Wij hebben den dag gehouden als naar gewoonte, in het jongensweeshuis
van den heer Goldsmit. De kleine synagoge ontdaan van alles, wat maar
overbodig is. Wij zitten des avonds op den grond bij weinig kaarslicht.
De jongens barrevoets. De treurzangen en Jeremia's klaaglied worden
gelezen. Ook den volgenden dag worden zij gelezen. Het is alles als
andere jaren. Maar het is toch niet alles als andere jaren. Een Joodsche
Landvoogd. En sinds de Paaschdagen een verandering ten goede, die ons
vaak angstig maakt, zóó glad en goed als alles gaat. Kunnen wij nu alle
droeve dagen nog zóó blijven gedenken?
Des Zaterdagavonds ben ik naar den Klaagmuur gegaan. Verleden jaar heb
ik het niet gedaan. Men had mij gewaarschuwd. Ik had moeten luisteren.
Welk een droevig en beschamend schouwspel. In den nacht van den negenden
Ab komen de vrome Joden aan den Klaagmuur bidden en leeren. En de
nationale jeugd komt er zich bij vermaken. De jongens zoo vrij mogelijk
gekleed. Meisjes, in lichte toiletjes, rokjes kniekort, dragen
wandelstokjes, zooals zij het de vrouwen van Engelsche officieren soms
zien doen. Luid gebabbel en er wordt gezellig gerookt. Vaarwel
Klaagmuur. Een droevig en beschamend schouwspel. De nationale opvoeding
van de laatste jaren heeft hun geen eerbied voor ons nationaal verleden
geleerd. Ongetwijfeld heeft onze Palestinensche jeugd veel goeds. Ziet
onze gymnasten en onze padvinders maar eens door de stad gaan. Maar
anderzijds: welk een oppervlakkigheid en gemis aan ernst. Talrijke jonge
onderwijzers bijvoorbeeld verlaten het land om buiten verder te
studeeren of prettiger te leven, terwijl zij hier zoo noodig zijn. Het
zijn in vele gezinnen ook de jongelui, die de ouders dwingen tot een
leven boven stand. Wij worden hier af en toe grimmig. Bijvoorbeeld: men
heeft buiten het land een groote reclame gemaakt met het feit, dat
Palestina een honderdduizend pond heeft gegeven voor het
Bevrijdingsfonds. Heel mooi. Maar nu hooren wij, dat allerlei beloofde
giften niet betaald worden. Een groot gedeelte van het geld is gegeven
door ambtenaren en door de onderwijzers, die vlak daarop een groote
salarisverhooging kregen en nu weder een duurte-toeslag. O, de geest van
materialisme en egoïsme! Die moeten wij te boven komen.