waartoe. Ik wil eerst nog een pijp rooken.
--Dan wordt het beslist te laat!
--Onmogelijk, ik heb een bewijs om direkt door te rijden.
--Daar zou ik maar niet te zeer op vertrouwen.
--Ga gerust maar vooruit, ik heb nog wel den tijd. Ik ben gekleed en kan
terstond den dirigeerstoel beklimmen. Tot straks.
Om geen verderen tijd te verliezen, vertrok ik met Camille Chevillard.
Weldra kon ons rijtuig niet verder en vóór ons zagen wij een
onafzienbare rij coupé's, als of de geheele stad leeg gestroomd was.
Bevreesd dat Lamoureux ook zijn beurt zou moeten afwachten, wilde ik hem
gaan waarschuwen, doch wij moesten in de rij blijven.
Eindelijk voor den ingang gekomen, zie ik, dat het reeds vijf minuten
over acht is en wij hebben bijna veertig minuten voor onzen rit noodig
gehad.
Het slaat acht uur, doch natuurlijk geen Lamoureux. Tien minuten over
achten is hij er nog niet, terwijl de zaal reeds geheel gevuld is.
Eindelijk komt hij buiten adem met slik bespet, aanloopen, ruim een
kwartier over den tijd.
Wat was er gebeurd?
Na zijn pijp gerookt te hebben, liet Lamoureux een rijtuig voorkomen dat
weldra als alle anderen stil moest houden. Lamoureux laat het raampje
neer, buigt zich naar voren, ziet nog wel dertig koetsen vóór zich, die
rustig hun beurt afwachten met doorrijden, terwijl de regen in stroomen
neergudst. Lamoureux blijft een tijdlang zitten, dan verliest hij zijn
geduld en wenkt met druk gebaar een politie agent, die de orde staat te
bewaren.
--Wat is er van uw verlangen?
--Ik ben Charles Lamoureux, ik moet het orkest dirigeeren. Kunt u mij
niet even laten doorrijden?
De agent verstaat natuurlijk geen woord en haalt zijn schouders op.
Woedend herhaalt Lamoureux zijn vraag met de volgende gebaren.
--Ik ... Lamoureux ... maat slaan ... doorrijden, ... ja ... Lamoureux!
--Begrepen, meneer... U moet naar Lamoureux, net als alle anderen. Wacht
U dan maar kalm tot er ruimte komt.
Toen duwde Lamoureux het portier open en snelde te voet onder den
stortregen naar den ingang, zoodat hij--slechts een kwartier over den
tijd--kon beginnen.
Isadora Duncan.
Haar eerste optreden te Parijs in de groote zaal van het "Trocadero"
genoot niet die geestdriftige ontvangst, waarop de blootvoetige danseres
meende te mogen rekenen. Alleen een klein groepje artiesten, schilders,
beeldhouwers en enkele verlichte kunstliefhebbers hadden het belang van
deze hervorming der danskunst ingezien en begrepen. De kritiek bleef
zich sceptisch, onverschillig toonen, terwijl het publiek schitterde
door afwezigheid.
Vol vertrouwen en bewust van haar artistieke waarde keerde de
Amerikaansche danseres naar Duitschland terug, waar zij reeds eerder een
trouwe schaar bewonderaars zich had verworven. Zij vond hier steun bij
enkele rijke kunstbeschermers, die haar in staat stelden in de nabijheid
van Berlijn in het Grünewald een school voor jonge meisjes op te
richten, die zij volgens haar voorschriften zou opleiden. Een
twintigtal leerlingen werden haar door ouders, waarvan de meesten
onbemiddeld waren, toevertrouwd, op voorwaarde, dat zij hun dochters tot
haar achttiende jaar geheel op eigen kosten zou onderhouden en voor haar
artistieke en moreele opvoeding zorg zou dragen. Onder leiding van haar
zuster en van door haar gekozen leeraren maakten deze meisjes zulke
snelle vorderingen, dat zij na afloop van één studiejaar zich reeds in
het publiek konden vertoonen en #Isadora Duncan# bij haar antieke dansen
behulpzaam waren.
Tijdens de voorstellingen te Berlijn ontving miss #Duncan# een brief van
één harer landgenooten, miss #Maud Allan#, waarin zij vol bewondering
voor de groote danseres haar verzocht de uitvoeringen van nabij te mogen
bijwonen. Niet genoegzaam bij kas telkens een fauteuil te bekostigen,
wilde zij gaarne elken avond de voorstelling tusschen de coulissen
volgen. #Isadora Duncan# stond haar dit gaarne toe en van nu af woonde
de jeugdige Amerikaansche de artistieke evolutiën van miss #Duncan# en
haar klasse geregeld achter de schermen bij.
