In Suriname laat de verteller dikwijls de volgende toespraak aan zijn
anansi-tori voorafgaan:
Heeren en dames luistert! Maar alvorens U in Uwe gemakkelijke stoelen
neêr te zetten, begint Broeders en Zusters eenige wimpers uit te
trekken, want oogen en ooren moeten helder zijn, deels om niet te
slapen, deels om het aangename van het verhaal op te vangen.
Broeders, zoo moet het zijn en zoo moet het worden!
Kameraden, luistert!