De stad Casamicciola op de Noordkust van Ischia is geheel en al

verwoest. Kerken, badinrichtingen, schouwburg, hotels, huizen, alles is

ingestort en de ongelukkigen, die zich in die gebouwen bevonden, zijn

onder de puinhoopen begraven.

Het plaatsje Forio is evenzoo ingestort, de steden Ischia en Porto

d'Ischia hebben veel geleden. Lacco Ameno is geheel verwoest. Ook het

eiland Procida doorstond eene aardbeving. Ik hoop niet, dat de lezer

geheel verstompt is door al die afgrijslijkheden van de uitbarsting van

Krakatau: ik voor mij heb niet zonder aandoening de beschrijving kunnen

lezen, die Camille Flammarion van de ramp van Ischia gaf. Een zijner

correspondenten schreef hem het volgende:

"Ik heb gevechten bijgewoond, ik heb slagvelden bezocht, ik heb de

kreten van stervenden en gewonden gehoord, ik heb den brand van Parijs

gezien gedurende de Commune. Ik geloofde de afschuwelijkste tooneelen te

hebben bijgewoond, die de menschheid kon aanbieden.

Ik had mij bedrogen, dat alles was niets in vergelijking met het

schouwspel, dat wij voor oogen hadden.

Rechts van ons, onder vijgenboomen, liggen twee ouden van dagen, man en

vrouw, te sterven, omringd door hunne kinderen en kleinkinderen.

Midden op de straat aanschouw ik een tooneel, dat ik nooit zal vergeten.

Hier ligt een grijsaard, geleund tegen een stuk muur, met verbrijzelden

schedel, met korsten bloed bedekt, waarop zich zwermen van vliegen

neergezet hebben.

Rechts liggen drie stervenden in het stof; hunne oogen, reeds bijna door

den dood verduisterd, zijn gewend naar het midden van de straat, waar

een priester staat, een oud man, die blootshoofds de gebeden der

stervenden opzegt, en de laatste absolutie geeft.

"_Padre mio_", zeide met zwakke stem de grijsaard met den gebroken

schedel, "_Vi confesso tutti i miei peccati_" (ik biecht al mijne

zonden).

"_Ga in vrede, mijn vriend, dat God u vergeve._"

En hij legt hem de beide handen op het hoofd.

Wij hooren achter ons lachen: twee vrouwen zijn krankzinnig geworden van

schrik.

Onder een hoop steenen bespeurt men een haarvlecht en men meent een

zucht te hooren. Onmiddelijk begint men de steenen weg te ruimen en

langzamerhand ontbloot men eene arme vrouw, geheel en al begraven onder

de puinhoopen, maar die nog ademhaalde na zeventien uren. Men legt haar

op eene tafel. Zij opent de oogen, die met bloed beloopen zijn; de

oogleden zijn paarsch, armen en voeten zijn verpletterd."

Straat Soenda en de baai van Napels wedijveren met elkaar in schoonheid.

Ook in verschrikkingen streven zij elkaar naar de kroon. Is niet eene

aardbeving nog vreeselijker dan eene vulkanische uitbarsting?

De aardbeving van Ischia is wèl de ergste schok geweest, in Europa

gevoeld, echter was zij niet de eenige. In October van 1883 zijn

aardbevingen waargenomen in Moravië, Stiermarken en Croatië, en op het

eiland Chios; eenige dagen later in Andalusië. In December werden

achtereenvolgens aardschokken waargenomen in Italië, Zwitserland,

Portugal, Krain en Frankrijk.

Hiermede eindigen wij het overzicht van de vulkanische gebeurtenissen,

tijdgenooten van de uitbarsting van Krakatau. Zelden is er een jaar

geweest, dat de aardkorst zóó onrustig was. Niemand kan ook maar eene

gissing wagen over het verhoogde vulkanisme der aarde, dat wij in 1883

beleefden. Zulke dingen liggen over de grenzen van ons weten.