Het succes dezer voorstellingen tart elke beschrijving. Men was hier
letterlijk verzot op deze nieuwe kunst. Litteratoren van naam, de
beroemdste kritici schreven over haar danskunst artikelen vol
bewondering en het publiek bleef toestroomen, terwijl men recettes
maakte van tien à twaalf duizend francs. De directie van de keizerlijke
schouwburgen in Rusland verzocht miss #Duncan# en haar leerlingen naar
Petersburg en Moskou te komen. De geestdrift der Slaven overtrof zelfs
die der Duitschers, overal trad zij voor uitverkochte zalen op. Om het
publiek van andere steden tevreden te stellen bezocht men eveneens Kiew,
Charkow, Odessa en Warschau.
Na Rusland kwam Holland aan de beurt. Ook hier te lande werd met de
gewoonlijke reserve en nuchterheid gebroken en ontstond er een ware
"rage" #Duncan# te zien dansen, hetgeen in een spotlied van den
Hollandschen zanger #Speenhoff# vereeuwigd is. Ik vond daarom het
oogenblik gunstig een serie voorstellingen te Londen te geven, waar miss
#Duncan# eerst weinig lust in scheen te hebben. Zij liet zich evenwel
door mij bepraten en na een contract voor dertig voorstellingen te
hebben afgesloten, begaven wij ons naar Engelands hoofdstad. Ik stuitte
echter terstond op een groote moeilijkheid. Reeds een half jaar lang
werd de grootste en fraaiste "music-hall" der metropool, het
"Palace-Theâter" druk bezocht om miss Maud Allan als "Salomé" en in
andere exotische creaties te zien dansen, die alle door miss #Duncan#
reeds waren vertoond. De kleine Amerikaansche, die te Berlijn haar oogen
goed de kost had gegeven, had zich te Londen als een eerste ster
ontwikkeld en was de lieveling van het publiek geworden.
Voor het Londensch publiek was zij de uitvindster van deze nieuwe dansen
en werd zij eveneens als de hervormster der antieke dansen beschouwd.
Alle andere groote "music-halls" trachtten nu danseressen met bloote
beenen te lanceeren, doch zonder succès, want men ontdekte spoedig, dat
dit namaak was. Een oogenblik was ik bang, dat miss #Duncan# hier
evenmin in den smaak zou vallen. Niettegenstaande mijn angst sloot ik
met #Charles Frohmann# een contract af voor de maanden Mei en Juni,
waarbij miss #Duncan# zou optreden in den "Duke of York" schouwburg.
Alles liep in den beginne vlot van stapel. Er was voor veel geld reeds
besproken en ik had reden me zelf geluk te wenschen. Onze Berlijnsche
gast zou echter weldra roet in het eten werpen, want zij gaf in enkele
interviews te kennen, dat miss #Isadora Duncan# haar volkomen onbekend
was en zij nog nimmer van haar had hooren spreken; dat de antieke dansen
door haar uitgevonden en haar uitsluitend eigendom waren en wanneer er
tenslotte toch een miss #Duncan# bestond, zij waarschijnlijk één van die
talrijke navolgsters moest zijn, die het publiek wel van de wàre
danseressen zou weten te onderscheiden.
Frohmann was gewoon perplex over die brutaliteit, temeer, omdat het
publiek aan de woorden van #Maud Allan# geloof sloeg. Gelukkig wist ik
nog bijtijds dit gevaar af te wenden, want miss #Duncan# bezat nog
altijd een schrijven van haar uit Berlijn, dat ik zoo vrij was in de
kranten te laten publiceeren. Dit hielp. Bij de eerste voorstelling "De
dansen van Iphigenia" was het gebouw tjokvol en wel met een elite
publiek, nieuwsgierig hun oordeel over beide mededingsters te vellen.
Miss #Duncan# nam ook hier aller harten stormenderhand in. Gedurende een
maand was avond aan avond de zaal zoo goed als uitverkocht. Koning
Edward VII vereerde ons driemaal met zijn tegenwoordigheid en droeg mij
op miss #Duncan# zijn bewondering voor haar kunst over te brengen.
Koningin Alexandra is zelfs zeven maal de voorstelling bij komen wonen.
Wegens dit ongeëvenaard succes haastte Frohmann zich met mij een
contract te sluiten voor een tournée van twintig weken door
Noord-Amerika.
Wij zouden tegen September te New-York onzer voorstellingen aanvangen.
Vanaf begin Juli kreeg ik telegram op telegram met dringend verzoek om
reeds in Augustus te beginnen. Eerst weigerde ik, maar de belofte van de
schitterende recettes, die mij te wachten stonden, deden mij besluiten
toe te geven.
