Natuurlijk schreef men overal op Sumatra die geluiden toe aan eene

vulkanische uitbarsting, hier van den Merapi, daar van den Dempo, ginds

van den Piek van Indrapoera.

Merkwaardig was de verzameling telegrammen, die, op het

gouvernementsbureau te Padang aanwezig, waren uitgewisseld met alle

mogelijke plaatsen van Sumatra. Hieruit bleek ten slotte duidelijk, dat

geen der Sumatraansche vulkanen de schuldige was. Maar meer wist men er

niet van, daar de onderzeesche telegraafkabel, die van Anjer naar Telok

Betong loopt, gebroken was en bovendien (hoewel men hiermede te Padang

niet bekend was) de beide telegraafkantoren, zoowel te Anjer als te

Telok Betong verdwenen waren. Eerst na de komst van de "Loudon"

verspreidde zich te Padang de tijding, dat Krakatau de oorzaak was van

die geluiden.

Men was daar niet in de verleiding gekomen, om aan een werkelijken

veldslag te gelooven. Dit was echter wel het geval in Atjeh. Te Atjeh

werden de geluiden onder anderen gehoord door de posten te Malaboeh, te

Anagaloeng en te Kleh Gambing in eigenlijk Atjeh, en te Edi op de

Oostkust.

De geluiden hadden zulk eene treffende overeenkomst met een

infanteriegevecht, vergezeld door artillerie, dat de kommandanten der

posten overtuigd waren, dat er eene nabijzijnde benting werd aangevallen

door de Atjehers met geweervuur en dat men zich verdedigde met

artillerie. Te Kotta Radja, de hoofdplaats van onze vestiging in Atjeh,

zond de militaire commandant ordonnansen uit om te onderzoeken welke

post aangevallen werd. Opmerkzaamheid verdient dat een paar

marineschepen ter reede van Oleh-leh, nabij Kota Radja, volgens een

telegram van den commandant der Marine in de Atjehsche wateren, geen

geluiden gehoord hebben evenmin als de schepen te Boeleleng (eiland

Bali).

Wij herinneren ons, dat op de "Loudon" evenmin eenig geluid is vernomen,

terwijl wij vlak bij den vulkaan lagen en om ons heen alles heeft

getrild van de kracht der schoten.

Te Timor en te Makassar meende men, dat er een zeegevecht werd geleverd

of wel dat er een schip in nood was, zoodat de aldaar gestationneerde

oorlogsschepen werden uitgezonden om te onderzoeken wat er gebeurde.

Op het eiland Ceylon meende men, dat er een of ander oorlogschip

schietoefening hield met zwaar geschut.

Dergelijke geluiden hoorde men op Nieuw Guinea, West- en Zuid Australië

en Birmah.

Op de Chagos-eilanden, te Diego Garcia gelegen op meer dan 30° afstand

van Krakatau en te Rodriguez, meer dan 40° Zuid-West van Krakatau, zijn

de geluiden zoo sterk gehoord, dat men ook daar aan noodseinen van

schepen dacht.

Laten wij nog eens een kijkje op Java nemen tijdens die benauwde dagen.

Het is begrijpelijk, dat men overal de schoten, die gehoord werden,

toeschreef aan vulkanen, die dicht bij waren. Zoo meende men in de

Preanger, dat de Gedeh werkte. In Tegal veronderstelde men eene

uitbarsting van den Tjermai; in de residentie Bagelen beschuldigde men

den Slamat en in Kedoe den Sendoro. In Solo en Semarang dacht men aan

den Merapi; in Soerabaja vreesde men, dat de Keloet zich gereed maakte

voor eene uitbarsting; in Kedirie zag men daarentegen dat de Keloet

rustig was en gaf men de schuld aan den Wilis. In Bezoeki eindelijk

schreef men het geluid toe aan den Lamongan of aan den Rawoen.

