onder de golven ontstond 27 Augustus te 10 uur.--Hoe is zij
ontstaan?--De kleinere golven.--Het "gebied des doods."--De hoogte
van den buitengewonen vloed langs Straat Soenda.--De hoogste stand
36 meter.--De buitengewone lage ebbe.--De beweging der zee is eene
op- en neergaande.--Gevolgen van de overstrooming.--Het naar zee
terugkeerende water.--De drijvende lijken.--Feestmaal der
krokodillen, haaien en andere zeevisschen.--Vondst in de maag van
een kakap.--Kluwens van boomstammen, lijken en huizen liggen in
modderpoelen.--De plantengroei tegenover den modderregen.--Het
begraven der lijken en het desinfecteeren.--Aantal verwoeste dorpen
en slachtoffers der zeebeving.--In Indië is geen burgerlijke stand
voor inlanders.--Waarom de schepen in straat Soenda niet vergaan
zijn.--Golfbeweging in het algemeen is geen horizontale
waterverplaatsing.--De golf te Tangerang en aan Java's Zuidkust.
Het water liep van de Welkomstbaai naar de Indische zee.--Zondvloed
op de eilanden Sebesie en Klein-Seboekoe.--Geen sterveling aldaar
gered.
De uiterste grenzen van de golfbeweging.--Storingen in Australië en
het Engelsche kanaal via Kaap Hoorn.--De storingen te Colon etc.
hebben eene andere oorzaak.--Het verband tusschen zeediepte en
snelheid van voortplanting.--De storing te Moltkehafen in
Zuid-Georgië.--Dieptebepaling van den Indischen Oceaan als gevolg
van de uitbarsting van Krakatau.
Uit een zuiver wetenschappelijk oogpunt zijn de luchttrillingen, die
zich over de geheele aarde hebben uitgestrekt, zeker het meest
belangrijke verschijnsel van de geheele uitbarsting. Maar, daar geen
mensch ze kon hooren en daar ze geen vlieg kwaad hebben gedaan, zijn ze
onopgemerkt voorbij gegaan.
Hoe geheel anders is het met de bewegingen, die de vulkaan veroorzaakte
in de wateren van den Oceaan! In een vroeger hoofdstuk beschreef ik het
vergaan van Telok Betong zooals het van de "Loudon" werd aanschouwd.--De
golven, die wij toen zagen, en die Telok Betong en een groot deel van
Anjer op den morgen van den 27sten Augustus te half zeven verwoest
hebben, waren bij lange na niet de hoogste golven, die in die dagen door
straat Soenda rolden. De reus onder de golven toch ontstond eerst later,
toen de duisternis reeds was ingevallen. Niemand aanschouwde haar.
Niemand kan met zekerheid zeggen hoe zij ontstaan is. Want geen
sterveling heeft kunnen zien wat er op Krakatau gebeurde, den 27sten
Augustus te 10 uur, toen die groote golf ontstaan is.
Bij de hydrographische opname van Straat Soenda heeft men nergens eene
verontdieping van de zee waargenomen, behalve op de plaats, waar de
beide nieuwe eilanden Steers en Calmeijer ontstaan zijn. Volgens Verbeek
zijn die nieuwe eilanden geheel uit eruptie-materiaal opgebouwd. Ware
het mogelijk, dat alleen de bovenlaag van deze eilanden uit uitwerpselen
bestond, die rusten op een terrein, dat plotseling opgeheven is uit zee,
dan zou zulk eene plotselinge opheffing van den bodem de oorzaak kunnen
zijn van de groote golf, die het meeste kwaad gesticht heeft. Zulk eene
golf kan ook ontstaan door eene onderzeesche uitbarsting. Maar als men
let op de instorting van het grootste gedeelte van het eiland, die reeds
op den namiddag van 27 Augustus van af de "Loudon" is geconstateerd, en
die dus te gelijk met de uitbarsting of vlak daarna geschied moet zijn,
dan kan het ook zijn, dat aan het in zee ploffen van den berg Rakata de
grootste golf te wijten is.
