O.

Obia-man. Geestenbezweerder der B.

Obia-piaai. Bezweringsmiddel, samengesteld uit een daartoe dienend

middel der I. en der B.

Oelana-spel (ook wel oerana-spel geschreven). De spelletjes der

I.-jongens zijn veelal nabootsingen van de leefwijze der wouddieren.

Hiertoe behoort ook het O.-sp., zoogenoemd, omdat zij hierbij de

bewegingen van de Paca (Z. bij Oerana) nabootsen. Een der jongens stelt

de O. voor, verbergt zich in het bosch en wacht tot zijn kameraadjes,

die met een hond zijn spoor moeten volgen, in zijn nabijheid zijn. Hij

springt dan op, ijlt naar de rivier of kreek, stort zich hals over kop

in het water en duikt onder. Zijn achtervolgers ijlen hem na en het

spel eindigt daarmede, dat de achtervolgers het opgeven of de zg.

Oelana in triumf aan den oever slepen.

Oeloekwa-toelala. Dit bekoringsmiddel, ook wel bekoring tot het

wegdrijven der liefde genoemd, wordt, volgens de Penards (P.), bereid

uit den knol van de variëteit eener plant (Calidryum bicolor). Deze

wordt gestampt; het meel wordt dan te samen met een poeder, afkomstig

uit verbrande wormen, die uit de verrotte hersenen van een Trogon-soort

(T. viridis)—ook wel houtluisvogel, in het C. Oeloekwa

genoemd—voortgekomen zijn, in een kalebas met water omgeroerd.

De genoemde vogel—en hierop berust de waarde van het

bekoringsmiddel—heeft zwakke pooten, zoodat hij niet van den eenen tak

op den anderen kan springen. Mannetje en wijfje zitten daarom dikwijls

met den rug tegen elkaar, waarom de I. dezen vogel als het zinnebeeld

van jaloerschheid, haat en tweedracht beschouwen.

Tusschen dezen vogel en genoemde plant zien de I. nu verband, omdat de

vorm van het blad veel overeenkomt met de Trogon viridis of Oeloekwa.

Vandaar de naam Oeloekwa-toelala.

Oerana (Oelana). C. naam voor een aan de Agoeti of de Acouri verwant

knaagdier (Coelogenys paca), in S. dikwijls haas genoemd. De Paca is

een nachtdier en verblijft overdag in een hol, dat twee toegangen

heeft. Het vleesch is smakelijk. (Zie: Oelana-spel).

Okra. Doosvrucht met vele zaden van een tot de Malvaceën behoorenden

heester (Hibiscus esculentus L.). De vrucht wordt in de soep gekookt

bij bereiding van tontom (Z. a.), en ook als groente gegeten.

Otolin. Naam van een vogel, die in de litteratuur niet kon worden

opgespoord.

Mythen en sagen uit West-Indië · 第 165 / 174 题