HOOFDSTUK X.

De optische verschijnselen in den dampkring van 1883-1886.

I. De verspreiding van de blauwe zon en der gekleurde

lichtschijnsels in de schemering over de oppervlakte der aarde in

1883.--Reizen van de blauwe zon over de wereld.--Tot het einde van

1883 worden die verschijnselen over de geheele aarde

waargenomen.--Zij worden aan de "rookwolk van Krakatau"

toegeschreven.--"Qui nous délivrera de Krakatau?"--Het rapport der

Royal Society.--De rapporteurs.--Het is onbewezen dat de fijne

stofjes in de atmosfeer uit Krakatau afkomstig zijn.--Beschrijving

der schemeringen.--De corona of ring om zon en maan.

II. _Kan de uitbarsting van Krakatau de oorzaak zijn der abnormale

optische verschijnselen van 1883 tot 1886?_--Hoeveel stof heeft

Krakatau uitgeworpen?--De droge mist in 1783.--Eene

berekening.--Denkbeelden van E. Douglas Archibald.--Speelt de

waterdamp een rol bij de schemeringsverschijnselen?--Is de

electriciteit in het spel?--Redeneering van W.

Crookes.--Theoretische beschouwingen.--De proeven van Prof.

Kiessling.--Het gebied van den aschregen volgens de Royal Society

en volgens Verbeek.--Afmetingen van de stofwolk van Krakatau.--Hare

hoogte.--Eene onjuistheid in het rapport der R.S.--De methode der

antecedenten, toegepast op vulkanische uitbarstingen en optische

verschijnselen.--De uitbarstingen van 1783 in Japan en op

IJsland.--Nog eens de droge mist van 1783.--Beschrijving van Prof.

Brugmans te Franeker.--De eruptie van den Tambora op Soembawa in

1815.--Roode schijnsels in Engeland (1815).--Eruptie van den Etna

in 1886.--Optische verschijnselen in den dampkring van Italië in

1886.--Waarschijnlijkheid, dat Krakatau de oorzaak is van de

optische verschijnselen van 1883 tot 1886.

I.

Roode en gele wolken, zooals niemand ze ooit gezien had, een

koperkleurig of bloedrood uitspansel, eene groene of blauwe

zon--ziedaar de vreemde verschijnselen in den dampkring, die de

uitbarsting van Krakatau vergezelden, vóór de diepe duisternis van 27

Augustus 1883 inviel, en, nadat zij was opgeklaard, in de kustlanden van

Straat Soenda. Te Telok Betong bijvoorbeeld werd op dien

onheilspellenden dag, des morgens te 10 ure, een hevige slag gehoord,

als van een kanonschot. De zon was onzichtbaar, de hemel koperkleurig.

Plotseling scheen de hemel in vlam te staan, raketten doorkliefden de

lucht. Toen viel de duisternis in, die zich uitstrekte over het Zuiden

van Sumatra en het Westen van Java.

Te Palembang hoorde men telkens knallen als kanonschoten. Kopjes,

glazen, lampen, alles was in beweging, en men gevoelde tusschenbeiden

een schok evenals ingeslagen bliksem. Plotseling zag men in het Z.O. aan

den hemel "een waaier of pauwestaart, van zilverwitte kleur, tegen een

loodgrauwe lucht." Dit verschijnsel duurde een kwartier; toen het

verdween, begon de zware aschregen, die de lucht verduisterde.

Te Serang werden "flikkerende lichtkogels" gezien "in vorm en lichtglans

onderscheiden van bliksemstralen".

Te Tjandjoer spreekt men van een "zwaren mist of dikken nevel;" te

Tangerang neemt men waar "dat de lucht benauwd en met zwaveldampen

vervuld is;" op Java's Eerste punt worden roode en gele wolken bij

zonsopgang waargenomen. Te Batavia komt de zon groen uit de duisternis

te voorschijn.