De kleinere golven, bijv. die van half zeven 's morgens, die Telok
Betong verwoestte, kunnen dan ontstaan zijn door het in zee vallen van
groote hoeveelheden vaste stoffen, die de vulkaan uitbraakte en die
eene waterbeweging te voorschijn riepen, zooals ieder die op kleine
schaal zien kan, als hij een steen in het water werpt of als hij, zooals
men zegt, "kringetjes spuwt."
Men heeft die golf "vloedgolf" genoemd. Ik zou haar liever "zeebeving"
noemen. Trouwens de naam doet heel weinig ter zake.
Hoe dan die golf nu ook ontstaan is, zeker is het, dat het middelpunt
der golfbeweging, het uitgangspunt der zeebeving, samenvalt met het
middelpunt der vulkanische eruptie en dat de reusachtige golf, van
Krakatau uit, zich voortgeplant heeft door de zee en vervolgens in
intensiteit of in hoogte verminderd is, naarmate zij verder van Straat
Soenda af was. En daar zij zich voortplant met eene zekere snelheid, zal
het verschijnsel van den buitengewoon hoogen vloed en de lage ebbe van
27 Augustus hoe langer hoe later worden waargenomen naarmate men een
punt beschouwt, dat verder van het middelpunt ligt. De vorm van de kust
zal verder een belangrijken invloed hebben op de hoogte van dien vloed
en waar de golf geen weerstand vindt in den Oceaan zal zij zich vrij wat
sneller voortplanten dan in eene nauwe straat.
Het "gebied des doods", strekt zich in hoofdzaak uit tot de
alluviaalstreek der kusten van Sumatra en Java, die op Straat Soenda
uitzien. Die kustlanden zijn ten gevolge van die zeebeving, bezocht
geworden door een vloed, die langs den Sumatra-wal 22 tot 24 meter steeg
boven den gewonen zeestand. Langs het arme Bantam verhief zich de vloed
30 tot 36 meter.
Het water overstroomde de kust tot het stuitte tegen het gebergte. De
alluviaalstreek vóór het gebergte heeft eene breedte van een tot tien
kilometer. Dáár kunnen wij de ergste gevolgen van de uitbarsting
verwachten.
Beschouwt men eene golfbeweging als eene slingering van het water in een
vertikaal vlak, dan zal, als de _top_ van de vloedgolf 35 meter boven
den gewonen zeestand ligt, het _dal_ van de golf 35 meter lager liggen
dan die zeestand. Met andere woorden: op een vloed van 35 meter volgt
onmiddellijk een ebbestand der zee van 35 meter beneden het gewone
zeepeil.
De waarnemingen van den hoogsten vloed langs de kust waren gemakkelijk
genoeg, daar het water voldoende sporen van zijne afwezigheid heeft
achtergelaten. De laagste zeestand daarentegen kon natuurlijk in het
gebied des doods niet waargenomen worden, daar hij gevolgd is op den
zondvloed.
Op verschillende plaatsen echter heeft men bij de kleinere golven van 26
Augustus en bij de golf van 27 Augustus des morgens te half zeven,
werkelijk een zeer lagen zeestand waargenomen ook in Straat Soenda. Men
zag toen in zee klippen boven het water uitsteken, die nooit te voren
bloot geweest waren, die tot nog toe bij de laagste bekende ebbe altijd
blinde klippen bleven. Buiten Straat Soenda zijn die lage ebben nog
beter waargenomen.
Te Batavia kon men met de hand visschen vangen in de leeggeloopen
rivier, terwijl alle vaartuigen op het droge lagen, en te Benkoelen
werden schildpadden, visschen en twee zeekalven door de inlanders buit
gemaakt, toen die lage ebbe intrad.
Maar het zekerste bewijs voor mijne stelling: dat op den hoogen vloed
eene nagenoeg even lage ebbe is gevolgd, geeft ons de zelfregistreerende
peilschaal te Tandjong Priok, die de zeestanden gedurende die dagen
automatisch heeft opgeteekend.