Wij kwamen te New-York aan toen het daar snikheet was, vandaar dat
iedereen, die het maar eenigszins doen kon de stad ontvlucht was om aan
zee wat koelte te zoeken. Onder die omstandigheden trad Miss Duncan voor
stoelen en banken op. Frohmann woedend over deze mislukte speculatie
wilde niet toegeven, dat hij zelf de schuld hiervan droeg door
eigenzinnig in deze hondsdagen met onze tournée te beginnen. Men maakte
nauwelijks 1000 dollar gemiddeld per dag, wat gegeven de ontzaglijke
onkosten--in Amerika zijn èn de huur, de publiciteit, de orkestleden èn
overige employés wel vijf maal zoo duur als in Europa--geen geringe
tegenvaller was. Ons "deficit" werd dan ook bij den dag grooter. Wij
trekken naar Ontario, bezoeken Philadelphia en Boston, doch de
ondragelijke hitte neemt niets af en het resultaat is al even
bedroevend, niettegenstaande Miss Duncan, die nu zonder haar leerlingen
reist, steeds op een artistiek succès kan bogen.
Ontmoedigd toont Frohmann zich thans een volbloed Yankee. "It is a
failure, I made a mistake," dus stop gezet met verdere reclame, de zaak
is nu eenmaal toch verloren. Elken avond wordt het aantal orkestleden
ingekort. Per contract had ik recht op twee en dertig, weldra blijven er
slechts vijftien over en of ik al reclameer, het helpt geen zier. Mr.
Frohmann blijft onzichtbaar en zijn "manager" Mr. #Hayman# mompelt bij
elke nieuwe reclamatie kort af: "Go to hell!" .... Wanneer hij goed
geluimd is, geeft hij mij den raad het contract eenvoudig te verbreken
en naar Europa terug te keeren. Eindelijk komen we te Buffalo aan. In
het geheel zijn er nu nog maar zeven orkestleden aanwezig. Om de
orkestruimte aan te vullen, had men notabene! wat kerels van de straat
genomen, die van hun leven misschien nog geen instrument in handen
hadden gehad. Op zoo'n manier moest ik het bijltje er wel bij neer
leggen om de reputatie van Miss Duncan er niet verder aan te wagen en
haar voor een eventueel echec te vrijwaren. Dies zocht ik voor de
zooveelste maal Mr. Hayman op en verklaarde de tournée verder op te
zullen geven, op voorwaarde, dat de terugreis naar Europa van Miss
Duncan en mijn personeel op kosten van Charles Frohmann zou geschieden,
hetgeen hij aannam.
Te New-York teruggekeerd besloot ik met het symphonie orkest
van #Walter Damrosch# één enkele buitengewone matinée in het
"Metropolitan-Opera-House" te geven. Nauwelijks zijn de affiches
aangeplakt of het bespreekbureau wordt bestormd, het deftige publiek is
inmiddels van hun buitenverblijven teruggekeerd en ik was de eerste die
daar nu partij van trok. In plaats van een schamele duizend dollar, die
wij onder leiding van den ondervoorzitter der Amerikaansche tooneeltrust
hadden geind, maakte deze matinée wel zeven maal zooveel en Miss Duncan
heeft bovendien een overweldigend succès.
Deze eerste matinée wordt dan ook door zes andere gevolgd en de
ontvangsten wisselen tusschen de 35 à 40 duizend francs. Opnieuw bezoek
ik nu Boston, Chicago, Philadelphia. Overal waar wij eerst zoo'n
financieelen pech hadden, stroomt nu het geld binnen, zoodat Miss Duncan
aan het einde van haar kunstreis niet minder dan vier honderd duizend
francs overhield.
Groote ergernis van Frohmann, die zich zoozeer in zijn "flair" bedrogen
had. Hij was echter nog niet van mij af, daar hij geweigerd had de
kosten van de terugreis te dragen en ik een ander contract voor een
aantal voorstellingen door #Mimi Aguglia# en haar Siciliaansch
gezelschap te New-York met Frohmann loopende had. Ik telegrafeer aan
mijn secretaris, dat hij voorloopig maar niet op het betwiste bedrag
moet aandringen en dat ik zelf bij mijn komst te New-York het wel zal
komen regelen.
Ik had echter al even weinig succes als mijn secretaris en daar ik niet
van plan was Frohmann ongeveer vijf duizend francs te schenken, besloot
ik een advocaat te raadplegen, die mij een procès ten zeerste afried.
Primo zou mij dit een schep geld kosten en secundo zou het zeer
twijfelachtig zijn of ik op den langen duur iets van Frohmann los
kreeg. Toen kwam ik plotseling op het volgend denkbeeld. Frohmann
logeerde in het zelfde hotel Astor. Ik verzocht hem om een onderhoud,
dat hij mij terstond verleende, daar hij op 't punt stond naar Chicago
te reizen.