Door geheel Indië zag de hemel er den 26sten en 27sten Augustus

vreemd uit. Wel is waar was het gebied der duisternis niet zóó

uitgestrekt, maar de vreemde kleurschifting in den dampkring werd overal

waargenomen. Ook op het eiland Ceylon werd een droge mist en een groene

zon waargenomen.

Daarbij bleef het niet.

Reeds den 27sten Augustus verspreidde zich die geheimzinnige

lichtverschijnselen, want op de Seychellen-eilanden, te Diego Garcia en

te Rodriguez, bleef het uitspansel na zonsondergang nog ruim een uur in

een rooden glans gehuld. Den 28sten Augustus werd, behalve op

genoemde plaatsen, ook te Mauritius eene abnormale kleuring na

zonsondergang ontdekt, terwijl de zon bloedrood was opgegaan. Te Natal

werd den 28sten Augustus een schitterende zonsondergang waargenomen.

Den 29sten Augustus werd de zon in den Indischen Oceaan nagenoeg

verduisterd door een gele mist.

Den 30sten Augustus heeft het verschijnsel reeds de Westkust van

Afrika bereikt.

Op het eiland St. Helena worden de inwoners verschrikt door een rood

licht in het Zuid-Oosten, en in het Zuid-Westen evenals een vuur.

Den 1sten September wordt eene blauwe zon waargenomen over den

Atlantischen Oceaan, tusschen de keerkringen. Bijzonder schoone

zonsondergangen worden waargenomen te Guayaquil en Santiago (Chili).

Op 2 September is er eene blauwe zon in dat gedeelte van Zuid-Amerika,

dat zich uitstrekt van Panama tot Paramaribo, en van Peru naar de

Antillen. In den Indischen Oceaan tot 36° Z.B. wordt prachtige roode

kleuring waargenomen en in den Atlantischen Oceaan is eene blauwe zon en

een grauw uitspansel, en twee dagen later eene witte zon en een

uitspansel, dat in vuur scheen te staan.

Den 4den September verschijnen de roode zonsondergangen Zuidelijker:

zij bereiken de Kaap en verspreiden zich in de Stille Zuidzee.

Den 7den September verschijnt de roode zonsondergang te New-York,

Virginia en op verschillende andere plaatsen der Vereenigde Staten.

De blauwe zon echter zet hare reis voort naar het Westen van den

Atlantischen Oceaan en vervolgens naar de Groote Stille Zuidzee. Zij

heeft den 9den September de reis om de wereld volbracht, van Oost

naar West, zich tegelijkertijd Noordelijk en Zuidelijk uitbreidende.

Van den 9den tot den 12den September werd de blauwe zon wederom

te Ceylon en een groot deel van Engelsch Indië waargenomen.--De reis om

de aarde was afgelegd in 13 dagen. De blauwe zon had zich echter alleen

vertoond tusschen de keerkringen. Daarbuiten, op hoogere breedte, waren

hier en daar op sommige dagen schoone zonsop- en ondergangen

waargenomen.

Tusschen den 9den en den 22sten September werd een tweede omgang

van de aarde gehouden. Maar ditmaal wordt de blauwe zon in het Zuidelijk

halfrond ook buiten den keerkring waargenomen. De roode schemering

breidt zich intusschen eveneens zóó sterk naar het Zuiden uit, dat

_nagenoeg het geheele vasteland der aarde, dat Zuidelijker ligt dan de

keerkring in het Noordelijk halfrond_, door die bijzondere optische

verschijnselen wordt bezocht.

Wederom had de reis om de aarde 13 dagen geduurd.

Tot nu toe hadden zich die dampkringsverschijnselen slechts sporadisch

vertoond in het Noordelijk halfrond buiten den Keerkring. Zij breidden

zich nu langzamerheid uit over het Noordelijk gedeelte der Stille

Zuidzee. Den 10den October zijn de schoone zonsondergangen reeds

waargenomen te Shanghai op 31° N.B. in de Chineesche Zee, de Canarische

eilanden en Florida. In het Zuiden schitteren zij o.a. in de Transvaal,

Nieuw Zeeland, Australië en Zuid-Amerika.