Is dus de beweging der zee eene slingerende (oscilleerende) geweest, dan
volgde bijv. te Anjer op den ontzettenden vloed, die 35 meter hoog
opliep, onmiddellijk een zeestand, 35 meter lager dan gewoonlijk. Er was
dus op een zeker oogenblik een niveauverschil van bijna 70 meter
tusschen het water dat Anjer overstroomd had en de lage zee op de reede!
Gelijk een ontzettende waterval stroomde, of liever stortte dit water
onder de werking der zwaartekracht naar zee terug, met eene ongekende
snelheid, en bij gevolg met eene levende kracht, die zoo aanzienlijk
was, dat men geen spoor van fundeeringen van huizen meer aantreft, en
dat geheele stukken van de kust naar zee zijn medegesleept. Het spreekt
van zelf, dat een dergelijke waterstroom ook alle boomen en menschen
naar zee sleepte. De schepen, die in de volgende dagen door Straat
Soenda voeren, zagen tal van lijken op zee drijven. Zoo rapporteerde de
gezagvoerder van de mailboot "Batavia," dat hij den 3den September
voorbij Vlakke Hoek varende, op eenige uren van de kust, tal van
menschelijke lichamen zag drijven, die hij voor Chineezen aanzag, daar
ze kale hoofden en staarten hadden.
Gedurende de dagen volgende op de uitbarsting vierden de krokodillen of
"kaailui" zooals ze in Indië genoemd worden, die men in grooten getale
aan de monden der Bantamsche rivieren aantreft, feest. Zij gingen te
gast op de duizenden lijken, die de zee had medegesleept.
Niet alleen de haaien, maar ook de andere zeevisschen hadden gedurende
dien tijd een koningsmaaltijd.
Te Serang kocht eene huisvrouw een kakap, een der smakelijkste Indische
zeevisschen. Toen het dier geopend werd vond men in de maag twee
menschenvingers, die nog van nagels voorzien waren. De visch, die ter
markt kwam te Serang, was dan ook "moddervet" en werd gretig gekocht
door de Chineezen ten einde ze te drogen.
Op de plaatsen, waar het gebergte bijvoorbeeld meer dan twee uren gaans
van de kust verwijderd was, werd over die breedte alles overstroomd en
vernield. Maar het naar zee terugkeerende water had minder verhang en
dus minder snelheid. Het voerde dus niet alles mede, maar liet, behalve
kolossale koraalblokken, die uit zee medegebracht waren, bovendien,
evenals op een slagveld, de dooden liggen. Langs de Bantamsche kust
lagen aldus op vele plaatsen lijken van paarden, buffels, stijlen en
daken van huizen, door elkaar gewoeld tot onontwarbare kluwens met
honderden ontwortelde boomen en menschenlijken. Dit alles kleefde vast
in stinkende poelen, groote plassen, die de lage gedeelten van de
terreinen in moerassen veranderden, met vuil, stilstaand water, gevuld.
Maar het afschuwelijkste van alles was de vaalbruine, samenhangende
modder, die, uit den slijkregen afkomstig, alles bedekte, voor zoover
het ten minste niet onder eene vuilwitte aschlaag bedolven was,
gelijkende op de sneeuw, die in eene Hollandsche stad de straten bedekt,
als het eenigen tijd gedooid heeft.
Die asch en modder zijn natuurlijk niet alleen gevallen op het gebied,
dat door de zee is overstroomd. Ook het binnenland tot op de hoogste
bergen is met asch of modder bedekt. De vernietiging van den
plantengroei is echter niet in evenredigheid met de dikte van de
aschlaag. Waar slechts asch gevallen is, zijn de boomen niet allen
omgevallen, en de rijstplantjes leven soms nog onder de poreuze laag.
Maar waar de modder- of slijkregen, die zooveel zwaarder is, gewoed
heeft, zijn de boomen geknakt en omgevallen. Daar is de oogst verloren,
want de rijstplanten op de sawah's zijn dood en de koffieboomen op de
hellingen der bergen hebben bloemen, bladeren en vruchten verloren.
