VAN DEN BURGER, DIE MELIS STOKE, LANDSTORMPLICHTIGE ZAL WORDEN, AAN ZIJN
MILITAIRE ZÈLF.
Mijn allerminst verachtelijke, en in zekeren zin benijdenswaardige
vriend!
Ja zeker, ik noem u benijdenswaardig! Gij gaat de vreugde beleven, van
uw eigen-zelf, te mogen toetsen aan het ruw klimaat der militaire
samenleving. Voorzeker, het is een proef, waaruit ge evenzeer als een
beest, zoogoed als gelouterde Phoenix te voorschijn zult kunnen komen.
Ik vertrouw op het laatste. Ge houdt al te zeer vast aan wat ge noemt uw
burger-ik. Ge houdt mij echter ten goede, dat ik deze term stempel met
de qualificatie: bekrompenheid. Uw eigen, sterke Zelf is verheven, of
behoort dat te zijn, boven zuiver uiterlijke invloeden van civielen of
burgerlijken aard. Wat doet het er toe, of een schoone vrouw u laat
dansen naar haar grillen, of dat een afgunstige onderofficier u zijne
kwade luimen doet ondergaan? In beide gevallen is uw persoon onderworpen
aan van hoogerhand gestelde krachten: in het eerste geval de eeuwige
kracht Vrouw, in het tweede de tijdelijke overmacht van vak-kennis.
Leer de vrouwen kennen, en ge zijt hun slaaf niet meer; geef u de moeite
eenige reglementen uit uw hoofd te leeren, en geen macht zal u
weerhouden zelve tot den rang van onderofficier of officier op te
klimmen.
Mijn raad is zoo simpel: cultiveer uw krachtig zelf. Mijn zeer waarde,
van af ons eerste levensuur warm wij tesamen, en nóg kennen wij elkander
niet volkomen... wie zal ooit zijn dubbel-ik leeren doorgronden? Eerder
nog begrijpt men de verzwegen gevoelens een er beminde gade. Daarom
zullen wij elkander niet observeeren, het zou tot niets dienen; wie
zijne vrouw blijft gadeslaan kweekt eerder misverstand dan wederzijds
vertrouwen.
Veeleer is het de heilige impuls van het Goede dat ons, mits vrij van
afleidende ijdelheden, handelen doet. Zoo is het met ons dubbel-ik, het
militaire en het civiele; de maatschappelijke verhoudingen doen ons, als
in een huwelijk onafscheidelijk voor elkander bestemd zijn. Het kind dat
geboren wordt, is in onze maatschappij door zijn geboorte-uur tot eene
militie lichting aangewezen...
Er is slechts één enkel ding, dat ik, uw burger-ik, u in het militaire
bestaan kan medegeven; het is niet iets materieels, als worst of kaas
of ham... dergelijke zaken krijgen Pruisische soldaten mee, want hun
burger- en militaire-zelf zijn niet verscheiden... Wat ik, uw burger-ik,
u kan meêgeven is het kostelijk bezit der Humor!
De Humor is de heerlijke gave, die het slechte vergefelijk en het goede
genietbaar maakt, die den leugen als een dwaling, en de waarheid als
natuurlijkheid doet zien, en die de schijnbare onrechtmatigheden en
verschillen nivelleert tot ééne vlakte van wijd uitzicht en waarachtigen
eenvoud.
Voorzeker, het _is_ moeilijk uw zelf-cultuur te onderwerpen aan uniforme
tucht, maar het is beter, en moeilijker nog onder dien schijn van
willekeur den utiliteitsgrond te blijven voelen. Blijf met uw voeten op
dien vasten bodem staan, en hef uw glimlachend hoofd boven de golven van
bezwaarlijkheid, die u zullen omspoelen.... wellicht tot aan den mond.
En de zoute smaak, die de spatten u zullen schenken, zij u een proefje
van 't geen den werkman in zijn dagelijksch eten hindert.
Tot nu toe is uw levensfilosofie een volkomen rustig-theoretische
geweest...
Wellicht zult ge dat gestijlde gebouw zien ineenstorten, door de
factoren van het bezwaarlijk leven, die de omgang met de arbeidende
klasse u als on-elimineerbaar zal doen kennen.
Daarom is het, mijn waarde, dat ik u »in zekeren zin benijdbaar« noem.
Geloof mij, en tot wederziens en beter
begrijpen wellicht...
UW BURGER-ZELF.