Den 14den October zijn zij nog Noordelijker gekomen. Men bewondert ze

reeds in Californië, de Vereenigde Staten, te Lissabon en te Nice.

Zij naderen nu Midden- en Noord-Europa. Eerst werden zij er slechts

sporadisch waargenomen. Steeds menigvuldiger worden de berichten van

schoone zonsondergangen.

In de laatste dagen van November 1883 schitteren zij in ongekende pracht

aan den hemel. Zij worden waargenomen over geheel Nederland, Engeland,

Frankrijk, Duitschland, Denemarken en Italië. Zij gaan steeds

Noordelijker en bereiken op denzelfden dag Christiania en Upsala, Athene

en Malta.

Intusschen spoedde het jaar 1883 ten einde.

Het had veel leed gebracht op aarde, maar dat leed was geleden en

vergeten. De kustlanden van Straat Soenda waren weder bewoond zooals

vroeger. De tropische natuur met hare oneindige vruchtbaarheid had de

zege behaald over de alles verwoestende vulkanische krachten. Weer dekte

een groen tapijt de hellingen der bergen; de laatste sporen van asch en

modder waren verdwenen; de uitbarsting van Krakatau begon in het

vergeetboek te geraken....

Intusschen hadden de schoone roode zonsondergangen zich vertoond _over

de geheele oppervlakte der aarde_. Toen het jaar 1883 ten einde was, kon

men niet meer spreken van eene beweging van het verschijnsel: het was

overal.

Onder alle hemelstreken, in alle klimaten werd het aanschouwd. "Wat zou

wel de oorzaak zijn van die merkwaardige optische verschijnselen?",

vroeg men zich af over de geheele aarde.

En het antwoord op die vraag werd eerst schoorvoetend gegeven op

twijfelende wijze. Maar toen natuurkundigen van zoovele verschillende

natiën, die allen het verschijnsel bewonderd hadden, tot hetzelfde

besluit kwamen, werd het luide uitgesproken over de geheele aarde: "_de

oorzaak van alles is de rookwolk van Krakatau!_"

De fijne stofdeeltjes, door de uitbarsting van 26 en 27 Augustus uit den

vulkaan in de lucht geschoten, zouden zich met eene groote snelheid naar

het Westen hebben voortbewogen rondom de wereld. Zij zouden

oorspronkelijk in het gebied der tropen vertoefd hebben; langzamerhand

echter zouden zij zich Noord- en Zuidwaarts uitgebreid hebben, zoodat

zij op 't laatst van 1883 verdeeld waren over de atmosfeer der geheele

aarde. Die stofdeeltjes, de "rook-stroom" of "stof-stroom" van Krakatau,

zouden voldoende zijn om alle bijzondere optische verschijnselen op

aarde te verklaren!

In 1884 en 1885 verminderden de optische verschijnselen langzamerhand in

glans en hevigheid, maar het duurde tot 1886 voor zij geheel verdwenen

waren.

Toch waren velen overtuigd, dat er nog steeds Krakatau-stof in de

atmosfeer was.

Als bewijs hiervan moge het volgende dienen.

In het weerbericht van het Metereologisch Instituut te Utrecht over

Januari 1889 lezen wij de verzuchting: "Qui nous délivrera de Krakatau?"

