Het zij mij vergund ten slotte op te merken, dat het niet aangaat onze

waarneming als onjuist te verwerpen, omdat zij niet strookt met "de

theorie." Ik ben gelukkig niet de eenige, die op de "Loudon"

rookkolommen heb zien opstijgen op Steers- en Calmeijer-eiland. Kapitein

Lindeman vermeldt hetzelfde feit in zijn rapport aan de

Stoomvaartmaatschappij.

In de veronderstelling, dat er nergens opheffingen van den zeebodem

ontstaan zijn, is de vermindering van diepte en het ontstaan der

eilanden Steers en Calmeijer alleen te wijten aan eruptie-producten.

Uit de hydrographische opname van Straat Soenda na de uitbarsting, uit

de opgemeten verspreiding der puimsteen en aschlagen op de eilanden, is

dan te berekenen hoeveel materiaal er uitgeworpen is in de onmiddellijke

nabijheid van den vulkaan, waar het grove puimsteenmateriaal

neergevallen is. Ongelukkig mist men eene juiste kennis van den vorm en

de plaats der eilanden vóór de uitbarsting en ook was de kennis der

diepte van Straat Soenda vóór de uitbarsting vrij onvolledig. Dit maakt,

dat de berekening der uitgeworpen stoffen slechts bij benadering juist

is.

Volgens de berekening van den heer Verbeek ligt eene hoeveelheid van 12

kubieke kilometer vaste stoffen binnen een cirkel, die met een straal

van 15 kilometer om Krakatau is getrokken. Daar buiten zou volgens

dezelfde berekening nog 8 kubieke kilometer liggen, zoodat de totale

hoeveelheid uitgeworpen stoffen 18 kubieke kilometer zou bedragen, dat

is _achttien duizend millioen kubieke meter_.

Het is mogelijk, dat de hoeveelheid uitgeworpen stoffen veel grooter is

dan deze berekening aangeeft. De bekende wetenschappelijke nauwgezetheid

van den heer Verbeek is ons daarentegen borg dat zij zeker niet kleiner

is. We hebben dus alle recht om te zeggen: de uitbarsting van Krakatau

heeft _minstens_ 18 kubieke kilometer vaste stof verplaatst, of wel een

gewicht van 36 billioen kilogrammen. Op het eerste oogenblik komt ons

die hoeveelheid zóó groot voor, dat wij zouden gelooven, dat ook met het

oog op de quantiteit, die uitgebraakt is, de uitbarsting van Krakatau,

haar gelijke niet heeft onder de bekende erupties.

Toch zijn er in de laatste honderd jaren minstens twee uitbarstingen

geweest, waarbij die hoeveelheid ver is overtroffen. De uitbarsting van

Skaptar Jökull op IJsland in 1713, verplaatste eene hoeveelheid van niet

minder dan 600 kubieke kilometer vaste stoffen, dat wil zeggen eene

massa even groot als zesmaal de Mont-Blanc. In de 19de eeuw kunnen

wij wijzen op de groote uitbarsting van den Tambora op het eiland

Soembawa in 1815. Volgens eene berekening van Junghuhn werd toen 300

kubieke kilometer uitgeworpen; dit is wel is waar slechts de helft van

de geschatte hoeveelheid, die de IJslandsche vulkaan uitbraakte, maar

het is toch nog de inhoud van drie bergreuzen van het kaliber van den

Mont-Blanc. De heer Verbeek, die de berekening nog eens verrichtte, vond

echter 150 kubieke kilometer. Dit kan zeker nog wel te hoog zijn, maar

er blijkt toch uit, dat ook bij die uitbarsting de hoeveelheid

uitgeworpen stof veel grooter was dan bij Krakatau. In onze koloniën is

de uitbarsting van den Tambora zeker de meest grootsche die wij kennen.

