II.

VAN DEN BURGER, DIE MELIS STOKE, LANDSTORMPLICHTIGE ZAL WORDEN, AAN ZIJN

MILITAIRE ZÈLF.

Mijn allerminst verachtelijke, en in zekeren zin benijdenswaardige

vriend!

Ja zeker, ik noem u benijdenswaardig! Gij gaat de vreugde beleven, van

uw eigen-zelf, te mogen toetsen aan het ruw klimaat der militaire

samenleving. Voorzeker, het is een proef, waaruit ge evenzeer als een

beest, zoogoed als gelouterde Phoenix te voorschijn zult kunnen komen.

Ik vertrouw op het laatste. Ge houdt al te zeer vast aan wat ge noemt uw

burger-ik. Ge houdt mij echter ten goede, dat ik deze term stempel met

de qualificatie: bekrompenheid. Uw eigen, sterke Zelf is verheven, of

behoort dat te zijn, boven zuiver uiterlijke invloeden van civielen of

burgerlijken aard. Wat doet het er toe, of een schoone vrouw u laat

dansen naar haar grillen, of dat een afgunstige onderofficier u zijne

kwade luimen doet ondergaan? In beide gevallen is uw persoon onderworpen

aan van hoogerhand gestelde krachten: in het eerste geval de eeuwige

kracht Vrouw, in het tweede de tijdelijke overmacht van vak-kennis.

Leer de vrouwen kennen, en ge zijt hun slaaf niet meer; geef u de moeite

eenige reglementen uit uw hoofd te leeren, en geen macht zal u

weerhouden zelve tot den rang van onderofficier of officier op te

klimmen.

Mijn raad is zoo simpel: cultiveer uw krachtig zelf. Mijn zeer waarde,

van af ons eerste levensuur warm wij tesamen, en nóg kennen wij elkander

niet volkomen... wie zal ooit zijn dubbel-ik leeren doorgronden? Eerder

nog begrijpt men de verzwegen gevoelens een er beminde gade. Daarom

zullen wij elkander niet observeeren, het zou tot niets dienen; wie

zijne vrouw blijft gadeslaan kweekt eerder misverstand dan wederzijds

vertrouwen.

Veeleer is het de heilige impuls van het Goede dat ons, mits vrij van

afleidende ijdelheden, handelen doet. Zoo is het met ons dubbel-ik, het

militaire en het civiele; de maatschappelijke verhoudingen doen ons, als

in een huwelijk onafscheidelijk voor elkander bestemd zijn. Het kind dat

geboren wordt, is in onze maatschappij door zijn geboorte-uur tot eene

militie lichting aangewezen...

Er is slechts één enkel ding, dat ik, uw burger-ik, u in het militaire

bestaan kan medegeven; het is niet iets materieels, als worst of kaas

of ham... dergelijke zaken krijgen Pruisische soldaten mee, want hun

burger- en militaire-zelf zijn niet verscheiden... Wat ik, uw burger-ik,

u kan meêgeven is het kostelijk bezit der Humor!

De Humor is de heerlijke gave, die het slechte vergefelijk en het goede

genietbaar maakt, die den leugen als een dwaling, en de waarheid als

natuurlijkheid doet zien, en die de schijnbare onrechtmatigheden en

verschillen nivelleert tot ééne vlakte van wijd uitzicht en waarachtigen

eenvoud.

Voorzeker, het _is_ moeilijk uw zelf-cultuur te onderwerpen aan uniforme

tucht, maar het is beter, en moeilijker nog onder dien schijn van

willekeur den utiliteitsgrond te blijven voelen. Blijf met uw voeten op

dien vasten bodem staan, en hef uw glimlachend hoofd boven de golven van

bezwaarlijkheid, die u zullen omspoelen.... wellicht tot aan den mond.

En de zoute smaak, die de spatten u zullen schenken, zij u een proefje

van 't geen den werkman in zijn dagelijksch eten hindert.

Tot nu toe is uw levensfilosofie een volkomen rustig-theoretische

geweest...

Wellicht zult ge dat gestijlde gebouw zien ineenstorten, door de

factoren van het bezwaarlijk leven, die de omgang met de arbeidende

klasse u als on-elimineerbaar zal doen kennen.

Daarom is het, mijn waarde, dat ik u »in zekeren zin benijdbaar« noem.

Geloof mij, en tot wederziens en beter

begrijpen wellicht...

UW BURGER-ZELF.

Van Aardappel-mes tot Officiersdegen Uit het Dagboek van een Landstormplichtige. · 第 9 / 60 题