Bij geringe windsterkte en groote betrekkelijke vochtigheid kwam er

namelijk nog al eens mist voor gedurende Januari 1889. In Engeland

meenden sommigen, dat de mist nog aan overgebleven stof van Krakatau was

toe te schrijven, en als antwoord daarop is de verzuchting van het

Metereologisch Instituut zeer begrijpelijk. Men zou toch op goede

gronden hebben kunnen verwachten, dat na het standaardwerk van den

mijn-ingenieur Verbeek, hetgeen in 1885 in het Nederlandsch en in 1886

in het Fransch geheel verschenen was, de uitbarsting van Krakatau zou

hebben opgehouden een actueel onderwerp te zijn. Dat werk toch was zoo

boven lof verheven en was schijnbaar zoo volledig, dat het kon beschouwd

worden als het laatste woord van de wetenschap omtrent eene gebeurtenis,

die wel zeer merkwaardig was, doch waarvan men toch langzamerhand genoeg

krijgt. De Engelsche "Royal Society" had in 1884 eene Krakatau-commissie

benoemd. Haar rapport verscheen eerst in 1888. Zij was dus in de

gelegenheid het werk van Verbeek te raadplegen. Wat het geologisch

gedeelte betreft is de arbeid der Royal Society niet meer dan een

uitgebreid referaat van diens werk. De beschrijving der uitbarsting en

hare oorzaken neemt echter in dit rapport slechts het kleinste gedeelte

in. Het tweede gedeelte, meer dan 300 bladzijden in kwarto, wordt

ingenomen door eene beschouwing over de ongewone optische verschijnselen

in den dampkring, waargenomen van 1883-1886. De commissie uit de Royal

Society heeft zich voor de samenstelling van dit hoofdstuk de

medewerking verzekerd van de leden der Royal Metereological Society:

Hon. F.A. Rollo en E. Douglas Archibald.

Dit onderwerp neemt uit den aard der zaak bij den heer Verbeek een

bescheiden plaats in. Toen zijn werk werd samengesteld, had men nog geen

overzicht van deze optische verschijnselen, daar zij eerst in het jaar

1886 geheel verdwenen, terwijl hun eerste optreden dateert van de

uitbarsting van Krakatau. De Engelsche commissie komt bovendien tot een

geheel ander resultaat dan de heer Verbeek. Voor haar zijn alle optische

verschijnselen, die de bewoners der aarde van 1883-1886 hebben verbaasd,

directe gevolgen van de uitbarsting. Het is de fijne stof of asch, die

door den vulkaan in 1883 is uitgeworpen, die nog tot in het jaar 1886

belangrijke optische verschijnselen in den dampkring te voorschijn

roept. Schemering-verschijnselen, kring om zon en maan, zware droge

mist, gekleurde zon en maan, zij hebben voor de commissie der Royal

Society slechts ééne oorzaak: het Krakatau-stof. Voor den heer Verbeek

is het toch onmogelijk, dat het Krakatau-stof alleen de oorzaak zou zijn

van alle lichtverschijnselen. Volgens zijne berekening is er bij de

uitbarsting minder dan één kubieke kilometer fijne asch uitgeworpen.

Deze hoeveelheid, over de geheele aarde uitgespreid, geeft een laagje

van 0,002 m.M. dikte, hetgeen zoo uiterst weinig is, dat de heer Verbeek

niet kan aannemen, dat de asch nog zulk een belangrijke rol in de

atmosfeer zou kunnen spelen. Wel zou er verband zijn tusschen het eerste

optreden dezer verschijnselen en de uitbarsting. Maar het zou niet de

asch zijn, maar wel de uitgestooten waterdamp, die de hoofdrol hierbij

speelde. Die waterdamp zou in de hooge luchtlagen kunnen condenseeren en

bevriezen; de ijskristallen zouden de oorzaak der fraaie zonsondergangen

zijn geweest. De in de lucht zwevende aschdeeltjes zouden alleen dit

verschijnsel versterken, en zij zouden centra van verdichting voor de

waterdamp zijn. Avondrood en roode schijnsels zouden dus dezelfde

oorzaak hebben; de intensiteit van de schijnsels zou alleen het gevolg

geweest zijn van de groote hoeveelheid waterdamp, tijdens de uitbarsting

uitgestooten. Deze hoeveelheid ontsnapt aan alle berekening of

schatting. Wat verder de gekleurde zon en maan betreft, zoo werden ze

bij hun eerste optreden ook door Verbeek aan de aschwolk of stofwolk van

Krakatau toegeschreven.