De duisternis duurde toen op Madoera, 510 kilometer van den vulkaan, nog

drie volle dagen; zij strekte zich uit tot Solo en Djokja. Een regen van

gloeiende steenen doodde de bewoners van Soembawa, 12000 in getal; op

het eiland Lombok, dat anderhalve graad of 160 kilometer van den Tambora

ligt, kwamen 44000 menschen om. De geheele Indische Archipel schudde op

zijne grondvesten; Borneo, Celebes, de Molukken, Sumatra tot Benkoelen

toe, Java, de kleine Soenda-eilanden tot Nieuw Guinea toe, trilden door

aardbevingen. Te Amboina scheurde de aarde vaneen. Een wervelwind hief

boomen, huizen, menschen en vee op, en deed ze als stroohalmen in den

dampkring ronddraaien. Na vier jaren was de geheele streek nog een

tooneel van woeste eenzaamheid, en men zag toen nog op het eiland Bima

wrakken van schepen zitten, die er door een vloed, die 4 meter boven den

hoogsten zeestand gerezen was, waren neergezet.

Bij de uitbarsting van Krakatau ontstond ook eene dichte aschwolk, die

de zon verduisterde. De duisternis duurde echter, zooals wij zagen,

minder dan één etmaal, terwijl het gebied van de duisternis zich in

hoofdzaak bepaalde tot de kusten van Straat Soenda. Daarbuiten strekte

zij zich niet ver uit en duurde slechts een paar uur.

In één opzicht slechts heeft de uitbarsting van Krakatau haar gelijke

niet: nimmer was de menschheid getuige van explosies zoo hevig, als die

van 27 Augustus te 10 uur. De oorzaak van het geweldige karakter, dat

de uitbarsting toen aannam, ligt in de ligging van den vulkaan op een

klein eiland, en de gemakkelijkheid, waarmede groote hoeveelheden

zeewater hun weg vonden naar den vulkanischen haard.

Staan wij nog een oogenblik stil bij de instorting van het eiland. De

schoonste plaat in Verbeek's Krakatau-album is ongetwijfeld het aanzicht

van de vertikaal doormidden gesneden piek Rakata. Is het niet voor een

geoloog om te watertanden, als de natuur plotseling eene ideale,

vertikale doorsnede van een vulkaan te aanschouwen geeft? De bouw van

den vulkaan blijkt uit die doorsnede even duidelijk, als de constructie

van een bouwwerk uit de doorsneden, die bij geene bouwkundige teekening

ontbreken. En als men denkt, dat waar nu de blauwe zee meer dan 300 M.

diep is, eens de andere helft van den berg en het overige Krakatau was,

zoodat op de plaats waar nu de schepen varen, eene verdieping van 1100

meter is ontstaan, dan wordt men overweldigd door een gevoel van innigen

eerbied en bewondering voor zulke natuurverschijnselen als de

uitbarsting van Krakatau!

Wegens de onvoldoende verlichting mislukte de voorgenomen photographie

van den steilen wand van piek Rakata, tijdens de opname van de verwoeste

streken in October 1883. Later echter, in 1886, slaagde de heer Verbeek

er in eene uitstekend geslaagde photographische opname van de piek te

verkrijgen. Op deze photographie is ook de krater duidelijk te zien.

Terwijl in 1883 de wand eene hoogte had van 832 meter, was ten gevolge

van het afstorten van los materiaal de hoogte in 1886 zestien meter

verminderd.

De oppervlakte van het gebied van den aschregen wordt door den heer

Verbeek geschat op 827.000 vierkante kilometer, dat is 23 maal de

oppervlakte van Nederland, of de uitgestrektheid van Nederland, België,

Duitschland en Denemarken te zamen. Bij het bespreken van de

schemeringsverschijnselen in hoofdstuk X zullen wij zien, dat het

gebied, waar asch gevallen is, waarschijnlijk nog veel grooter is.

Wanneer men verneemt, dat de berg 18 K.M3. uitgeworpen heeft, dat de

zee 34 meter rees, en dat van Krakatau 23 K.M2. weggezonken is, dan

vrees ik, dat die getallen als zoodanig, droog en dor als ze zijn, niet

veel indruk zullen maken.

Evenals wij gedaan hebben met het gebied van het geluid en dat van den

aschregen, kunnen wij echter ook deze cijfers overbrengen op meer bekend

terrein.

