NO. 13. SCHILDPAD, DIE BOSCHRAT ER IN LIET LOOPEN. (C.)

Er was eens een tijd van langdurige droogte en voedselschaarschte, toen

Boschrat*, bezig om eten te vinden Schildpad* tegenkwam, die ook

probeerde wat van zijn gading te ontdekken. Na elkander gegroet te

hebben en naar elkanders bezigheden te hebben gevraagd—van waar zij

kwamen en waar zij heengingen—begonnen zij over de moeilijkheden te

praten, en, zoo van het eene op het andere komend, werd er eindelijk de

vraag te berde gebracht, wie van beiden wel het langst zou kunnen

vasten, als de nood er toe drong. Zooals dit bij menschen en dieren

altijd het geval is, betwistten zij elkander den voorrang, en ten

slotte besloten zij tot een wedstrijd, en wel op deze wijze, dat

telkens een van de twee een boom zou uitkiezen, terwijl de andere zóó

lang zou moeten vasten, tot de boom vrucht zou hebben gedragen. De

Boschrat koos een pruimeboom*, en toen zij dezen van een omheining had

voorzien, sloot zij Schildpad daarbinnen op. Iedere maand bracht de

Boschrat een bezoek aan de vrijwillige gevangene. „Nog levend?” riep de

Boschrat. „Waarom niet”, antwoordde Schildpad, „er kan mij niets

overkomen”. Iedere maand werd dit gesprek in den tijd van een half jaar

herhaald, tot dat aan het einde van dien tijd de knoppen van den boom

zich openden, de bloemen vrucht zetten en de vruchten waren afgevallen.

De omheining werd toen verbroken en Schildpad wandelde zegevierend naar

buiten.

Nu was het de beurt aan de Boschrat, om te toonen, wat hij kon.

Schildpad bouwde nu een omheining om een kasjoe-boom*, sloot de

Boschrat op en vertrok. Toen een maand om was, kwam Schildpad te

voorschijn en riep buiten de omheining de gevangene toe: „Wel, nog

levend?” waarop Boschrat antwoordde: „Ja, in blakenden welstand”. Maar

na de tweede maand, toen Schildpad dezelfde vraag kwam doen, kreeg zij

ten antwoord: „Ja, nog levend, maar wat slapjes”. Maar nadat weêr een

maand verloopen was en Schildpad terugkwam, kreeg zij geen antwoord

meer, toen zij haar gewone vraag herhaalde. Boschrat was niet meer

levend. De vliegen op het doode lichaam leefden echter wel.

De Boschrat had er niet aan gedacht, dat de kasjoe slechts eenmaal in

de drie of vier jaar vruchten draagt.

Mythen en sagen uit West-Indië · 第 26 / 174 题