De overvloedige regen, die in de dagen viel volgende op de uitbarsting,
is gedrongen door de aschlaag, en al de planten, die niet verplet zijn
door het gewicht van de modder, herleven. Weldra herwon de groene kleur
de oude rechten, die zij in de tropen heeft.
In Bantam werden de lijken zooveel mogelijk begraven en men
desinfecteerde met karbolzuur de stinkende, rottende poelen, terwijl
overblijfselen van huizen en boomen met petroleum werden begoten en
daarna in brand gestoken. Dit alles was zeer urgent, want men kon zich
anders voorbereid houden op de eene of andere epidemie, ten gevolge van
de rotting van zooveel organische zelfstandigheden van menschen, dieren
en planten afkomstig. De energie, die in die dagen door de ambtenaren
van het binnenlandsch bestuur is ontwikkeld, verdient onze bewondering.
Het was vooral noodig, dat er snel gehandeld werd. De resident van
Bantam rapporteerde den 7den September, dus slechts 11 dagen na de
ramp, dat er in de afdeeling Tjaringin reeds 4500 lijken begraven waren,
en in de afdeeling Anjer 1517. Door deze getallen kan men zich een
denkbeeld maken van de alles behalve benijdenswaardige taak, die op de
ambtenaren van het binnenlandsch bestuur rustte. Zij hadden echter de
voldoening, dat er geen epidemie uitbrak, en dat er spoedig geen
onbegraven lijken werden gevonden op de Bantamsche kust.
Slechts weinig menschen sneuvelden ten gevolge van heete asch of werden
bedolven onder puimsteen. De zeebeving is de groote vernieler geweest.
Niet minder dan honderd vijf en zestig bloeiende dorpen of kampongs
werden geheel vernietigd, terwijl bovendien honderd twee en dertig
kampongs voor een deel verwoest werden. Zeven en dertig Europeanen
vonden den dood door de zeebeving, terwijl er volgens de opgaven der
hoofden niet minder dan 36380 inlanders, Chineezen en vreemde
Oosterlingen omkwamen.
Daar er noch op Java noch op Sumatra een burgerlijke stand bestaat voor
de laatste categorieën van personen, is op de absolute juistheid van dit
cijfer geen staat te maken. Het is zeker wel wat te laag. We zijn
wellicht niet ver van de waarheid, als wij het aantal der slachtoffers
door de ramp van Krakatau stellen op 40,000.
Er waren tijdens de uitbarsting, behalve de "Loudon", nog negen schepen
in Straat Soenda. Geen dezer schepen heeft eenige schade geleden door de
golven, die zooveel onheil aanrichtten op de kust. Dit wekt wellicht
bevreemding op. Maar het is zeer natuurlijk, als men er aan denkt, dat
bij elke golfbeweging in de volle zee de waterdeeltjes slechts vertikaal
heen en weer gaan, terwijl er geen beweging van water in horizontalen
zin plaats vindt. Die vertikale waterbeweging plant zich voort door de
geheele watermassa, evenals de loopende geluidsgolven zich door de lucht
voortplanten, zonder dat de lucht zelf zich verplaatst. De golven gaan
dus voort over het watervlak, maar het water blijft, waar het is. Een
schip, dat in zulk eene golfbeweging is, gaat alleen op en neer, zonder
daarom met groote vaart in horizontalen zin meegenomen te worden. Men
ziet evenzoo, op een heuvel staande, soms den wind spelen door een veld
korenaren. Duidelijk ziet men, dat er zich golven voortbewegen door het
korenveld, maar de korenaren zelf gaan niet van hunne plaats. Daarom
liepen de schepen in Straat Soenda weinig gevaar, al waren de golven ook
nog zoo hoog, als het water maar diep genoeg was. Zij rezen op den top
van de golven; de golven gingen door, maar lieten het schip achter, dat
weldra in het golfdal was. Als nu maar dat golfdal niet zoo diep was,
dat het schip stootte, dan was er alle kans, dat het de golven
doorstond.
