"Sjonge! Sjonge!", schuddebolde Schaap over zijn leege koffie-kom;
"wat 'n water op de wereld toch! Ben je daar òvèràl 'eweest?"
"Dwars overgestoken van San Francisco naar Yokohama, in 'n dikke
twee weken, met slechts één etmaal op Hawaï...."
Hij scheen nu toch onder den indruk te komen. Dus vervolgde ik
triomfantelijk:
"Heb je wel 's gehoord van de Gele Zee, schipper?"
"Is 't water daar geel?", vroeg hij terug.
"Nee," zei ik; "maar de Chineezen en de Japanners wonen daar in de
buurt, en daarom noemen ze 't er zoo, denk ik."
Schipper Schaap schudde nog altijd zijn ouwen grijzen kop.
"Sjonge, Sjonge!" dee-die; "je vertelt me daar wat 'n wonders!...
Maar wil _ik_ je nou 'rs wat vertelle?"
"Nu?" antwoordde ik, half ongeduldig, half nieuwsgierig wat er zou
volgen.
"Wel me-jong, ik 'eloof d'r niet één woord van."
"Wat!... Waarom niet?!"
Hij veegde zijn dunne, spottende lippen droog met den achterkant van
zijn eeltige hand, sprak rustig:
{Illustratie}
"Dat zal ik zegge, mejong... As jij dat àlles 'ezien 'êt!... _as_
jij al die groote zeeën van de wereld gevaren zou willen hebbe,
-- .... wel, dan zou jij hier, op dit ongelukkige plasje water, dat
ze Zuijer-Zee noeme, d'r niet uitzien als 'n grauwe, erwt, die
'n weeklang in 'n regenton te weeken hèt 'elegen... En nou jij!"
Ik heb op dat oogenblik gedacht aan een humeurigen uitval naar dien
braven ouwen Schipper Schaap. Maar ik bedacht me, ik beheerschte me;
ik zei niets.
Want waarachtig, -- Schipper Schaap had op dat oogenblik gelijk!
Ik was al wéér zee-ziek!