Wij verplaatsen dus weder in onze gedachten Krakatau naar 's Gravenhage,

en wij begeven ons naar het strand der Noordzee. Plotseling rijst de

vloed zes en dertig meter boven Amsterdamsch peil, tengevolge van de

uitbarsting, die in den Haag plaats vindt.

Door niets gestuit verzwelgen de wateren het grootste gedeelte van

Nederland, Noord- en Zuid-Holland, Utrecht, Groningen, Friesland en

Zeeland worden geheel overstroomd; op de meeste plaatsen is de zee

tientallen van meters diep, zoodat er van de inwoners dier provinciën

waarschijnlijk geen mensch meer in leven is.

Een enkel hoog duin langs het Noordzeestrand verheft nog zijn kruin

boven de golven, als het ten minste niet weggeslagen is door de

vloedgolf, wat in de hoogste mate waarschijnlijk is. In de overige

provinciën van Nederland is de schade alles behalve gering. Het vier

vijfde gedeelte van Noord-Brabant is ondergedompeld, tegelijk met de

helft van Overijsel en een groot gedeelte van Gelderland. Het is zeker

korter om te zeggen dat geheel Nederland overstroomd is, behalve

drievierde van Drente, half Overijsel, een vijfde van Noord-Brabant, de

Veluwe, het deel van Gelderland oostwaarts van Nijmegen, en geheel

Limburg.

Na den vloed in Straat Soenda liep het water onmiddellijk weder naar zee

terug. In Nederland is de ramp van meer ingrijpenden aard. De zeestand

daalt zeer snel. De bovenlaag van het water stort zich met eene snelheid

van eenige tientallen meters in de seconde, als een waterval bruisend,

naar zee en voert alles mede, wat hoog uitstak boven het landschap. Maar

Nederland blijft diep ondergedompeld onder de baren. Het water verlaat

het polderland niet meer, het bedekt onze vruchtbare provinciën voor

goed. De zeedijken, duinen en bandijken langs de rivieren, dienen nu als

waterkeering in tegengestelden zin als vroeger; zij verhinderen het

water naar zee te stroomen. Maar daar vergeet ik, dat het naar zee

terugkeerende water geheel Nederland kaal geschoren heeft, zooals de

kusten van Straat Soenda. Er zijn dus geen dijken of duinen meer, en het

water kan wel degelijk dalen tot op het niveau der zee. Het polderland

blijft echter toch onder water. Nederland is weer zee geworden en het is

niet waarschijnlijk, dat de Limburgers en Drentenaars, die met de helft

der Overijselaars en Gelderschen de overgebleven bevolking in Nederland

uitmaken, kapitaal en moed genoeg hebben om het ooit weer uit het water

op te pikken. Men herinnere zich slechts, dat eene soortgelijke

onderneming op veel kleiner schaal, de droogmaking der Zuiderzee, de

hartewensch van alle ingenieurs, niet tot stand kon komen, toen

Nederland nog in zijn geheel bestond. Toen gold het slechts de

drooglegging van ééne kleine provincie, terwijl na de uitbarsting van

den Haag-Krakatau bijna geheel Nederland in hetzelfde geval verkeert, en

er niet veel Nederlanders over zijn.

Gelukkig behoeft eene eruptie niet altijd gepaard te gaan met een vloed

van 34 meter. Het is dus mogelijk, dat Nederland voor overstrooming is

bewaard gebleven. De vulkaan in den Haag heeft echter evenals Krakatau,

18 kubieke kilometer vaste stof uitgeworpen. Wanneer die hoeveelheid

alleen gevallen is in de provincie Zuid-Holland, die eene oppervlakte

bezit van 3000 vierkante kilometer, dan is geheel Zuid-Holland bedolven

onder eene laag, die 6 meter dik is, dat is juist de dikte van de laag

uitwerpselen, die Pompeji in '79 voor Christus bedolven heeft. Is echter

die hoeveelheid over geheel Nederland verspreid, dat 32,600 vierkante

kilometer groot is, dan is ons geheele vaderland bedekt met eene

vulkanische laag van O,55 meter.