De beweging wordt echter geheel anders, wanneer de golven op zeer ondiep
water of tegen de kust komen. Dan krijgen de waterdeeltjes eene
aanzienlijke snelheid ook in horizontalen zin, dan overstroomen door de
werking der zwaartekracht de lage stranden, dan gaat ook het vaartuig
met de golf mede, zooals te Telok Betong gebeurd is met de "Barouw", die
eenige kilometers van zee, binnen in het land is teruggevonden.
Ook buiten Straat Soenda heeft de golfbeweging, die van Krakatau
uitging, belangrijke schade aangericht. In het gedeelte van de Javazee,
dat aan Straat Soenda grenst, steeg de vloed 2 meter. Hier werd in
Bantam de haven Karang Antoe en vele strandkampongs in het district
Tanara overstroomd.
In de residentie Batavia werd de kust van Tangerang ongeveer 3 meter
onder water gezet. De kustzoom, die overstroomd werd, was wel is waar
smal, zij bedroeg slechts 1-1/2 kilometer; maar er verdronken toch nog
ongeveer 1800 inlanders en meer dan 500 Chineezen, terwijl het dorp
Kramat verwoest werd.--Wat er in de omstreken van Batavia gebeurde,
weten wij reeds.--De Duizend eilanden stonden twee meter onder water.
Aan de kust van Krawang werden een paar kampongs overstroomd; hier is
echter de grens van de verwoesting door de golven aangericht. Want in
het gedeelte der Javazee, dat Oostelijk ligt van den Hoek van Krawang,
zijn wel verheffingen en dalingen van den zeespiegel waargenomen, maar
deze waren te gering om schade aan te richten. Op de peilschalen te
Soerabaja en in de Straat van Madoera zijn de storingen nog duidelijk
afgelezen, maar zij zijn zeer gering.
Langs de Zuidkust van Java heeft de golf niet veel schade gedaan. Te
Tjilatjap steeg de vloed 2 meter. Zestien inlandsche vaartuigen werden
van hunne ankers geslagen. De Zuidkust van Java is over 't algemeen
steil, er is geen strand en het gebergte rijst er als 't ware uit zee
op. De golf kon hier dus weinig schade aanrichten.
Aan den ingang van Straat Soenda op Java's Eerste punt staat de
vuurtoren, die tengevolge der bekende aardbeving op 1 September 1880
middendoor knapte. Tijdens de uitbarsting zijn geene aardbevingen
waargenomen, en daar de vuurtoren op een hooge rots is gebouwd, is hij
niet door de wateren bereikt. De dorpen in den omtrek zijn wel is waar
verwoest, maar de bewoners waren grootendeels op de rots gevlucht, waar
de vuurtoren staat, zoodat er slechts een twaalftal omkwamen.
Tusschen Java's Tweede en Derde punt ligt de Welkomstbaai. Het water is
hier zóó hoog gestegen, dat het zijn weg genomen heeft dwars over de
kust naar den Indischen Oceaan. Gedurende dien tijd was dus Java's
Eerste punt met den berg Pajoeng een eiland.
Het Prinseneiland, dat aan den ingang van Straat Soenda ligt, werd voor
een gedeelte overstroomd. Het water steeg hier 15 meter en sleepte 56
personen in zee. De verwoesting, die hier plaats greep, is vrij wat
minder dan die op de eilanden dicht bij Krakatau gelegen. Zoo steeg de
zee 30 meter bij het eiland Sebesie, gelegen tusschen Krakatau en den
Sumatra wal.
Men zal nooit te weten komen wat het lot der inwoners van Sebesie
geweest is. Want van de drie duizend zielen, die de bevolking telde, is
geen mensch gered. Evenmin als van de honderd vijftig inwoners van het
eilandje Klein-Soeboekoe. Vermoedelijk heeft de vloed hen allen
weggespoeld.
Langs de Westkust van Sumatra heeft men de vloedgolven nog tot Ajer
Bangies waargenomen; zoo ook op het eiland Biliton.