Dat de uitsluitende oorzaak van alles het onaanzienlijk, kleine

vulkaantje op Krakatau was, tot dit besluit is men eerst gekomen toen er

na die vreeselijke natuurverschijnselen dagen van rust en kalmte waren

aangebroken.

Als men van Krakatau uit als pool een cirkel trekt op de aarde van 32°

straal (3555 kilometers), dan heeft men de streek op aarde, waarbinnen

het geluid gehoord is. De middellijn van dien cirkel is dus 64° of een

zesde van den geheelen omtrek der aarde. En de oppervlakte van het deel

der aarde, waarbinnen het geluid gehoord is, is meer dan 1/14 van de

oppervlakte der aarde.

Ik vrees, dat al die cijfers en namen van eilanden den lezer zeer koud

zullen laten en hem toch geen goed denkbeeld zullen geven van de

afmetingen van den geluidscirkel. Laten wij daarom eens voor een

oogenblik de onwaarschijnlijke veronderstelling maken, niet dat den Haag

gebombardeerd wordt, maar omgekeerd dat er in 't vorstelijk 's

Gravenhage kanonnen werden afgeschoten van de zelfde kracht als de

vulkaan van Krakatau of met andere woorden: stel dat den Haag een

vuurspuwende berg was van het kaliber Krakatau. Dan zouden de schoten

gehoord zijn op Groenland, IJsland, Spitsbergen, Lapland, Finland, te

Petersburg, Odessa, Alexandrië, Jeruzalem; verder in geheel Afrika

benoorden den kreeftskeerkring. De uiterste Westelijke punten zouden dan

zijn de Kaap-Verdische eilanden en de Azoren. Laten wij ons beeld nog

eens uitwerken. Gelooft ge dat, als men te gelijk te Jeruzalem te

Petersburg en op Groenland een dergelijk geluid hoorde, er spoedig

iemand op het denkbeeld zou komen dat al die geluiden van één bron

afkomstig waren, ook al wist men toevallig, dat er in den Haag een

vuurspuwende berg was, die van tijd tot tijd uitbarstte?

Het was dus volstrekt geen bewijs van stompzinnigheid, dat men op

sommige plaatsen het een alleronzinnigst denkbeeld vond, dat een

vulkaan, die 600 uren gaans verwijderd was, de oorzaak dier schoten zijn

zou, terwijl er bovendien tal van vulkanen in de richting der schoten

lagen op veel korteren afstand.

De eerste berichten over de ramp, in Europa verspreid, vermeldden dan

ook merkwaardige bijzonderheden. Zoo kon men in het Fransche dagblad "le

Gaulois" van 5 Sept. 1883 lezen, dat een derde der 45 vulkanen van Java

tegelijk gewerkt hadden en dat er te Batavia 20000 Chineezen en 100

Europeanen waren omgekomen. Ik herinner mij ook, dat eene der groote

buitenlandsche illustraties in die dagen prentjes gaf van den

Boro-Boedoer-tempel in de residentie Kedoe, die, zooals zij meende, met

geheel Java vernietigd was geworden.

De uitsluitende oorzaak, de motor van al de ellende die in Indië geleden

is, was echter de vulkaan van Krakatau. Geen der vulkanen van Java heeft

zich er mee bemoeid. Zij waren wellicht van meening, dat Krakatau het

alleen wel af kon.

Wat nu echter het zoo even vermelde praatje betreft, dat er te Batavia

zooveel personen waren omgekomen, zoo kan dit wel een gevolg zijn van

zekere leemten in aardrijkskundige kennis, die men wel eens meer opmerkt

bij het geestigste volk van Europa.

In hetzelfde bericht van de "Gaulois", dat wij boven aanhaalden, wordt

immers ook gesproken van de stad Bantam en het eiland Serang. Aan het

woord "Batavia" verbond men dus wellicht (_pars pro toto_) het begrip

Java, Sumatra, of andere eilanden, in 't algemeen die verafgelegen

streken, die men zonder nadere aanduiding te Parijs zoo gaarne

"l'extrême orient"--het verre Oosten--noemt.