Van het eiland Krakatau verdween eene oppervlakte van 23 vierkante

kilometer in de golven van Straat Soenda. De oppervlakte van den Haag is

460 hectare; dus is 23 vierkante kilometer eene oppervlakte van ongeveer

vijfmaal de oppervlakte der stad.

De ingenieur van den waterstaat H.G. Beijerman, aan wien ik deze cijfers

verschuldigd ben, gaf mij nog een punt van vergelijking aan de hand, dat

ik niet kan nalaten mede te deelen. Het Haagsche Malieveld--zoo populair

in Nederland door het lied "we zijn gegaan" enz.--is lang 550 meter en

breed 200 meter, dat is 9 hectare oppervlakte. Het in zee weggezonken

stuk land, 23 vierkante kilometer oppervlakte, heeft dus eene

uitgestrektheid van niet minder dan 255 maal de oppervlakte van de

"Maliebaan".

De rampen, die de uitbarsting van Krakatau in werkelijkheid heeft

aangericht, zijn veel minder erg dan men uit deze vergelijking met

Nederland zou afleiden. Dit ligt aan verschillende toevallige

omstandigheden. Vooreerst is het grootste gedeelte van de uitgeworpen

stoffen neergevallen in zee, waar zij oneindig minder schade hebben

aangericht dan het geval zou geweest zijn, als zij geheel en al op het

land waren uitgestort.

Vervolgens zagen wij, dat de hooge vloed nagenoeg geheel Nederland zou

te gronde gericht hebben. Ware Sumatra of Java in Straat Soenda een vlak

land geweest, dan zou de ramp groote overeenkomst hebben gehad met onze

gefingeerde overstrooming in Nederland. De afmetingen van de

overstrooming in Straat Soenda zijn gelukkig veel geringer, omdat het

gebergte tot dicht bij zee doorloopt. Ware dit niet het geval, dan zou

men de slachtoffers bij honderdduizenden geteld hebben, zooals nu bij

tienduizenden.

HOOFDSTUK IX.

Gelijktijdige vulkanische gebeurtenissen op aarde.

De Merapi op Sumatra en de Merapi op Java.--Goenoeng Api op

Sangi.--Zeebeving in de Molukken.--Aardschuiving op

Klein-Banda.--Aardbeving in Australië.--Het vulkanisme in

Alaska.--Ontstaan van twee nieuwe eilanden.--Uitbarstingen op

Bogosloff en Augustin.--Aardbevingen in Azië en

Afrika.--Vulkanische werking bij Krakatau's tegenvoeters.--De

Kaaimaneilanden.--St. Domingo.--De golfbeweging te Colon.--De

groote aardbeving op het eiland Ischia, 28 Juli 1883.--Andere

aardbevingen in Europa.

Toen de wereld zich eenmaal overtuigd had, dat de uitbarsting van

Krakatau de meest hevige was, die ooit geweest is, was het verleidelijk

om alle vulkanische gebeurtenissen, die in het jaar 1883 op de aarde

plaats grepen, aan ééne oorzaak toe te schrijven.

Wij zullen eerst nagaan, aan de hand van den heer Verbeek, welke

vulkanische verschijnselen er in Indië tijdens die veel bewogen dagen

van 1883 zijn opgemerkt.

Den 13den April 1883 begon de Lamongan op Java asch uit te werpen.

Den 20sten Mei begon de eerste uitbarsting van Krakatau.

Den 5den Juni begon de Merapi op Sumatra asch uit te werpen.

Den 25sten Juli ontstond in den ouden krater van den Merapi op Java

een vulkanische kegel, die, in den loop van 1883, tot 132 meter hoogte

aangroeide.

In den nacht van 25 op 26 Augustus had eene belangrijke uitbarsting

plaats van den Goenoeng Api of Vuurberg op het eiland Sangi in de

residentie Menado gelegen, gepaard met doffe rommelingen.

Mag ik even in herinnering brengen, dat de groote uitbarsting op

Krakatau den 26sten Augustus een aanvang nam?

