X.

Op een morgen zag Soetkin haren man met gebogen hoofd in de keuken

staan, in gedachten verdiept.

--Wat scheelt er toch, man? vroeg zij. Ge ziet bleek, gij zijt kwaad

en verstrooid.

Met eene stem, als een hond die bromt, antwoordde Klaas:

--De wreede plakkaten des keizers gaan ze weer uithalen. Opnieuw gaat

de dood over Vlaanderenland heerschen. De aanbrengers krijgen de helft

van de have der slachtoffers, als de have de honderd karolusgulden

niet te boven gaat.

--Wij zijn arm, sprak zij.

--Arm, zeide hij,... niet arm genoeg. Er zijn lage zielen, gieren

en raven, die ons zouden aanklagen, zoowel om een zak kolen als om

een zak karolussen met Zijne Majesteit te deelen. Wat bezat het arme

Tanneken, de weduw van Sies den kleermaker, die ze te Heist levend

begroeven? Een Latijnschen bijbel, drie gouden florijnen en wat potten

van Engelsch tin, waarop eene buurvrouw loerde. Wantje Martens werd

eerst in 't water geworpen; haar lijf dreef boven, en daarin zag

men hekserij, weshalve zij als tooveres verbrand werd. Zij had wat

gebroken meubelen, zeven gouden karolussen in een lederen tassche,

en de aanklager vroeg er de helft van. Eilaas! nog tot morgen zou ik

aldus kunnen spreken: maar wat baat het, vrouw: in Vlaanderen is het

leven onhoudbaar om den wille van de plakkaten. Welhaast zal telken

nacht de kar van den Dood dof door de straten rijden en wij zullen

zijne beenderen hooren rammelen.

Soetkin sprak:

--Jaag me geen schrik aan, Klaas. De keizer is de vader van Vlaanderen

en Brabant; als dusdanig is hij braaf en grootmoedig, geduldig

en genadig.

--Daarbij zou hij te veel verliezen, antwoordde Klaas, want de

verbeurdverklaarde goederen komen hem bij erfenis toe.

Plotseling hoorde men de trompet en de cimbels van den

stadsuitroeper. Op dat geluid kwamen Klaas en Soetkin, die beurt om

beurt Uilenspiegel op den arm droegen, met de volksmenigte toegeloopen.

Zoo kwamen zij aan het schepenhuis. Voor de pui waren de herauten te

peerd, op bazuinen blazend en op cimbels slaande, de provoost met de

roede der justitie in de hand en de stadsprocureur, ook te peerd,

die eene ordonnantie des keizers in de hand hield en zich gereed

maakte ze aan vergaderde volksmenigte voor te lezen.

Klaas vernam, dat het andermaal aan allen in 't algemeen en aan elk in

't bijzonder verboden was, te drukken, te lezen, in bezit te hebben of

voor te staan, de boeken, schriften of leerstellingen van Martinus

Luther, van Joannes Wycliff, Joannes Huss, Marcilius van Padua,

Æcolampadius, Ulricus Zwinglius, Philippus Melanchton, Franciscus

Lambertus, Joannes Pomeranus, Otto Brunselsius, Justus Jonas, Joannes

Pupperis en Gorcianus, de Nieuwe Testamenten gedrukt door Adriaan

van Bergen, Christoffel van Roemonde en Joannes Zell, vol Luthersche

en andere heresiën, verworpen en veroordeeld door de Faculteit der

godgeleerdheid van de Universiteit van Leuven. Mitsgaders te maken of

te doen maken smadelijke konterfeitsels of afbeeldsels van God, van de

heilige Maagd Maria of van de santen; te breken, te scheuren of uit te

wisschen de beelden of konterfeitsels, vervaardigd tot verheerlijking

van en tot aandenken aan God en de Maagd Maria of de heiligen der kerk.

Verder zei het plakkaat, dat het aan niemand toegelaten was, tot welken

staat hij ook mocht behooren, zich te vermeten de Heilige Schrifture te

bespreken of over haar te twisten, zelfs niet op twijfelachtige punten,

tenzij door een godgeleerde van naam, erkend door eene Universiteit,

daartoe gemachtigd.

Onder andere straffen besliste Zijne Heilige Majesteit, dat

de verdachten nooit of nimmer een eerbaar ambt zouden kunnen

bekleeden. En zij, welke in hunne dolingen hervielen of bleven

volharden, zouden veroordeeld worden met een zacht of hard vuur,

in een strooien huis of gebonden aan een paal te worden verbrand,

al naar de sententie van den rechter. De anderen zouden omgebracht

worden door het zweerd als zij edelen of goede burgers waren, de

gemeene manslieden aan de galg geknoopt en de vrouwlieden levend

begraven. Om tot voorbeeld te strekken, zou hun hoofd op een paal

worden gestoken. Ten profijte van den keizer was er verbeurte hunner

goederen, overal waar verbeurdverklaring geschieden kon.

Zijne Heilige Majesteit schonk den aanbrengers de helft van al

hetgene de aflijvigen in eigendom bezeten hadden, zoo die have de

somme van honderd pond grooten, Vlaamsche munte, alles in 't alles,

niet te boven ging. En wat aanging het deel van den keizer, dit

zou hij aanwenden voor werken van godsvrucht en van bermhertigheid,

gelijk bij de plundering van Rome was geschied.

En treurig keerde Klaas naar huis, met Soetkin en Uilenspiegel.

De legende en de heldhaftige, vroolijke en roemrijke daden van Uilenspiegel en Lamme Goedzak in Vlaanderenland en elders · 第 15 / 195 题