--Waarde Vriend, neem me niet kwalijk, dat ik je kom derangeeren, maar
ik reken er op, dat je me uit de verlegenheid redt. Ik heb mijn
gezelschap te betalen en ben op 't oogenblik zonder voldoende contanten.
Om geld te laten overkomen, zelfs per telegram gaan minstens drie dagen
heen, kun je me niet een zes duizend francs leenen?
--"All right" en meteen teekende hij een cheque van twaalf honderd
dollar. Den volgenden dag ontving hij onderstaanden aangeteekenden
brief.
Waarde Vriend. Je hebt me gisteren zes duizend francs geleend. Daar
ik evenwel een vijf duizend te vorderen heb voor de onkosten der
terugreis van Miss Duncan, zal ik het resteerende tot je
beschikking houden en daarmee zijn we dan quitte. Met handdruk,
_Jos. J. Schürmann._
De beroemde manager mag bij zich zelf gevloekt hebben. Ik was op de
"Provence" toen hij mijn brief ontving en goed en wel met zijn cheque op
weg naar Frankrijk. Hij hield zich evenwel niet voor geslagen en eischte
bij mijn terugkeer te Parijs het geld op. Dit was juist wat ik op het
oog had. Onze kwestie te laten uitvechten voor het Fransche gerecht. Het
procès kwam voor het "Tribunal de commerce" en Frohmann werd voor het
verschuldigde bedrag veroordeeld plus de kosten. Het bedrag van zijn
cheque was hiermee terugbetaald en ik had over mijn machtigen
tegenstander gezegevierd.
"Tournées" door Amerika zijn voor impresario's steeds een gevaarlijke
onderneming, vooral tooneelvoorstellingen in een vreemde taal. Men kan
de dwaaste stukken met de onbeteekenendste artisten in het Engelsch
vertoonen en geld maken, doch komt er een Fransch of Italiaansch
gezelschap met aan het hoofd een ster van den eersten rang naar de
Vereenigde Staten, dan heeft men veel kans niet eens de kosten goed te
maken.
#Réjane#, #Mounet-Sully#, #Novelli#, #Mimi Aguglia# speelden daar vaak
voor stoelen en banken, alleen #Sarah Bernhardt# en #Eleonora Duse#, de
eerste nog meer dan de tweede, hebben er steeds het grootste succès
gehad. Men kwam niet om te oordeelen of om haar spel, doch alleen en
uitsluitend om te kunnen zeggen: "We hebben haar gezien!"
Niettegenstaande de opwekkende kranten artikelen en een uitstekend
geschreven kroniek van #Allan Dale#, den #Sarcey# van New-York, een
uitgebreide publiciteit in de "New York Herald", die meer dan vijftien
portretten van #Mimi Aguglia# in verschillende rollen opnam, maakten we
ternauwernood een half volle zaal, terwijl ik bovendien een groot
electrisch reclamebord boven den Broadway Schouwburg had laten plaatsen:
"De beroemde Mimi en haar Siciliaansche artisten." Toch telt New York
meer dan vier honderd duizend Italianen, waaronder een honderd duizend
Siciliërs.
#Réjane# deelde in het zelfde lot. Bij #Mounet-Sully# was het nog
slimmer. Men weigerde zelfs van de vrijbilletten gebruik te maken.
Iemand, die mij een dienst had bewezen en wien ik een entrée aanbood,
was er niet het minst op gesteld.
--Ik versta hem niet. Ik neem best aan, dat hij één der eerste artiesten
is, dat vertellen mij reeds de kranten, maar om den geheelen avond
klanken te hooren, die ik niet versta, dank je wel!
Er viel niets tegen in te brengen..... Met uitzondering van opera's
maakt men in Amerika gewoonlijk geen recettes, tenzij in de taal van het
land.
English for ever!
Suzanne Desprès.
Een groote, zeer groote tooneelspeelster, met begrip van haar kunst. Zij
weet zich in elke rol geheel in te leven en beschikt behalve over vele
natuurlijke gaven over een zeer persoonlijk talent.
Niettegenstaande haar talrijke successen, zoowel in de "Comédie
Française", het "Odéon", de "Vaudeville" als in het "Théâtre Antoine" is
het haar toch nooit mogen gelukken de ster van een vast gezelschap te
worden of een duurzame plaats in het hart der Parijzenaars in te nemen.
Met evenveel aanleg als Mmes #Bartet#, #Segond-Wéber# en #Réjane# wordt
#Suzanne Desprès# te Parijs slechts voor bepaalde rollen geëngageerd.
Ook in haar vertolking van #Racine's# "Phèdre" heeft zij bewijs gegeven
van haar goed begrip en van een persoonlijke opvatting, toch mist zij
zoo goed als alles voor een klassieke stijlvolle uitbeelding.