Frankrijk staat echter niet alleen. De redactie van de Engelsche "Daily

News" wilde aan hare lezers een uitvoerig verslag mededeelen,

uitvoeriger dan de magere Reuter-telegrammen; en bij gebrek aan eenigen

correspondent in Indië heeft men de onbeschaamdheid gehad om, zonder

iets van Indië noch van de uitbarsting af te weten, berichten te

phantaseeren. Zoo ontstond er een verhaal, dat nog ongelooflijker was

dan dat van de "Gaulois", en dat gretig werd overgenomen door andere

bladen, tuk op sensatie, terwijl het steeds grootere afmetingen aannam.

De vijf en veertig vulkanen van Java zouden te gelijk hebben gewerkt, en

vooral de Papandajan zou ontzettende verwoestingen aangericht hebben.

Plotseling begint ook, volgens die berichten, de vulkaan "Tankohabie",

(die niet bij naam op Java bekend is), vuur te spuwen. Het aantal

slachtoffers telt men bij "honderdduizenden", waarvan de meeste te

Batavia.

Om echter duidelijk te doen zien, dat er in onze hoofdstad niet zulk

eene slachting is aangericht, als de "Gaulois" en "Daily News" meenden,

zullen wij nog eens nagaan wat er te Batavia gebeurd is.

Toen te Batavia den 26sten Augustus des namiddags de knallen en het

gerommel begonnen van uit het Westen, en toen er des nachts in die

richting een dof-roode gloed was waar te nemen, stelde men zich algemeen

gerust met de gedachte, dat dit aan niets toe te schrijven was dan aan

eene hernieuwde werking van den vulkaan Krakatau; en daar de eerste

uitbarsting in Mei geen andere herinneringen had achtergelaten, dan de

aangename souvenirs van een heerlijken pic-nic, koesterde men in 't

geheel geen vrees.

Maar toen die schoten in hevigheid toenamen en er te half twee een slag

viel die gepaard ging met zulke luchttrillingen, dat de gaslantaarns en

de gaslampen plotseling uitgingen, terwijl deuren en vensters

klapperden, toen was men in 't geheel niet meer gerust. Velen hielden

het thuis niet meer uit, daar zij aardbevingen verwachtten, allen zagen

in groote spanning den morgen te gemoet.

"De morgenstond verscheen, maar in plaats van te lichten met dien

doorzichtigen glans, welke de morgenure in het Oosten kenmerkt, hield de

zon zich schuil en het geheele uitspansel was als in nevelen gehuld."

Zoo beschreef het "Bataviaasche Handelsblad" de morgenimpressies van 27

Augustus.

Schokken of aardbevingen werden niet gevoeld. Geen voorgevoel

waarschuwde de bewoners van de Noordkust van Bantam. Evenmin verwachtte

iemand te Batavia de dingen, die komen zouden. De menschelijke zintuigen

zijn toch zeer onvolkomen, als men ze vergelijkt met het scherpe

waarnemingsvermogen der dieren, die geheimzinnige gave, welke wij met

het niets beteekenend woord "instinct" aanduiden. Dit instinct der

dieren verloochende zich ook nu niet. _Groote zwermen zeevogels trokken

in den morgen van 27 Augustus van den zeekant over Batavia._ Zij waren

dus gewaarschuwd voor het dreigende gevaar. "Hoe is zoo iets mogelijk",

zal men vragen. "Is het wel waar?" Ja lezer, de zeevogels van Straat

Soenda waren knapper dan de veertig duizend ongelukkige menschen, die

door de ramp zijn omgebracht, en die door geen inwendige stem werden

vermaand het gevaarlijke zeestrand te ontvluchten.

