NO. 7. EEN FEEST BIJ DE WATERNIMF.

De watra-mama [260] was de beste vriendin van heer Spin. Wanneer zij

haar maal gereed had, riep zij haar vriend met luide stem en

onmiddellijk kwam heer Spin aan.

Ook wanneer heer Spin gekookt had, riep hij zijn vriendin, maar met zóó

zachte stem, dat niemand het hooren kon.

Dit duurde zoo geruimen tijd, tot op zekeren dag de watra-mama een

groot feest gaf op den rivierbodem. Alle boschbewoners waren

uitgenoodigd en ook reeds aanwezig; heer Spin alleen liet op zich

wachten.

Hij was immers te licht en bleef op de wateroppervlakte drijven, waarom

zijn vriend hem aanried, een groote jas aan te trekken en in elken zak

een zwaren steen te doen. Anansi volgde den raad en voegde zich bij de

overige gasten.

„Goeden dag, heer Spin”, klonk het overal.

Een welvoorziene tafel deed Spin watertanden; lag het maar aan hem, hij

zou dadelijk beginnen.

„Een bittertje, màti Anansi?” [261]

„Als het U blieft, dat geeft eetlust nietwaar?”

„Zeker”, antwoordde het konijn.

„Aan tafel, mijne heeren”, zei de watra-mama kort daarop.

„Maar màti Anansi, je maakt me beschaamd, trek toch die oude jas uit.”

„O wee!” dacht heer Spin, „nu is alles mis”.

„Kom, vlug wat, vriend”.

„Zuster, je weet toch, dat ik ziek ben, de dokter heeft me

voorgeschreven, mij warm te kleeden, laat ik maar zóó aan tafel gaan”.

„Je komt niet aan tafel met die oude jas”.

Doch heer Spin wilde niet opstaan, om zijn jas uit te trekken.

„Komaan, wat vlugger, alle heeren zijn reeds aan tafel”.

Eindelijk trok heer Spin zijn jas uit, en onmiddellijk rees hij omhoog.

Zoo werd heer Spin voor zijn gulzigheid gestraft.

Mythen en sagen uit West-Indië · 第 78 / 174 题