Tegelijkertijd met Krakatau begon de Merapi op Sumatra den 27sten

Augustus asch uit te werpen.

In den geheelen Molukschen archipel werden den 26sten en 27sten

Augustus zeebevingen waargenomen; het gebied van deze zeebeving strekte

zich uit van den Talaut-archipel als het Noordelijkste punt tot Timor,

als het Zuidelijkste, en in de richting West-Oost van Saleyer tot Banda

en Ceram; de heer Verbeek vermoedt, dat hier eene onderzeesche eruptie

in de Bandazee heeft plaats gegrepen.

Te Amboina en op Ceram gevoelde men den 27sten Augustus eene

aardbeving.

Op het eiland Klein-Banda verdween denzelfden dag een stuk grond, dat

meer dan een bouw of 7100 M2. groot was en eenige meters boven zee

uitstak, gelegen aan den voet van den berg Goenoeng Api, een naamgenoot

van den berg op het eiland Sangi.

Verlaten wij nu Nederlandsch Indië, dan is het opvallend, dat in het

Oosten van Australië dadelijk na de uitbarsting van Krakatau op tal van

plaatsen aardbevingen zijn waargenomen.

De aardbevingen begonnen den 28sten Augustus op Tasmania (van

Diemensland) en den 29sten Augustus te Brisbane, Rockhampton en

Gladstone in Queensland, te Kiana in Nieuw-Zuid-Wales en te Patea op

Nieuw-Zeeland. Op al deze plaatsen werden tevens zeebevingen of

abnormale vloedgolven waargenomen, die onmogelijk aan de Krakataugolven

zijn toe te schrijven.

De heer Verbeek trekt uit deze aardbevingen het besluit, dat de

vulkanische haard beneden Krakatau op de eene of andere wijze

samenhangt met het onderaardsche Australië. De vermindering in spanning

in den eersten na de ontzettende eruptie zou dan aanleiding gegeven

hebben tot de Australische aardbevingen.

Nog zijn wij niet ten einde, als wij de vulkanische gebeurtenissen op

onze aarde willen opnoemen. Zeer merkwaardig is hetgeen er gebeurde in

Alaska, nabij de Beringstraat gelegen.

Daar was in 1795 het eiland Bogosloff uit zee verrezen, tusschen de

Aleutische eilanden. Dit eiland begon in Juli 1883 te werken; in

September ontdekte men op eens, dat er nabij dit honderdjarige eiland

een nieuw eiland was ontstaan, dat zich in den vorm van een kegel

ongeveer 200 meter hoog verhief.

Maar nog andere wonderen gebeurden in dat afgelegen hoekje der aarde.

De berg Augustin of Chernaboura begon in Augustus te werken. Den 6den

October trof dien berg hetzelfde lot als de piek Rakata. Hij spleet in

tweeën van top tot basis, en de eene helft verdween tot op het niveau

der zee. Golven 10 meter hoog kwamen weldra te Port-Graham aanzetten.

Ook ontdekte men ten Noordwesten van den berg Augustin een nieuw eiland,

dat 20 M. hoog was.

Op het vasteland van Azië werden in 1883 eenige aardbevingen

waargenomen. Aan het meer Baikal in Siberië werden in September en

October 9 aardbevingen opgeteekend; in October werden in Klein-Azië

hevige aardschokken gevoeld, waardoor veel huizen instortten en 1200

personen omkwamen.

In Afrika hadden in Augustus op de geheele Goudkust aardbevingen plaats.

Men is er niet in geslaagd om deze vulkanische gebeurtenissen en

aardbevingen ook maar in de verste verte in verband te brengen met

Krakatau.

Wat moet men er echter van denken, als men verneemt, dat tegelijkertijd

met de uitbarsting van Krakatau aan de overzijde der aarde, in de buurt

van de tegenvoeters van Krakatau, belangrijke vulkanische storingen

plaats grepen? Die tegenvoeters van Krakatau bevinden zich in

Middel-Amerika en wel in Columbia.

