RIJM-KRONYCK.

_'t Wordt mij zoo schrikkelijk benauwd..!_

't Wordt mij zoo schrikkelijk benauwd!

'k Heb uren lang mijn pen bekauwd

en 'k weet u niets te zeggen...

Mijn hooge militaire kraag

was nooit zóó nauw als juist vandaag

nu 'k frissche lucht en ruimte vraag...

Hetgeen ik in mijn ziele draag,

kan 'k niet in woorden leggen...

Ach, kwame er toch een offensief!

dat ware mij nog wel zoo lief

dan al die telegrammen...

of ware ik vechtend aan het front!

voorwaar dat 'k u dit schrijven zond:

»_granaten bàrsten in het rond,

een strijdkreet welt mij naar den mond,

vaarwel, we gaan ze rammen!_«

Of dan het slot-gevecht op zee,

en ik was op zoo'n schiet-schuit-mee...

neen... zeeziek zou 'k niet wezen,

ik zond u vast een draadbericht:

»_de vijand krijgt op z'n gezicht,

de hemel is slechts vuur en licht,

en donderslag en bliksemschicht,

doch ik weet niet van vreezen_«.

Helaas, 'k ben geen d'Annunzio,

Romain Rolland of Doyle en zoo,

ik mag ze alleen benijden,..

ik ben een Nederlandsch soldaat

»die wachtend aan den drempel staat,

die nimmer heerschers binnenlaat

en die zijn wachtpost nooit verlaat

en die zijn tijd moet beiden«.

...'t Wordt mij zoo schrikkelijk benauwd!

'k heb nog eens op mijn pen gekauwd.

Hoe langzaam gaan de uren.

Ik weet niet wat 'k u zeggen zal...

...er is geen nieuws, geen moord-geval...

_...er is geen bloemkool_, dat is al:

. . . . . . . . . . . . . . .

vandaar, dat 'k in de zucht verval:

»hoe lang zal dat nog duren?«

(Melis moest zich eens bij den dokter melden wegens eerste

verschijnselen van _mobilisitis_, die in sommige gevallen in sabelkolder

kan overslaan. Remedie: hard loopen en Valeriaan. Corrector).

Van Aardappel-mes tot Officiersdegen Uit het Dagboek van een Landstormplichtige. · 第 33 / 60 题