Het is een feit, dat de atmosfeer gedurende den tijd, dat de abnormale

verschijnselen in den dampkring zijn waargenomen, was bezwangerd met

fijne vaste deeltjes. Maar daarmede is nog niet bewezen, dat deze

deeltjes uit Krakatau hunnen oorsprong hebben. Het scheikundig en

microscopisch onderzoek van sedimenten in sneeuw en regen heeft in dat

opzicht, volgens den heer Verbeek, geen positief resultaat opgeleverd.

Het is belangrijk om op te merken, dat Professor Judd in het hoofdstuk

van het rapport over de vulkanische verschijnselen tot hetzelfde besluit

komt. De aanwezigheid van Krakatau-stof in de atmosfeer is dus nimmer

bewezen. Maar dit was te verwachten. Het meest karakteristieke van de

Krakatau-asch, de rhombische pyroxeen, die bovendien een bestanddeel is

van vele lavasoorten, heeft een groot soortelijk gewicht, en is weinig

bros. Zij kan dus niet zeer fijn verdeeld zijn geweest en is spoedig

gevallen.

Men moet zich voorstellen, dat de dampkringsverschijnselen zijn

veroorzaakt door eene laag microscopisch fijn verdeelde stof, want

alleen eene laag van zeer kleine stofdeeltjes zou in staat zijn om op

het witte licht eene zoo veelzijdige werking uit te oefenen; bovendien

kunnen alleen verbazend kleine deeltjes lang in de atmosfeer

gesuspendeerd blijven. In gewone omstandigheden zweven in de atmosfeer

eene groote hoeveelheid minerale deeltjes. Komen er nu kleine deeltjes

van verre, dan zijn deze altijd in de minderheid tegenover de deeltjes

van localen oorsprong, die eene verpletterende meerderheid blijven

uitmaken. De deeltjes, die van verre komen, omringd als ze zijn door de

locale deeltjes, zijn moeilijk van hen te onderkennen. Het is een

hopeloos werk te trachten de herkomst van zulke microscopisch kleine

gasten vast te stellen. De Krakatau-stof, die licht genoeg was om lang

in de atmosfeer gedragen te worden, bestond uit veldspaath, die licht en

splijtbaar is, en uit glas van eene buitengewoon lichte en broze

hoedanigheid. Deze deeltjes namen op hunne luchtvaart de locale

deeltjes, die altijd in de lucht zweven, mede, terwijl zij voor een deel

zelf reeds ontleed waren bij het uittreden uit den krater door de zuren,

die met den waterdamp gemengd waren.

Het is dus geen wonder, dat die deeltjes zich aan alle nasporing hebben

onttrokken.

Kan men dus al niet op grond van microscopisch en chemisch onderzoek

besluiten tot het verband van de optische verschijnselen en de

Krakatau-stof, zoo is het toch zeer waarschijnlijk, dat dit verband

bestaat.

Beschouwen wij eerst de schemeringsverschijnselen. Het eerste optreden

der merkwaardige schemeringen geschiedt plotseling in den Indischen

Oceaan nabij Krakatau, de tijd valt samen met de uitbarsting op 26 en 27

Augustus 1883. Het materiaal, dat deze lichteffecten veroorzaakte,

bereikte toen eene maximum hoogte. Wij volgen de gekleurde schemeringen

in hunne snelle vaart om de aarde langs een gordel, die zich, evenwijdig

met den equator, eenige graden Noordelijk en Zuidelijk van Krakatau

uitstrekt, terwijl ze zich langzamerhand naar Noord en Zuid ver buiten

de tropen uitbreiden.

Het rapport der Royal Society geeft hier een uitgebreide verzameling van

feiten; niet minder dan 800 data over het eerste optreden der optische

verschijnselen worden medegedeeld.