Middel-Amerika is zeer vulkanisch en uitbarstingen zijn daar zeer

gewoon. Het is dus, volgens mijne meening, meer dan waarschijnlijk, dat

er niets geen verband bestaat tusschen beide gebeurtenissen, hoewel ik

moet toegeven, dat het samentreffen van twee analoge gebeurtenissen op

aarde, op punten die elkaars antipoden zijn, tot nadenken stemt!

De vulkanische berichten over Krakatau's tegenvoeters zijn eenigszins

verward. Zeker is het, dat de vulkaan Ometepec, gelegen op een eilandje

in het meer van Nicaragua, den 19den Juni is begonnen te werken; er

ontstond een nieuwe krater, en er vloeide lava uit, die in Augustus nog

warm was.

Verder heeft de Cotopaxi, een vulkaan in Ecuador, in het laatst van

Augustus eene korte doch hevige uitbarsting gehad, vergezeld door eene

aardbeving.

In Columbia, de eigenlijke tegenvoeter van Krakatau, zijn den 27sten

Augustus onderaardsche geluiden waargenomen als zware geweerschoten.

Hevige aardbevingen en geluiden werden bijna onafgebroken gehoord te

Bolivar, Antioguia, Cauca en Panama, van 27 Augustus tot 1 September.

Langs de geheele kust van Venezuela, Columbia, Panama en Costa-Rica

werden aardbevingen gevoeld.

In Noord-Columbia zouden zich zelfs verscheidene kleine vulkaantjes

hebben gevormd, die asch, slik en gas uitwierpen.

Zooals men ziet, is de lijst der vulkanische gebeurtenissen in Amerika

vrij lang.

Maar zij is nog niet compleet.

Den 9den Maart 1885 werd in de "Académie des Sciences" te Parijs door

den heer Torel eene mededeeling gedaan afkomstig van den heer Edmond

Roulet uit Honduras.

Deze mededeeling was van den volgenden inhoud:

Ten Zuiden van Cuba op 80° W.L. van Greenwich en 20° N.B., zijn drie

kleine eilanden, die den naam dragen van de Kaaimaneilanden (Groot- en

Klein Kaaiman en Kaaiman-Brac) en die bewoond worden door

schildpadvisschers. Volgens kapitein Robert Woodville, werden de

bewoners van het eilandje Kaaiman-Brac den 26sten Augustus verrast

door geluiden evenals het rollen van den donder; de hemel was echter

helder en hun eerste denkbeeld was, dat een Spaansche kruiser een

zeegevecht leverde tegen een Cubaanschen flibustier. Toen zij niets

zagen in het Zuiden, spoedden zij zich naar het Noorden van het eiland,

maar, waar zij ook den horizon ondervraagden, nergens zagen zij rook of

een schip.

De kanonnade ging echter voort en zoo werden zij overtuigd, dat het

onderaardsche geluiden waren. Zij verwachtten niets anders dan dat het

eiland zou wegzinken, of in een vulkaan veranderen, langzamerhand echter

hielden de schoten op, en daardoor bedaarde hun schrik. Dit buitengewone

natuurverschijnsel was natuurlijk het onderwerp van menig gesprek; men

was noch het feit noch den datum vergeten, toen de dagbladen de eerste

tijdingen brachten over de ramp van Krakatau. Toen men nu bovendien tot

de overtuiging kwam, dat de Kaaimaneilanden en Java nagenoeg

tegenvoeters zijn, was er geen einde aan het opstellen van hypothesen.

In Frankrijk werd door sommigen onmiddellijk aangenomen, dat wij hier te

doen hebben met het geluid van de uitbarsting van Krakatau. Zoo vermeldt

Camille Flammarion de geluiden op de Kaaimaneilanden onder het

opschrift: "de ramp (cataclysme--zegt C.F.) van Krakatau vernomen door

de tegenvoeters."

De Engelsche Krakatau-commissie daarentegen vindt het bericht zoo

onbepaald, dat zij het geheel buiten beschouwing laat.