Op de eilanden Ceylon en Mauritius zijn belangrijke storingen in den
zeestand waargenomen, die aan de golven van Krakatau worden
toegeschreven.
De uiterste grens van voortplanting der golven naar het Zuiden en Oosten
is de Westkust van Australië, maar naar het Westen overschreden zij Kaap
Hoorn. Kleine afwijkingen in ebbe en vloed, waargenomen in het Engelsche
Kanaal, zijn waarschijnlijk de laatste stuiptrekkingen van deze
Krakataugolven geweest.
De storingen, die in die dagen in de getijen zijn waargenomen op
verschillende andere plaatsen, te Colon, aan de landengte van Panama, te
San Francisco in Californië en op Nieuw Zeeland, werden door velen ook
aan de Krakataugolven toegeschreven. Een nauwkeurig onderzoek heeft
echter aangetoond, dat zij onmogelijk hiermede in verband kunnen staan.
De snelheid van voortplanting eener golfbeweging in zee is in hoofdzaak
afhankelijk van de diepte der zee. Hoe ondieper de zee, des te minder
snel is de voortplanting der golven. Er bestaat zulk een eenvoudig
verband tusschen zeediepte en snelheid der golfbeweging, dat men met
eenige benadering de eene uit de andere kan afleiden. Kent men de
achtereenvolgende tijdstippen, waarop de storing der getijen tengevolge
van de uitbarsting heeft plaats gehad en den afstand, waarop die
plaatsen van Krakatau verwijderd zijn, dan kan men daaruit de gemiddelde
diepte der zee berekenen. Op vele plaatsen was die zeediepte bekend en
men had dan een goed middel tot contrôle van de gebruikte formules. Maar
daar, waar de zeediepte niet bekend is, kon men met die formules de
zeediepte berekenen.
Toevallig was er juist op den dag der uitbarsting door eene Duitsche
Zuidpool-expeditie eene zelfregistreerende peilschaal opgesteld op het
eiland Zuid-Georgië te Moltkehafen. De storingen tengevolge van Krakatau
zijn hier met groote juistheid opgeteekend, terwijl de tijden ook
nauwkeurig zijn aangegeven. De heer Verbeek berekende uit deze
waarnemingen, dat de zee tusschen Krakatau en Zuid-Georgië gemiddeld
niet minder dan 6340 meter diep moet zijn. In verband met eenige weinige
dieptebepalingen in die streken, door de "Gazelle" in 1875 verricht,
trekt hij het besluit dat er ten Zuid-Zuid-Oosten van Java een lang
gestrekt diep bekken ligt tusschen Australië aan de eene zijde en de
eilanden Amsterdam, St. Paul en Kerguelen aan de andere.
Het is zeker niet het minst merkwaardige gevolg van de uitbarsting, dat
zij ons uitsluitsel heeft gegeven over de diepte van den Indischen
Oceaan!
HOOFDSTUK VIII.
Het gebied der uitgeworpen stoffen.
Wat is erger: modder-, asch- of puimsteenregen?--Gloeiende
aschregen te Katimbang.--Puimsteenbergen op Krakatau.--Hoe zijn
Steers- en Calmeijer-eiland ontstaan?--Het vulkanische rif, dat
rookwolken uitstootte, van de "Loudon" gezien.--De hoeveelheid der
uitgeworpen stoffen.--Vergelijking met vroegere erupties.--Skaptar
Jökull (1783) en Tambora (1815).--In welk opzicht Krakatau de
meerdere is.--De doorgesneden piek Rakata.--De oppervlakte van den
aschregen, vergeleken met Nederland etc.--Nog eens Krakatau te 's
Gravenhage.--Een vloed van 34 M. + A.P. aan de Noordzee.--18
kubieke kilometer stof over Zuid-Holland uitgestort.--Dezelfde
hoeveelheid over Nederland uitgespreid.--Het verdwenen stuk van
Krakatau vergeleken met den Haag en met de "Maliebaan."