Hoe echter die vogels er toe kwamen om tijdig Straat Soenda te

ontvluchten, op deze vraag moet ik het antwoord schuldig blijven. Men

verbaast zich soms over de "domheid" der Grieken en Romeinen, die uit de

vlucht der vogels de toekomst voorspelden. Wie weet of die volken,

scherpe opmerkers als zij waren, niet meermalen een dergelijk voorgevoel

bij vogels hadden waargenomen, dat hen waarschuwde voor gevaar. Is het

dan gewaagd te veronderstellen dat deze geheimzinnige gave der vogels,

die ons nu even onverklaarbaar is als hun, de eerste aanleiding is

geweest tot de vogelwichelarij, die zulk eene groote rol speelt in hunne

geschiedenis?

Keeren wij naar Batavia terug. De inwoners waren in den morgen van 27

Augustus weder tot kalmte gekomen.

Toen viel er te half negen zulk een zwaar schot, dat de huizen kraakten.

Het werd donker; door het uitblijven van het zonlicht daalde de

temperatuur verscheiden graden; men huiverde van koude; op het midden

van den dag waren alle lampen aangestoken. Eensklaps stonden alle zaken

stil; in de benedenstad, waar alle pakhuizen en kantoren zijn, moest men

in allerijl kaarsen opsteken, want de gasfabriek geeft over dag geen

drukking genoeg in de leidingen. De koelies, meestal Bantammers, liepen

weg, en de meeste Europeanen verlieten hunne bezigheden en ijlden naar

hun gezin in de bovenstad. In de Chineesche kamp ontstond een paniek.

Wie een prauw kon bemachtigen, bracht zijne vrouwen, kinderen,

kostbaarheden en leeftocht daarin, niet wetende, dat juist het water,

waaraan hij zich ging toevertrouwen, in die ure zijn grootste vijand

was.

Tegen den middag rees het water schrikbarend; het kwam uit zee langs de

geheele Noordkust van Java aanzetten, drong de rivieren in, en deed die

buiten de oevers treden, zoodat ook de benedenstad onder water gezet

werd. Prauwen, stoombooten, tambangans (roeibooten) worden driftig,

bonzen tegen elkaar, of komen tegen de brug aan op het Heemradenplein.

Het water bereikte eene hoogte van 1.40 M. boven het gewone vloedpeil.

Het water in de Kali Besar zwol meer dan een meter en de stroom van het

water was stroomopwaarts gericht. Het lagere gedeelte van Pintoe Ketjil

(de kleine Boom) en Pasar Ikan (de Vischmarkt) overstroomde. Nabij de

Stadsherberg zette het water kleine en groote prauwen en

rivierstoombootjes op den wal. Het water in de Kali Besar was modderig

en dik; het zag er zwart uit en verspreidde een onaangenamen geur.

Een gedeelte van de inlandsche bevolking van de benedenstad vluchtte.

Die hooge vloed werd gevolgd door eene lage ebbe, al het water liep weg,

het bed van de rivier tusschen het Waterkantoor en de Stadsherberg liep

geheel droog, zoodat de visschen achterbleven en de vaartuigen evenals

Scheveningsche pinken op het droge bleven liggen of wel tegen den

kaaimuur aanhingen door middel van hunne kabels.

Des namiddags vermindert de duisternis langzamerhand, maar er is zooveel

asch in de lucht, dat men niet duidelijk zien kan. Vele inlanders in de

benedenstad zitten neergehurkt voor hunne huizen en wachten kalm de

gebeurtenissen af, terwijl ze in vrede een sirih-pruimpje kauwen of een

stroosigaartje rooken en een pelitah (klein lampje) naast zich hebben.

Intusschen had de gasfabriek voor drukking gezorgd. Op Molenvliet waren

de talrijke warongs (stalletjes) allen verlicht. Te 2 ure kwam eene

nieuwe golf, doch niet zoo hoog als de vorige. Toch overstroomde weer de

Kleine Boom en Pasar Ikan. Honderden inlanders vermaken zich met de

visschen te vangen, die door de terugloopende wateren werden

achtergelaten.