Overtuigd dat haar talent in Duitschland gewaardeerd zou worden,
engageerde ik haar voor één mijner tournées door de Bondstaten. Ik
vergiste mij niet, want haar succes nam toe, waar zij ook optrad. In het
eerst waren de Duitschers eenigszins verbaasd een Parijsche actrice te
zien spelen, met zoo weinig "mondaine elegance". Daarna verheugden zij
zich, dat haar spel zoo frappant op dat van hun eigen geliefde
tooneelspeelsters geleek. Een bekend kritikus van één der Berlijnsche
bladen schreef: Deze Parisienne had even goed aan de Spree geboren
kunnen zijn!
Wat vooràl in Suzanne Desprès aantrekt, is haar vroolijk humeur,
niettegenstaande haar uiterlijk iets melankolieks over zich heeft. Zij
is bovendien een onderhoudende reismakker, die niet spoedig tegen
vermoeienis opziet. Bevriend met en bezorgd voor haar reisgenooten,
leeft zij met hen op voet van gelijkheid zonder zich op haar "étoile en
vedette" ook maar het minst te laten voorstaan. Dochter van een
treinmachinist van den Oosterspoorweg is zij een echte Parijsche
"gamine" gebleven, voelt zich daarbij in elke omgeving thuis en op haar
gemak. Haar aangeboren "esprit" van kind uit het volk zonder school en
opleiding verlaat haar nooit, terwijl zij haar kennis door energie en
eigen studie verworven heeft. Openhartig en zonder omwegen komt zij
steeds voor haar meening uit en wie haar heeft leeren kennen zooals ik,
weet dat er steeds staat op haar te maken valt. Vandaar dat ik aan
Suzanne Desprès mijn beste herinneringen bewaar.
Nadat mijn bewerking van #Björnson's# "Faillissement" in het
Théâter-Antoine was opgevoerd, wist ik haar ook voor #Ibsen# te winnen.
Door haar vertolking van "Nora" heeft zij veel tot de bekendheid met de
Scandinavische tooneel-literatuur te Parijs bijgedragen. Haar vertolking
van "Nora" toont over het geheel overeenkomst met die van #Eleonora
Duse# en staat dan ook zeer hoog.
Met de "Roode Toga" van #Brieux# begonnen wij onze tournée in het
Schauspielhaus te Dresden. Haar Yanetta werd om strijd geprezen.
Den volgenden avond had zij een even groot succès met "Le Détour" van
#Bernstein# (hier te lande bekend onder de titel "Langs een Omweg"),
hoewel de zaal toen minder goed bezet was.
Van Dresden begaven wij ons naar Praag, waar wij oorspronkelijk "Nora"
zouden geven. De vrouw van den directeur van het Stadt-theater had deze
rol hier reeds verscheidene malen gespeeld en verzette zich tegen de
opvoering. Daarom waren wij genoodzaakt "Le Détour" aan te kondigen. Van
Praag reisden wij naar Dresden, waar Suzanne Desprès in het Opernhaus
optrad om vervolgens te Hamburg een serie voorstellingen te geven in het
Thalia Théâter van "La Robe Rouge", "Nora", "La Fille Elise", "Poil de
Carotte" en "Denise".
Dank zij mijn persoonlijke relaties gelukte het mij om bij de eerste
voorstelling te Berlijn in het "Neues Theater" het bezoek van den Keizer
te kunnen aankondigen. De affiches werden met den keizerlijken adelaar
bedrukt, benevens de speciale vermelding: Auf allerhöchstes Befehl.
Tegen mijn verwachting had de keizer te kennen gegeven een klassieke
voorstelling te willen bijwonen en daartoe werd Racine's "Phèdre"
uitgekozen.
Zooals ik dat voorzien had, was deze vertooning lang niet vlekkeloos.
De Keizer ontbood mij in zijn loge, onderhield zich een tijdlang met mij
over de vertolking van dit meesterwerk, waarop hij slechts tegen had:
het vulgaire, weinig waardige van het gegeven.
Ik verzocht toen Zijn Majesteit een andere voorstelling bij te wonen van
een modern stuk om zich een definitieve meening aangaande Suzanne
Desprès en haar gezelschap te vormen. De keizer besloot "La Robe rouge",
dat vijf dagen later vertoond zou worden te komen zien, waarin volgens
mijn meening Suzanne zich van haar beste zijde deed kennen.
Niettegenstaande het geringe succès van "Phèdre", maakten we volle zalen
met "Nora," "Le Détour" en met "L'Ainée" van #Jules Lemaître#. Met "La
Gioconda" van #d'Annunzio# werd slechts twee duizend francs gemaakt.