Volgens mijn oordeel ligt het voor de hand om, in plaats van Krakatau,

eene dichtbij zijnde oorzaak van de geluiden aan te nemen. Men heeft die

oorzaken maar voor het kiezen, als men ziet hoe verbazend veel

vulkanische verschijnselen in die dagen in Amerika plaats grepen!

Intusschen mag ik hier niet verzwijgen, dat volgens eene mededeeling in

de Parijsche Academie van Wetenschappen van 18 Mei 1885, door den heer

A. Licuas, den 28sten Augustus 1883, op het eiland St. Domingo,

gedurende een uur lang, schoten zijn gehoord, vermengd met geknetter,

zeer veel gelijkende op het geluid van een verwijderden veldslag.

Deze geluiden zijn gehoord langs de kust over eene lengte van 200 mijlen

en hebben de bevolking van het eiland in opschudding gebracht.

Wanneer men werkelijk aanneemt, dat er verband is tusschen de

uitbarstingen bij de tegenvoeters en Krakatau, en bovendien gelooft, dat

de geluiden te St. Domingo en de Kaaimaneilanden niets anders zijn

geweest dan de schoten van Krakatau, op de een of andere geheimzinnige

wijze overgebracht--dan heeft men een vruchtbaar veld van bespiegeling!

Welke theorie zal trachten dergelijke raadselen te verklaren?

Toen in hoofdstuk VII de golfbeweging ter sprake kwam, is medegedeeld,

dat de storingen te Colon niet op rekening kunnen gesteld worden van de

Krakatau-golf. Door den heer F. de Lesseps, den directeur van de

"Compagnie du canal interocéanique", de thans helaas bezweken

maatschappij voor het Panama-kanaal, werd in de Fransche Academie van

Wetenschappen eene uitvoerige mededeeling gedaan, naar aanleiding van de

storingen opgeteekend door de zelfregistreerende peilschaal te Colon,

die hij toeschreef aan de Krakatau-golf.

Bij zijne studie van de golfbeweging kwam de heer Verbeek tot het

besluit, dat wij hier niet te doen hebben met de Krakatau-golf.

Kapitein Wharton, de rapporteur over de golfbeweging der Engelsche

commissie, werkt deze quaestie nader uit. De Krakatau-golf gebruikte 131/2

uur om zich voort te planten van Krakatau tot de Tafelbaai (de Kaap de

Goede Hoop). Ware de storing te Colon van Krakatau afkomstig, dan is zij

in 18 uur van Krakatau naar Colon gereisd. Hieruit volgt dan, dat zij

den afstand van Tafelbaai tot Colon in 41/2 uur zou hebben afgelegd. Dit

is echter stellig onmogelijk, daar de snelheid van voortplanting nergens

de helft van deze waarde bedraagt. Ook de storing te Colon moet dus

toegeschreven worden aan eene oorzaak in Amerika zelf gelegen.

Tot nu toe beschouwden wij het vulkanisme der aarde in 1883 in alle

werelddeelen, behalve in Europa. Ook in Europa was de aardkorst

bijzonder woelig. Er zijn geen vulkanische uitbarstingen geweest, maar

weinig jaren telden zóóvele en zóó sterke aardbevingen.

Een maand toch vóór de uitbarsting van Krakatau, den 28sten Juli

1883, werd het schoone eiland Ischia, in de baai van Napels verwoest

door eene aardbeving, die 2443 menschen doodde.

In Indië bracht, zooals gewoonlijk, de telegraaf de tijding van deze

ramp zonder bijzonderheden over.

Nauwelijks hadden de mailberichten der Europeesche couranten ons eenige

weken later de treffende tijdingen uit Ischia overgebracht, toen de

Krakatau-uitbarsting plaats greep.

Merkwaardig is het, dat onze gedachten nu weer van Straat Soenda naar de

baai van Napels terugdwalen, waar wij, uit Holland naar Indië gaande,

bij het aanschouwen van den Vesuvius onze eerste vulkanische indrukken

opdeden!

In Het Rijk van Vulcaan de Uitbarsting van Krakatau en Hare Gevolgen · 第 9 / 14 段