In de rivieren loopt een modderachtige vloeistof met schuim bedekt,

waarin de visschen bedwelmd werden. Er zijn echter weinig ongelukken

gebeurd. Een paar oude vrouwen, die zaten te visschen bij den Vuurtoren,

zijn verdronken, eenige grazende geiten zijn verzwolgen door het water.

Ook zijn er eenige stukken kaaimuur verzakt langs het oude Havenkanaal.

Te Onrust, een eiland op de reede van Batavia, waar het

marine-etablissement is, ontstond ten gevolge van de vloedgolf een

groote schrik onder het werkvolk. Een gedeelte van het eiland liep

onder. Dank zij de kalmte der opzichthebbenden zijn er geen groote

ongelukken te betreuren, hoewel het groote dok, waarin een schip lag,

tegen een stoomboot aandreef. Het drijvend dok, dat zich bevond bij het

eiland Amsterdam nabij Onrust, is daarentegen den 27sten Augustus

losgeraakt en weggedreven.

De groote werken voor de haven van Batavia zijn gelegen te Tandjong

Priok, Oostelijk van de reede van Batavia. Aan den ingang van de haven

bevinden zich twee havendammen, waarvan het lichaam bestaat uit

trachietblokken, die uit de groeven van Merak afkomstig zijn. De haven

is verbonden met Batavia door een kanaal en een spoorweg. Die

havenwerken hadden 17 millioen gekost en waren in eigen beheer zonder

tusschenkomst van aannemers in vijf jaar voltooid onder de energieke

leiding van den hoofdingenieur van den waterstaat J. de Gelder.

Men had bij het ontwerpen en het uitvoeren dezer havenwerken als basis

genomen de bekende cijfers van den hoogst bekenden vloed, zijnde 1.20

meter boven Batavisch peil of boven nul, en van de laagste ebbe 0.20 M.

beneden nul. Maar die cijfers zijn niet gebaseerd op zeebevingen. Vooral

de buitengewone lage ebbe, die afliep tot 3.20 meter beneden Bataviaasch

peil en die onmiddellijk volgde op een vloed van 2.35 M + B.P. gaf in de

kanalen aanleiding tot hevige stroomen of wielingen gelijkende op echte

watervallen. Op het oogenblik dat het water op zijn laagst was, waren de

fundeeringen der kaaimuren en de landhoofden van de groote draaibrug in

den spoorweg van Batavia naar Tandjong Priok geheel ontbloot.

Zelden heeft een waterstaatswerk eene zoo degelijke "beproeving"

ondergaan. De gronddruk toch, waaraan de fundeeringen dier werken bloot

stond, overtrof met vijf en twintig procent den grootsten druk, waarop

in het project gerekend was.

Over het algemeen hebben die werken zich goed gehouden.

De Oostelijke havendam is echter bij het afloopen van de eerste golf

verzakt over eene lengte van 300 meter.

Die verzakking bedraagt als maximum 3 meter.

Maar noch bij de kaaimuren, noch bij de bruggen zijn scheuren of

verzakkingen op groote schaal waargenomen.

Een beter bewijs voor de soliditeit der uitvoering is zeker moeilijk te

leveren.

De zelfregistreerende peilschaal te Tandjong Priok heeft de geheele

waterbeweging van die woelige dagen getrouwelijk opgeteekend. Die

waarnemingen zijn daarom van zooveel belang, omdat zij natuurlijk

ontbreken in de kustplaatsen, die verwoest zijn. De invallende

duisternis zou daar trouwens toch alle waterstand-aflezingen verhinderd

hebben.

Wij zagen, dat de schoten van Krakatau over 1/14 van de oppervlakte der

aarde gehoord zijn.