Modder, asch en puimsteen,--ziedaar het driemanschap van vaste stoffen,
dat de vulkaan van Krakatau uitbraakte. Uit persoonlijke ondervinding
kan ik verklaren, dat een hagelbui van puimsteen of een hevige aschregen
betrekkelijk aangenaam is in vergelijking van het afgrijselijke van de
modderdouches, die de uitbarsting van Krakatau vergezelden. Dit is
echter alleen waar voor zoo ver de asch niet gloeiend is en de
puimsteenstukken niet grooter zijn dan eieren.
Wij zagen immers, dat de rampzalige bewoners van Katimbang de kille
modderregen eene verademing vonden, nadat zij gebombardeerd waren
geworden met puimsteenblokken zoo groot als een vuist, en nadat zij vol
brandwonden waren door de heete asch.
Wel mogen wij dankbaar zijn, dat aan de "Loudon" die bezoeking is
bespaard gebleven!
Het materiaal, dat de berg uitgeworpen heeft, ligt natuurlijk voor het
grootste gedeelte dicht bij den vulkaan. Zoo vond Verbeek op het
overgebleven stompje van Krakatau eruptie-producten, die hij "grof
puimsteenmateriaal" noemt. Dit materiaal was werkelijk zeer grof, want
de stukken bereikten eene grootte van een kubieke meter, en van de
hoeveelheid kan men zich een denkbeeld maken, als men weet, dat de dikte
der uitgeworpen stoffen op Krakatau zelf 30 tot 60 meter bedroeg.
In de nabijheid van Krakatau is de zee tusschen Krakatau en Sebesie, die
voor de uitbarsting 36 meter diep was, geheel opgevuld door eene groote
bank van zand, asch en puimsteenbrokken, waarvan Steers en
Calmeijer-eiland de boven zee uitstekende punten zijn.
Hoe die eilanden ontstaan zijn is niet met zekerheid te zeggen. Men zou
zich kunnen voorstellen, dat een gedeelte van den vulkaan in de lucht
geschoten is, en hier neergevallen. Professor Judd, de geoloog van de
Engelsche Krakatau-commissie, noemt dit zeer onwaarschijnlijk. Hij
gelooft, dat er zich in de Noordelijke flank van het eiland Krakatau
twee of meer zoogenaamde parasitische vulkaankegels gevormd hebben, en
dat die in afmetingen zijn toegenomen, tot zij boven de zee uitstaken.
Hij beroept zich daarbij op hetgeen wij van de "Loudon" gezien hebben,
toen wij na de uitbarsting langs Krakatau voeren. Wij meenden immers te
zien, dat zich tusschen Krakatau en Sebesie een rif gevormd had, en dat
verschillende kraters op dat rif kolommen van rook opwaarts zonden. Dit
was juist de plek, die men later Steers- en Calmeijer eiland noemde. De
vulkanische werking, die op de "Loudon" werd waargenomen op dien plek
buiten Krakatau gelegen, is sterk in twijfel getrokken; de heer Emile
Metzger te Stuttgart noemde de beschrijving, die ik van de vulkanische
werking gaf,[1] "uit den aard der zaak onjuist."
Neemt men de verklaring van Prof. Judd van het ontstaan der eilanden
aan, dan is er zeker niets vreemds in, dat op die plek rookkolommen
opstegen. Als men echter vasthoudt aan het denkbeeld, dat de beide
eilanden Steers-en Calmeijer door den vulkaan Rakata zelf zijn
uitgespuwd, dan is de door ons waargenomen vulkanische werking, na het
ontstaan van die eilanden, op eenvoudige wijze te verklaren. De vulkaan
heeft dan eenige kilometers vaste stof op dezelfde plaats in zeer korten
tijd uitgebraakt, binnen de groote stukken, die zij uitwierp, was zeker
stoom besloten. In elk geval kunnen zeer goed, nadat die eilanden in zee
gedeponeerd zijn geworden, uit die materialen zoogenaamde secundaire
eruptiekegels ontstaan zijn, die rookkolommen uitzonden, zooals men dat
zoo menigmaal op lavastroomen ziet.