Het is moeilijk zonder afbeelding eene beschrijving te geven van deze

schemeringen. Ik verwijs daarom belangstellenden naar het rapport der

Royal Society. Als titelplaat vindt men daar eene uitstekend geslaagde

chromolithographische reproductie van zes crayonschetsen, genomen na

zonsondergang aan den oever der Theems te Chelsea, den 23 November 1883.

Beter dan de meest gedetailleerde beschrijving, geeft eene beschouwing

van die schetsen ons een duidelijk beeld van de

schemeringsverschijnselen. De schemering duurde die dagen veel langer

dan anders. Nadat namelijk de gewone schemering was afgeloopen, werd het

nog niet donker. Er ontstond dan als het ware eene tweede schemering. In

deze onderscheidde men eene primaire kleuring, ontstaande door de

directe breking der zonnestralen, die door de eene of andere laag

heengingen, en eene secundaire kleuring, die de eerste opvolgde. Deze

laatste wordt toegeschreven aan de terugkaatsing van het primaire licht

door dezelfde laag!

Deze primaire en secundaire verlichting komt ook voor bij de gewone

schemering. Maar daarbij is de secundaire schemering wit, en zij wordt

slechts onder bijzonder gunstige omstandigheden waargenomen, of wel als

de waarnemer zich op groote hoogte bevindt.

Bij de schitterende schijnsels, die, in 1883 en de volgende jaren, na de

gewone schemering bij zonsondergang werden waargenomen, was de

secundaire schemering gekleurd en overal zichtbaar. Men berekende de

hoogte van de laag, die deze optische verschijnselen teweegbracht, uit

den duur en de afmetingen der schijnsels.

De heer E. Douglas Archibald komt tot het resultaat, dat de bovenzijde

der reflecteerende luchtlaag zich in Augustus 1883 niet minder dan 36

K.M. boven de aarde bevond, terwijl de onderkant nog 31 K.M. hoog was.

Men herhaalde deze berekeningen over de volgende maanden. De

reflecteerende luchtlaag daalde langzamerhand. In Januari 1884 strekte

zij zich uit van 19 tot 17 K.M. boven de aarde.

Langzamerhand zullen intusschen de grootere en zwaardere deeltjes, door

de werking der zwaartekracht, naar beneden vallen. Het terugkaatsend

vermogen, dat vooral door de grootere deeltjes wordt uitgeoefend, zal

dus allengs afnemen. Vandaar, dat de duur en de helderheid van het

secundaire lichtschijnsel langzamerhand vermindert. In April 1884

bereikte het secundaire licht een minimum. De zwaardere deeltjes waren

toen reeds op aarde gevallen. Te gelijk werd een maximum waargenomen van

een ander optisch verschijnsel: de gekleurde ring of corona om zon en

maan. Men zou dit kunnen verklaren door aan te nemen, dat het grootste

gedeelte van de fijnste stof, op ongeveer dezelfde hoogte als vroeger,

nog in de atmosfeer aanwezig was; daar zij meer homogeen zou zijn

geworden dan vroeger door het uitvallen der zwaardere deeltjes, zou zij

nu eene maximum-diffractie kunnen uitoefenen.

In April 1884 bereikten de schemeringsschijnsels een minimum. In de

laatste maanden van 1884 en 1885 ontwikkelden zij weder een deel van

hunnen vroegeren luister, hoewel er toch eene blijvende daling in tijd

en intensiteit is waar te nemen. Deze kleine opflikkering zou toe te

schrijven zijn aan dezelfde metereologische invloeden, die maken, dat

ook de gewone schemering in de laatste maanden des jaars die in alle

andere maanden overtreft.

In 1886 wordt de schemering weder geheel normaal. De stof, die in vorige

jaren in de atmosfeer aanwezig was, is geheel verdwenen.

In Het Rijk van Vulcaan de Uitbarsting van Krakatau en Hare Gevolgen · 第 10 / 14 段