Iedereen wilde de herinnering aan Eleonora Duse onaangetast laten, die
in deze rol te Berlijn haar grootste triumphen had gevierd. Overigens
was de tegenwoordigheid van den Keizer bij de eerste voorstelling
voldoende geweest om den schouwburg te vullen. Evenals te Londen
beschouwt men te Berlijn het als een hulde aan het vorstenhuis om zich
bij zulk een vertooning te gaan amuseeren of ... vervelen, wanneer het
hoofd van Staat den schouwburg met zijn bezoek vereert.
Den zesden dag van ons verblijf te Berlijn gaven wij "La Robe Rouge"
wederom op "hoog bevel." De keizer verscheen op de minuut van het
aangegeven uur af, vergezeld van de keizerin, de kroonprins en -prinses,
prins Eitel-Friedrich en de geheele hofhouding in gala. Ditmaal viel er
op de voorstelling niets te zeggen. Suzanne Desprès overtrof zich zelf
en speelde met een vuur, een bezieling, die iedereen onder haar
suggestie bracht. De keizer was er zeer over voldaan en verzocht mij
Suzanne Desprès aan hem voor te stellen. Ik ging haar terstond opzoeken.
--Suzanne, de keizer ontbiedt je om je te complimenteeren. Ik kom je op
zijn verzoek halen. Ga vlug mee.
--De keizer? Moet ik gaan?
--Natuurlijk, vraag je dat nog?
--Ja wel, maar ik heb nog nooit met een vorst gesproken. Ik weet niet
hoe ik mij voor moet stellen, hem begroeten, noch wat ik zeggen moet.
--Toon je gewoon zooals je altijd bent en antwoordt hem, zooals je een
gewoon sterveling zoudt antwoorden. Wees je zelf, dat lukt steeds het
best.
Niet weinig ontroerd neemt zij mijn arm en ik begeleid haar naar de
keizerlijke loge.
De keizer wacht haar op, loopt haar tegemoet en zegt haar, terwijl hij
haar de hand reikt.
--Mevrouw, U hebt uw rol verrukkelijk gespeeld, als een groot artiest.
Ik mocht haar reeds van Mme Réjane eenmaal bijwonen. Ook de keizerin is
sterk onder den indruk en verheugt zich over het succes, dat u zoo
waardig verdiend hebt.
Daarop onderhield zich de keizer nog een tijdlang over de verschillende
groote Parijsche artiesten, die hij reeds gezien had en die hij zeer
bewondert, over litteratuur en over tooneel, waarbij hij het betreurde,
dat in den laatsten tijd de stukken zoo vulgair werden.
--Wat een volk noodig heeft zijn edele en verheven gevoelens. Het
dagelijksch leven is reeds genoegzaam plat en weinig verheffend om dat
nog eens opnieuw op de planken gade te slaan. Ik houd dààrom zoo van uw
klassieken, omdat zij verheven gevoelens bij ons opwekken, omdat zij den
goeden smaak bevorderen en tot daden van zelfopoffering en moed
prikkelen. Het is mij steeds zeer aangenaam, wanneer uw artiesten mijn
hoofdstad bezoeken en mijn volk met die werken in kennis brengen, die
uw litteratuur tot eer strekken. Men zal hier nooit genoeg #Corneille#
en #Racine# bewonderen en ik voel mij gelukkig tot hun succes door mijn
tegenwoordigheid en belangstelling bij te dragen.
Na deze voor Frankrijk vleiende bekentenis sprak de keizer nog enkele
minuten over eenige boulevard-artiesten, die hij had zien spelen en
schepte veel vermaak in de antwoorden van Suzanne, die zonder op de
etikette acht te slaan, meedeelde hoe zij over hen dacht.
Om de pauze niet langer te rekken, stak de keizer haar opnieuw de hand
toe, waarna Suzanne boog en heen ging.
Bij dit onderhoud viel er bij den keizer weinig te bemerken van de
militaire stramheid, waaraan de talrijke photo's doen denken.
Integendeel, hij lijkt dan veel meer op een vriendelijk, gemoedelijk
heer, die zich vroolijk en toeschietelijk toont. Zijn doordringende
blauwe oogen lachen u toe, terwijl hij bovendien vloeiend Fransch
spreekt zonder accent, hetgeen van het meerendeel zijner landgenooten nu
juist niet gezegd kan worden.
De Fransche artiesten hebben steeds bij hem een streepje voor gehad.
#Sarah Bernhardt#, #Coquelin#, #Aîné# en #Cadet# en ook #Réjane# kunnen
hier trouwens over mee spreken.
Na de voorstelling van "Nora" en "Poil de Carotte", bij ons onder den
titel "Peenhaar" vertoond, werd Suzanne Desprès te Berlijn uitbundig
toegejuicht en in haar loge door verschillende bewonderaars
gecomplimenteerd. Onder hen bevond zich een dame, die haar geestdrift
nauwelijks bedwingen kon, waarvoor Suzanne Desprès, als elke artiest,
zeer gevoelig bleek en haar geroerd bedankte.
