Ik vraag naar zijn eigen zonen. Ja, tien. En achttien dochters. Sakhib
is ons komen afhalen. En Soliman heb ik bij den Mufti gezien. Nu komt de
oudste binnen. Een prachtkerel, die Fares, dat is: Ruiter, heet. Daarom
heet Amin ook Aboe Fares, de Vader van Fares. Dat is zoo: de Vader heet
hier naar zijn zoon. Is iemand getrouwd, maar heeft hij geen zoon, dan
heet hij Aboe met den naam van zijnen vader. Daarin ligt dan de wensch,
dat een zoon moge worden geboren, die naar den grootvader heeten zal.
Sjech Amin heeft ook al naamkaartjes. Engelsch en Arabisch. Daarop heet
hij natuurlijk Amin Osman el Hawadja. Maar iedereen kent hem onder den
naam Aboe Fares. Sakhib is ook getrouwd, en heeft een kind Mohammed.
Waar is de kleine Mohammed? Hij is gestorven. Meskien, zeg ik meewarig.
Maar Aboe Mohammed berust: min Allah.
Aboe Fares heeft nu nog vier vrouwen. Zij wonen in het groote huis te
Naälin, waar wij vanmiddag zullen heengaan. Houden zij onder elkander
altijd vrede? Maäloum, zegt Aboe Fares met een medelijdenden glimlach:
"zij zijn allemaal bang voor mij."