Op oude Uithangborden {Illustratie}

De mensch is als een schip, de wereld als een zee,

De Bijbel mijn kompas, de hemel is de reê;

Wel neem ik dan een loods voor 't stranden;

Dat is de goede geest:

Heeft die alleen het roer in handen,

Dan ben ik niet bevreesd.

--o--

De Haringbuis

Vaart uit en t'huis

Om pekelharing te vangen in touwen,

Waarnaar janken jongen en ouwen.

Men vangt ze in 't razende holle water,

En ze worden gesmuld door Begijn en Pater.

--o--

Is God met ons, wie kan ons deeren,

Zoo wij zeilen of laveeren?

Dit is in het Marktschip van Leiden op Zeelant

Wel voorzien van zeil, treil en want.

--o--

Die in de lij

Mij vaart voorbij,

Zal hebben een Rijksdaalder, en 't gelag vrij.

--o--

Mijn kind,

Daar is een rak in de wind.

Wilt het zeil wat nat maken,

Wij zullen dit hoekjen wel te boven raken.

--o--

O Heer! bewaert ons alle,

Sinte Pieters Schepe mag helle

Maer ten sal niet omme-valle.

--o--

Laat haters haten

Wat Godt mij gunt.

Wie laadt en lost

Die is zijn kost.

In de Hollandsche Branding · 第 15 / 16 题