Personen:
Ngando (Krokodil).
Sinyani (Vogels).
Sinyama (Beesten). [378]
Krokodil was oud. Ten slotte stierf hij. Snel verspreidde zich het
nieuws van zijn dood onder de Beesten. Zijn verwanten en vrienden
begaven zich naar de Droefheid. Nadat een daartoe vastgesteld aantal
dagen was verstreken, werd de vraag omtrent de verdeeling van zijn
eigendommen besproken. Dadelijk reeds ontstond er oneenigheid over de
vraag, wie zijn naaste verwanten waren.
De stam der Vogels zei: „Hij behoort tot den onzen en wij zijn dus de
eenigen, die op de eigendommen aanspraak maken”.
Hun eisch werd besproken, waarna de anderen vroegen:
„Waarop gronden jullie de verwantschap? Jullie dragen veêren, en geen
beschermende platen, zooals hij”.
De vogels antwoordden: „Het is waar, hij droeg onze veêren niet, maar
jullie moeten niet kijken naar wat hij bij zijn leven droeg. Oordeel
naar wat hij was, toen zijn leven begon. Kijk! Hij begon immers net als
wij. Wij gelooven in eieren. Zijn moeder bracht hem als ei ter wereld.
Hij is onze naaste verwante, en wij zijn dus zijne erfgenamen”.
Maar de Beesten zeiden: „Niet waar! Wij zijn zijn verwanten, en zijn
eigendommen moeten onder ons verdeeld worden”.
Toen kwam de groote Dierenraad bijeen, en deze vroeg aan de Beesten, op
welken grond zij dan hunne verwantschap wilden aantoonen en welk
antwoord zij konden geven op het argument der vogels met betrekking tot
den oorsprong van den Krokodil uit een ei.
De Beesten zeiden: „Wij verklaren, dat het stamkenteeken in het begin
moet gezocht worden, niet in een ei. Want alle wezens vangen als eieren
aan. Leven is het oorspronkelijke begin. Kijk? Wanneer het leven
werkelijk in het ei begint, dan is het stamkenteeken duidelijk. Toen
Ngando’s leven begon, had hij vier pooten, evenals wij. Wij oordeelen
naar pooten, niet naar eieren. Alzoo is hij onze verwante. En wij
zullen zijne eigendommen nemen”.
Maar de Vogels antwoordden: „Jullie beweren, dat wij zijn verwanten
niet zijn, omdat wij veêren hebben en geen Ngando-platen. Maar, jullie,
kijk naar je zelf! Oordeel naar je eigen woorden. Ook jullie dragen
geen Ngando-platen, jullie met jelui haar en dik vel! Jelui woorden
zijn niet juist. Het begin van zijn leven was niet, zooals jelui
zeggen, het oogenblik, toen de ledematen van de kleine Ngando
ontsproten. Reeds daarvóór was er al leven in het ei. En zijn ei was
geheel als ons ei, niet wat jullie eieren gelieven te noemen. Jullie
zijn dus zijn verwanten niet. Hij behoort bij ons”.
Maar de Beesten bleven redetwisten; het gekrakeel bleef heen en weêr
gaan en kwam nooit tot een einde [379].