Deze dame nam haar een oogenblik terzijde en vroeg toen zacht:
--Nu wij toch eenmaal kennis gemaakt hebben en u mijn bewondering voor
uw talent weet, moet u mij eens verklaren, waarom u u in het laatste
bedrijf van "Nora" als jongen verkleedt en nog wel één met peenhaar?
De kunstzinnige dame had namelijk "Poil de Carotte" als het vierde
bedrijf van "Nora" opgevat.
De désillusie van Suzanne Desprès laat zich na zoo'n vraag begrijpen,
hoewel zij er bij zich zelf toch om lachen moest.
Elena Sanz.
In het voorjaar van 1890 kreeg ik op een goeden dag bezoek van #Elena
Sanz#, de beroemde Spaansche zangeres, die na langen tijd de aangebeden
ster van den Koninklijken Schouwburg te Madrid te zijn geweest, het
tooneel van haar triumphen had vaarwel gezegd, om zich geheel aan het
geluk van haar koninklijken minnaar Alphonse XII te wijden.
Twee kinderen, Alphonso en Fernando, die sprekend op hun vader geleken,
waren het gevolg van deze intieme verhouding en Elena had zich jaren
lang met volle liefde aan de opvoeding dezer prinsjes gegeven, tot zij
tot flinke jongens waren opgegroeid. Iedereen meende dan ook dat zij
voor goed van het tooneel afscheid had genomen, doch plotseling kreeg
het verlangen naar de planken weer de overhand; zij meende dat zij zich
slechts opnieuw in het publiek te vertoonen had, om haar vroegere
successen wederom deelachtig te worden. Zij zag niet in of wilde niet
begrijpen, dat deze jaren van rust, haar lichaamsomvang hadden doen
toenemen. Van haar vroegere schoonheid had zij alleen haar mooie,
uitdrukkingsvolle oogen behouden en wat haar stem betrof, de bekoring
was grootendeels verdwenen, al klonk ze nog zuiver.
Ik gevoelde weinig lust met haar een "tournée" te beginnen, overtuigd,
dat wij in plaats van een succes eerder fiasco zouden maken, hetgeen ik
haar openlijk meedeelde.
--U wil dus niet? U vergeet, meneer Schürmann, dat behalve mijn stem ik
nog een andere attractie op het publiek heb. Ik ben immers een halve
koningin.
--Mevrouw, het spijt me, mijn seizoen is zoo goed als bezet en het is te
laat om nu nog de noodige schouwburgen te kunnen huren.
--Ook niet, wanneer ik de kosten op mij neem?
--Ik wil u niet gaarne aan een verlies blootstellen.
--Dat gaat mij alleen aan. Ik wil alle uitgaven dragen. Of er winst of
verlies wordt gemaakt, behoeft u u niet aan te trekken. U maakt de
route voor mij in orde, huurt voor mijn rekening de zalen en zorgt voor
de noodige reclame, zooals u dat verstaat en gewoon zijt. Ik reken hier
op en geef u voor uw arbeid en tijdverlies tien duizend francs.
Moeilijk kon ik langer bezwaren maken en nam tegen wil en dank haar
voorstel aan. Mme Sanz gaf mij bovendien een bedrag van vijf duizend
francs om de eerste kosten te dekken. Zij had een uitsluitend Spaansch
schouwspel gecombineerd, dat zij "Noches de Espana" noemde. Twee en
dertig danseressen van Cadix en Malaga in nationaal costuum van de
provincies van Spanje zouden de Malagenas, Peterenas, Habaneras
vertoonen, die later door de bekende #Otero# en andere beroemde
danseressen over de geheele wereld gedanst zijn, maar toen voor de
meesten nog gloednieuw. Zij zelf zou in de "entre acten" liederen uit
"Carmen" en "Orpheus" ten beste geven met medewerking van den bariton
#Lauwers#, een Belg, die op de Colonne-concerten reeds met groot succes
was opgetreden.
Zij bouwde minder op haar vroeger succes dan wel op de bekendheid van
haar relatie tot den koning bij het buitenlandsch publiek, dat zeker
niet de gelegenheid zou laten voorbijgaan de maitresse van een
regeerend vorst van nabij te zien. Zij rekende er verder heimelijk op
overal met groote onderscheiding ontvangen te worden en nam daarom ook
haar twee jongens mee, die met hun gouverneur elken avond de
voorstelling zouden bijwonen.
Al mijn bezwaren hadden op haar geen uitwerking. Zij had zich dit nu
eenmaal voorgenomen en ik was niet in staat haar die verwachtingen uit
het hoofd te praten. Zij droeg mij zelfs op er voor te willen zorgen,
dat de verschillende autoriteiten haar waardig zouden kunnen ontvangen.
