V.

Zijn jongste broer, die Chalil heet, zal met mij naar den hoogen

uitzichttoren gaan, naast de Russische kerk. Overal rondom Jeruzalem

ziet men den hoogen, spitsen toren, met die vier opengebouwde

rondgangen. Chalil weet alles. Meer dan tweehonderd traptreden van een

ijzeren brandladdertrap. Maar dan het uitzicht, eindeloos door den

hellen dag. Beneden het Kidrondal. En Jeruzalem dichtbij. De tempelberg,

dien de Arabieren noemen Haram Esch-Scherif, dat is: het Groote

Heiligdom. De Omarmoskee met den zwaren grijzen koepel en de moskee

Aksa. Heel ver in de Jaffa-buitenstad de witte Russenkerk. En de koepel

van de Abessinische kerk vlak bij 't meisjesweeshuis. Anderzijds de

Doode Zee, een uur of vijf, zes weg. Maar lijkt werpelings dichtbij. De

weg naar Jericho. De kleine Chalil weet alles. Hij spreekt wat Engelsch.

Maar ook de kleine Chalil is niet rustig: "Mijn Heer," zegt Chalil, die

trouwens al veertien jaar is: "wanneer gij alles hebt gezien, zouden wij

naar beneden kunnen gaan. En ik zou ook kunnen gaan, waar mijn broer

Saïd is gegaan, want mijn oom is vermoord." Ach, waarom zou ik den

kleinen Chalil afhouden van wat naar bloed ruikt! Wij dalen weer

draaiend: "Over de tweehonderd treden," zegt de kleine Chalil: "ik ga te

paard. De geheele familie zal gekomen zijn."

Jerusalem(#15083) · 第 16 / 59 题