Of wij een geluid hooren of niet hangt van de menschelijk zintuigen af.

Het is werkelijk geen paradox als men zegt, dat er geluiden zijn, die de

mensch niet kan hooren, zooals er ook lichtgevende stralen zijn, die men

niet kan zien!

De geluiden, die de mensch niet kan hooren, verschillen in soort niet

van de hoorbare geluiden.

Beide zijn luchttrillingen; er bestaat slechts een quantitatief, niet

een qualitatief verschil tusschen hen. Want wij hooren alleen de tonen,

die een bepaald aantal trillingen per seconde maken. Daarboven en

daarbeneden ligt eene onhoorbare tonenwereld, die even zoo goed bestaat

als de hoorbare "harmonie der sferen." Het zijn de onhoorbare

trillingen, die b.v. bij een kanonschot de glazen doen rinkelen of

breken. Maar ook, als het kanonschot niet gehoord wordt, kunnen die

stille geluiden de lucht beroeren. De beweging der lucht kan dan niet

met het oor waargenomen worden als toon, maar dikwijls speurt men haar

door suizingen in de ooren, door de beweging van voorwerpen. Ja, die

beweging kan zoo sterk worden, dat men zou zweren met eene aardbeving te

doen te hebben.

Niet het minst merkwaardige verschijnsel bij de uitbarsting zijn die

onhoorbare luchttrillingen geweest. Ze zijn opgeteekend over de

oppervlakte van onze geheele aarde door de zelfregistreerende barometers

van alle metereologische stations op aarde.

De storingen, die deze barometers vereeuwigd hebben, bestaan uit eene

plotselinge rijzing van den barometer, gevolgd door eene diepe daling of

depressie.

Hoe dichter bij Krakatau, des te sterker zijn die storingen. Zij waren

op de "Loudon" zoo sterk, dat zij hevige suizingen in de ooren

veroorzaakten en een onbeschrijfelijk gevoel van onwel zijn; men hoorde

dáár de luchtgolven niet met het zintuig van het geluid, maar men

gevoelde ze als eene benauwdheid, tot stikkens toe. Het waren dezelfde

trillingen, die te Batavia de vensterglazen deden springen, en die in de

residentie Pasoeroean op het land Alkmaar de muren der woningen deden

scheuren.

Ééne luchttrilling is er geweest, die als een reus uitsteekt boven de

andere. Zij geeft het slot aan van de eruptie, de indrukwekkende

apotheose van de uitbarsting, die den 27sten Augustus te 10 ure

plaats vond. Toen schoten met een vreeselijken knal eenige kubieke

kilometers vaste stoffen de lucht in. Toen geschiedde de ontzettende

instorting van het eiland, de indompeling in zee van eene massa, die de

zeebeving te voorschijn riep; toen ontstond de aschwolk, die den

stikdonkeren nacht veroorzaakte, welke zich over al de kusten van Straat

Soenda uitstrekte.

Toen ontstond eene luchttrilling, die machtiger was dan al deze

natuurverschijnselen te zamen. Zij werd niet waargenomen door de

onvolkomen menschelijke zintuigen, maar zij bracht het luchtvormig

omhulsel van onze geheele planeet in beroering.

Van Krakatau als uitgangspunt ging op dat oogenblik eene luchtgolf uit

in alle richtingen. Die luchtgolf ging langs een grooten cirkel om de

aarde heen tot de tegenvoeters van Krakatau en keerde weder tot haar

uitgangspunt terug. In ongeveer 35 uren werd die reis om de wereld

verricht. Toen die luchtgolf ten tweedenmale Krakatau beroerde was hare

kracht nog niet uitgeput.

