Er was eens een tijd van langdurige droogte en voedselschaarschte, toen
Boschrat*, bezig om eten te vinden Schildpad* tegenkwam, die ook
probeerde wat van zijn gading te ontdekken. Na elkander gegroet te
hebben en naar elkanders bezigheden te hebben gevraagd—van waar zij
kwamen en waar zij heengingen—begonnen zij over de moeilijkheden te
praten, en, zoo van het eene op het andere komend, werd er eindelijk de
vraag te berde gebracht, wie van beiden wel het langst zou kunnen
vasten, als de nood er toe drong. Zooals dit bij menschen en dieren
altijd het geval is, betwistten zij elkander den voorrang, en ten
slotte besloten zij tot een wedstrijd, en wel op deze wijze, dat
telkens een van de twee een boom zou uitkiezen, terwijl de andere zóó
lang zou moeten vasten, tot de boom vrucht zou hebben gedragen. De
Boschrat koos een pruimeboom*, en toen zij dezen van een omheining had
voorzien, sloot zij Schildpad daarbinnen op. Iedere maand bracht de
Boschrat een bezoek aan de vrijwillige gevangene. „Nog levend?” riep de
Boschrat. „Waarom niet”, antwoordde Schildpad, „er kan mij niets
overkomen”. Iedere maand werd dit gesprek in den tijd van een half jaar
herhaald, tot dat aan het einde van dien tijd de knoppen van den boom
zich openden, de bloemen vrucht zetten en de vruchten waren afgevallen.
De omheining werd toen verbroken en Schildpad wandelde zegevierend naar
buiten.
Nu was het de beurt aan de Boschrat, om te toonen, wat hij kon.
Schildpad bouwde nu een omheining om een kasjoe-boom*, sloot de
Boschrat op en vertrok. Toen een maand om was, kwam Schildpad te
voorschijn en riep buiten de omheining de gevangene toe: „Wel, nog
levend?” waarop Boschrat antwoordde: „Ja, in blakenden welstand”. Maar
na de tweede maand, toen Schildpad dezelfde vraag kwam doen, kreeg zij
ten antwoord: „Ja, nog levend, maar wat slapjes”. Maar nadat weêr een
maand verloopen was en Schildpad terugkwam, kreeg zij geen antwoord
meer, toen zij haar gewone vraag herhaalde. Boschrat was niet meer
levend. De vliegen op het doode lichaam leefden echter wel.
De Boschrat had er niet aan gedacht, dat de kasjoe slechts eenmaal in
de drie of vier jaar vruchten draagt.