Behalve een tiental schouwburgen in Duitschland en Oostenrijk, had ik te
Amsterdam, den Haag en Rotterdam eveneens een zaal weten te huren. Om
mijn goed betalende zangeres tot vriend te houden had ik mijn broeder te
Amsterdam geschreven op de een of andere manier haar een waardige
ontvangst te bereiden, na hem haar "idée-fixe" in kleuren en geuren te
hebben meegedeeld.
Hij antwoordde mij: Wees gerust, zij zal haar zin hebben, hoe blijft een
verrassing.
Onze trein komt in Amsterdam aan. Op het perron staat mijn broeder met
een deftig in het zwart gekleed heer, een veelkleurig lintje in zijn
knoopsgat, ons op te wachten.
Ik kijk dien heer oplettend aan en herken in hem mijn ouden vriend
Canter, eigenaar van een heerenconfectiezaak hier ter stede. Mijn broer
wenkt mij niets te laten merken, nadert Elena Sanz, en haar zijn
metgezel voorstellend:
--Veroorloof mij, mevrouw u aan Zijn Excellentie, den minister van
Schoone Kunsten voor te stellen, die namens onze regeering u komt
verwelkomen.
De meneer drukt een kus op Elena's vleezige hand en steekt zijn van
buiten geleerde speech af.
Elena, ten zeerste voldaan noodigt hem uit haar naar haar hotel te
volgen, terwijl mijn broer en ik ons uit de voeten maken.
--Ben jij van Lotje getikt om zoo iets te durven uithalen. Als zij nu
verneemt, dat wij in Holland niet eens een minister van Schoone Kunsten
rijk zijn?
Mijn broeder antwoordt doodleuk: Dit plannetje leek mij het eenvoudigst,
morgen is zij weer vertrokken en onze vriend Canter zal vandaag wel in
zijn rol weten te blijven.
Dat deed onze "minister", alsof het zijn dagelijksch werk was. Den
geheelen dag liet hij haar geen oogenblik in den steek en volgde haar
als 'r schaduw. Hij nam haar uitnoodiging, om samen te dineeren aan en
verliet haar eerst bij den artiesten-ingang onder belofte in de pauze
haar nogmaals te komen bezoeken. Tot groote verwondering van Elena Sanz
verscheen hij echter niet meer en toen zij naar verschillende kanten
vroeg, waar de minister van Schoone Kunsten bleef, keek men haar wel
verwonderd aan, doch bleef haar het antwoord schuldig. Canter beangst,
dat deze mystificatie zou uitlekken had 'm stil geknepen. Z'n taak was
trouwens geeindigd.
Den volgenden dag moesten wij naar den Haag. Wie beschrijft de verbazing
van Elena, toen zij de Kalverstraat doorrijdend om zich naar het station
te begeven aan de deur van zijn magazijn onzen "minister" herkende,
bezig een boertje een jas aan te praten.
Zou zij toen reeds iets vermoed hebben, of zou zij alleen verrast zijn
geweest over zoo'n sprekende "gelijkenis"?
* * * * *
Te Weenen was Elena Sanz op het dwaze denkbeeld gekomen om op het
oogenblik dat de voorstelling zou aanvangen en iedereen zijn plaats
reeds had ingenomen, haar twee jongens in korten broek met zijden
kousen, en claque onder den arm, voorafgegaan door twee gepoederde
lakeien en gevolgd door hun gouverneur naar de zaal te zenden, die onder
groote nieuwsgierigheid en gelach van de toeschouwers hun gereserveerde
plaatsen gingen innemen. De verschijning van Elena Sanz lokte eveneens
een spottend lachen uit. Men maakte luide aanmerkingen op den smaak van
den afwezigen monarch, die eenmaal voor de thans zoo welgedane zangeres
gegloeid had en wiens nakomelingsschap thans in het publiek vertoond
werd.
Toen werd het Elena Sanz eerst recht duidelijk, dat zij eerder naar mijn
raad had moeten luisteren en aan deze dwaze vertooning, die niets
artistieks had, een einde te maken. Zij zag van de verdere "tournée"
liever af, trok zich terug op haar buitenverblijf te Billancourt, waar
zij tot haar dood is voortgegaan met als rouwende vorstin te midden van
een hofhouding van gepatenteerde klaploopers te leven, die haar kinderen
met "Hoogheid" aanspraken in ruil voor een diner of een goudstuk. De
arme vrouw, die overigens een goed karakter had, meende steeds door de
wettige koningin van Spanje te kort gedaan te worden en bij het
overlijden van Alphonse XII eischte zij voor haar kinderen titel en
fortuin op, welke haar bij gerechtelijke uitspraak voor goed geweigerd
werden.