IX.

Dar Salameh. Hij mag dan den sjech van de dieven zijn: hij ontvangt toch

netjes. Het huis op den heuvel. Zij kijken uit van het platte dak.

Wanneer wij naderen, komen zij beneden. De sjech, zonen en bedienden.

De vrouwen zullen wij niet zien, behalve het personeel. Er is een bonte

binnenhof: pauwen, fazanten, kippen. En de kleine lammeren. Het is hier

nu de tijd. Gij kunt geitjes en lammetjes nu zien geboren worden op de

velden. Dan trappen op, buiten het huis. En de salon. Er staat ook een

ledikant. De sjech is al een moderne sjech. Er zijn stoelen en er is een

tafel. Ik krijg een makkelijken stoel voor het open, zonnige raam. Ja,

open en zonnig. Ik weet het: gij hebt sneeuw en ijs van begin November

af. Hier hebben wij tusschen de regendagen de zonnedagen, dieper en

schooner dan in de zomers. En het uitzicht. Zoo ver als onze blikken,

gaan de landen van onzen gastheer. Heel, heel ver bouwen de

huizenhoopjes van Ludd en van Ramleh.

Ik kan hem nu op mijn gemak opnemen. Een korte, stevige kerel. Proper in

zijn bruin en wit overgewaad. Hij gaat in huis op blanke, bloote voeten.

Een scherp, verstandig gezicht. Geen opvoeding? Hij zal zich zelven

hebben opgevoed. Wilt gij beter?

Hij is heel mild en heel spraakzaam. Ja de Turken haat hij. Ze hebben

hem ter dood veroordeeld. En ze zouden hem hebben gehangen als een hond,

hadden zij hem kunnen krijgen. Met de Engelschen daartegen zeer

bevriend. Hij heeft hen in den oorlog zeer geholpen. Hij laat

getuigschriften zien van Engelsche generaals. Mooi, hè? Hij kan het wel

niet lezen. Maar Adil Effendi wil het zeker nog wel eens vertalen. Hij

heeft ook mooie geschenken gekregen van de Engelschen. Natuurlijk heeft

hij hun fraaie geschenken teruggeven. Hij vertelt ons precies de waarde

van hun geschenken en van zijne geschenken. Hij heeft er niet op

verdiend. Maar Allah is groot. Allah heeft hem ruim gezegend.

Hij is zestig jaar. En hij lijkt goed veertig. Hij lacht lief gevleid.

Maar ik had zijn vader moeten kennen. Die was wel tachtig jaar toen hij

stierf. Allah is groot. Hij had acht zonen. Zij waren heel blij, toen de

vader stierf. Zeker, heel blij. Want zoolang hij leefde, kon hem nog

van alles overkomen, nietwaar? Nu is hij veilig bij Allah. Allah is

groot.

Jerusalem(#15083) · 第 38 / 59 题