Eene tweede reis om de wereld werd volbracht en na afloop van deze bezat

zij nog energie genoeg voor eene derde. Eerst op de vierde reis om de

aarde bezweek zij! De snelheid, waarmede die luchtgolf zich

voortplantte, was ongeveer dezelfde als die van het geluid. Die snelheid

werd wel is waar gewijzigd door de passaatwinden en luchtstroomingen en

door de draaiing der aarde, maar die invloeden waren niet bij machte het

verschijnsel belangrijk te wijzigen. De luchtgolf volbracht hare reizen

om de wereld ten spijt van winden en stroomingen. Haar verblijf werd

opgeteekend door den barometer in alle werelddeelen, in Europa: te

Petersburg, Krakau, Budapest, Weenen, München, Lissabon, Rome, Brussel,

Parijs, Greenwich, Utrecht; in Australië: te Melbourne en Sydney; in

Amerika: te New-York, Mexico en Havana en in Azië: te Calcutta en

Bombay. Kortom over de geheele aarde in alle metereologische

observatoria, waar zelfregistreerende barometers zijn.

Ten einde een goed denkbeeld te krijgen van de reis door die golf

afgelegd, zal ik een enkel feit aanstippen, ik ben daarbij verplicht een

paar cijfers te noemen.

Het eerste bezoek, dat die golfbeweging te Parijs bracht, geschiedde den

27sten Augustus te twee ure des middags. Zij was te 10 uur 's morgens

van Krakatau gegaan in oostelijke richting. Dit geeft een verschil van

vier uur. Telt men hierbij het verschil in tijd van Krakatau en Parijs,

dan heeft _de luchtgolf den afstand van Krakatau naar Parijs afgelegd in

tien uren_.

Maar hier had de golf den kortsten weg genomen van Krakatau naar Parijs.

Zij nam namelijk de reis over Hindostan, Arabië, Perzië en Turkije. De

golf, die van Krakatau uit juist in tegenovergestelde richting reisde,

kwam over de Groote Stille Zuidzee, Amerika en den Atlantischen Oceaan

eveneens te Parijs aan. Zij deed op hare reis de tegenvoeters van

Krakatau aan, en had dus den langsten weg gekozen. De eerste golf toch

had slechts 103 graden van den grooten cirkel af te leggen, die Krakatau

en Parijs op de aarde verbindt. De weg, dien de tweede golf nam, was

daarentegen 257 graden. Die tweede golf kwam te Parijs den 28sten

Augustus des morgens te vijf uur. Zij was toen vijf en twintig uren

onder weg geweest. Toen de eerste golf Parijs den 27sten Augustus

bezocht had en dáár den barometer twee millimeter had doen afwijken,

vervolgde zij te twee ure des namiddags haar weg. Te Krakatau

teruggekomen kon zij hare vaart niet matigen en reisde ten tweede male

om de wereld. Ditmaal zag zij Parijs bij nacht, want zij verscheen

aldaar tusschen den 28sten en 29sten Augustus des nachts te twee

ure, zes en dertig uren na hare eerste komst te Parijs, om 37 uur later

na nog eens eene reis om de wereld gemaakt te hebben, weer te Parijs

terug te zijn. Ook de golf, die den langsten weg gekozen had, reisde

van Parijs naar Krakatau terug. Ook zij zette hare reis voort; en den

29sten Augustus te 4 uur des namiddags ontmoeten wij haar al weer te

Parijs. In 35 uur had ook deze golfbeweging de wereldreis volbracht.

Voordat dus in Europa eenig betrouwbaar bericht was aangekomen over de

ramp van Krakatau, terwijl men in Indië zelf nog in 't onzekere

verkeerde wat er eigenlijk gebeurd was, had de vulkaan van Krakatau zelf

luchtgolven afgezonden als boden, die het einde der uitbarsting en het

begin van het vernielingswerk op de vleugelen der atmosfeer aan het

verst afgelegen plekje der aarde verkondigden.

HOOFDSTUK VII.

De waterbeweging.

In Het Rijk van Vulcaan de Uitbarsting van Krakatau en Hare Gevolgen · 第 7 / 14 段