YATACK-IL-KHARAMIYEH??

Wanneer ik op een milden Vrijdagochtend mijn bezoek breng bij den Groot

Mufti van Palestina, te Jeruzalem, dan vind ik daar den Kadi en Djemal

Bey Husseini, een van de politieke Arabische advocaten. En ook drie

zwijgende Arabieren. Gekleed in de dracht van aanzienlijke Fellachen.

Zij spreken en zwijgen alleen in het Arabisch. Hoe heeten zij? Djemal

Bey schrijft het op. Zij zijn twee broers: Amin en Ragib El Hawadja en

de zoon van één hunner. Ik moet lachen om den naam: Hawadja. Want dat is

de titel van Europeanen en Christenen. Aanzienlijke Mohammedanen heeten

Effendi.

Vrijdagavond. Wij hebben gasten. Familie van de vrouw des huizes. Haar

vader is jaren lang hoofd geweest van de Wachters, die de Joodsche

kolonie Rehoboth beschermen tegen Arabische rakkers. Haar broer een van

de stoutsten en sterksten onder de Joodsche ruiters. Ik zeg iets over

mijn bezoek bij den Mufti. En over de drie mooie, zwijgende Arabieren,

die ik voor rustige landedellieden houd. De wondere naam El Hawadja is

mij natuurlijk bijgebleven. Maar dan word ik door den vader uitgelachen

en ingelicht. Wat, kon ik Amin el Hawadja niet? Dat is de grootste dief

van heel Palestina. Dat wil zeggen: hij steelt zelf niet. Maar hij kent

alle dieven. Zij stelen. En zij brengen den buit bij hem. Doen ze dat

niet (maar ze doen het!) dan zorgt hij, dat ze in handen vallen van de

politie of van den bestolene. Doen ze het wel (en ze doen het!) dan

zorgt Amin voor den verkoop. Dikwijls ook wendde de bestolene zich tot

Sjech Amin met verzoek den dief op te sporen. Natuurlijk werd het

gestelene dan spoedig gevonden. En de dief kreeg ook wat. In den

Turkschen tijd was dat veel eenvoudiger dan een klacht indienen bij de

Regeering. Amin el Hawadja heet Sjech el Kharamijeh, dat is: de Sjech

der Dieven. Heelemaal geen schandnaam. Stelen is hier trouwens geen

schande. Maar bestolen worden, dat is schande. Diefstal is een

beleediging, die zoo mogelijk zwaar gewroken wordt. En de dieven zijn

dikwijls veel banger voor den bestolene en diens familie dan voor de

Regeering. Vooral in den Turkschen tijd, toen eigen richting nog iets

heel gewoons was. De Engelschen gaan die te keer. Sjech el Kharamijeh!

Hij is er geducht rijk bij geworden. Hij heeft acht en twintig kinderen

in leven. Tien zonen. En achttien dochters. Hij heeft vijftien vrouwen

gehad. Dood. Gescheiden. Nu nog vier over.

Jerusalem(#15083) · 第 30 / 59 题